Plattoloog

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 20 februari 2009

De brief blijkt verzonden door een humorist, die bovendien het verschil tussen plat en Plat weet. Dat de schrijver een humorist is, weet ik al heel lang; het is echt een man van de lach door de tranen. Dat hij het verschil tussen plat, laag-bij-de-gronds, en Plat, een andere taalnaam voor verscheidene dialecten, kent, doet me gewoon plezier. Er zijn er namelijk velen die dat onderscheid niet kennen of niet maken willen. Wie Plat praat, een Brabants dialect, een Limburgs, een Amsterdams, een Nedersaksisch, spreekt volgens velen 'platte taal'. Zij willen dikwijls het onderscheid niet maken tussen het Hoog en het Plat: Hoog-Duits tegenover Plat-Duits (Hoch-Deutsch und Platt-Deutsch), Hoog-Hollands of Nederlands tegenover Plat of een streek- en stadstaal. Er zijn mensen die geen onderscheid maken tussen: "Iej mot neet Plat proaten" en "Hold toch op met dee platte toal". Zij maken voor zichzelf en tegenover anderen het Plat tot een minderwaardige taal. Zij zeggen bijvoorbeeld: "Het dialect van stadje X is nog platter dan dat van plaatsje Y". Het schiet me te binnen, terwijl ik naar het briefhoofd van die humoristische schrijver zit te kijken, dat dit voorbeeld komt van de heer Van den Bremen, kenner van het dialect van Epe, overigens naar aanleiding van Zeeuwse dialecten. Hij gebruikt ook liever de naam Dialect dan Plat. Plat is hem denigrerend in de oren gaan klinken. Ik kan me dat van deze dialectoloog goed voorstellen. Zijn liefde voor zijn streektaal is zeer groot. Het is de taal van zijn ouders.

Aan G.W.Kuijk, plattoloog, staat er onder het briefhoofd. Plattoloog is het, wat al die gedachten over Platt bij mij losmaakt. Het is een nieuwe term, die bij mij een glimlach wekt over zoveel fantasie. En laat nu niemand zeggen dat hij of zij die term al lang kende, want hij wordt nergens gehoord en is nu voor de eerste keer te lezen in 1997. Hij lijkt al dadelijk ingeburgerd. Wat ook een glimlach wekt, is dat ik er mensen mee aanduiden, mee "onderscheiden" kan. Die lach komt na een traan, want ik ben gevoelig en weet me door de schrijver "onderscheiden". Er zijn een aantal mensen die ik zeker met deze naam wil aanduiden: Hendrik Entjes, plattoloog, Bertus van den Bremen, plattoloog, Gerrit Mäkel, plattoloog, Gerrie van der Waarde-Nikkels, plattologe; en dat alleen al om hun bijdragen aan het Platt te honoreren. En Jan Bouwhuis, Broos Seemann, Gerrit Kraa en Henk Krosenbrink en Lex Schaars mag ik zeker niet vergeten. Maar ik moet het nu geen lintjesregen laten worden; dat degradeert de waarde van de onderscheiding.

Of Hoog en Plat ook te maken hebben met het feit dat het Hoog-Duits meer afkomstig is uit de Duitse bergstreken en het Neder-Duits van het lage vlakke of 'platte' land, weet ik niet, maar het lijkt me logisch. Wij hebben in ieder geval 'platt' als leenwoord uit Platt-Duuts gehaald. Ik zal aan andere dialectmensen voorstellen om 'platte taal' van 'Platt' te onderscheiden door het laatste met een hoofdletter en 'dubbeltee' te spellen. Misschien wordt dan de gevoelswaarde van Platt door het schriftbeeld positief gevoed. Alleen een hoofdletter aan het woordbegin is misschien al genoeg.

Ik kijk nog eens naar plattoloog in de brief. Ik ben met mezelf verlegen. En ik denk aan die man, die een vader voor me was, en die bij elke lintjesregen weer zei: "Geef mien möör een kwärtjen!" En hij lachte dan smakelijk of smadelijk. Ik weet het niet. Hij was ook een humorist. Zeker is het dat een mens af en toe een schouderklopje nodig heeft. En dat is een onderscheiding zeker. Ik ben dus toch blij met deze aanduiding: plattoloog. Het blijft een opstekertje.