Pinksterkrone

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 20 februari 2009

Na een korte zonnige meivakantie in Zuid-Duitsland rijden ze naar huis, niet langs de snelweg, maar door de schilderachtige Duitse Dörfer en Städtchen. Ze hebben de tijd. In menige plaats zien ze de meibomen staan, die in de buurten opgericht zijn om de opbloei van het nieuwe en jonge leven te vieren. In gedachten ziet hij de Duitse mensen, jong en oud, dansen om de levensbomen op de pleinen, want de meiboom is toch met recht de levensboom. Ze zijn heel verschillend opgetuigd, die stammen. Soms hangt er een kroon ofwel een krans om de spits, die met draden aan de top bevestigd is. Ook staat er vaak een haan of een zwaan als een torenteken op de top. Krans of vogel zijn met groen en bloemen, dikwijls kunstbloemen, versierd, en van de kruin van de boom hangen guirlandes slingerend in de wind naar beneden in rood, geel, wit, blauw, oranje en groen. Violet fleurt het geheel nog meer op. Meimaand, ook dikwijls pinkstermaand. Lui ligt hij achterover in zijn verstelbare auto-stoel. Zijn vrouw rijdt. Hij kan zijn gedachten laten afdwalen naar Deventer, naar de Pinksterkrone-feesten in zijn geboortestad, bij zijn weten de enige stad in Nederland die het woord Pinksterkrone als eigennaam voor een feest (nog) heeft. Hij moet er aan denken door de meibomen, waarvan er veel doen denken aan de Deventer bomen, die vroeger in veel buurten werden opgericht, en die Pinksterkrone genoemd werden. Hij ziet zichzelf weer als jongetje in de jaren dertig, voor de oorlog. Lange Zandstraat, Bierstraat, Muggenplein, om zo maar drie buurten in gedachten te nemen, zij hadden allemaal hun eigen Pinksterkrone. De kinderen keken ernaar uit. Ze liepen de liedjes al dagen van te voren te zingen: "De Pinksterkroon is weer in 't land, hoezeee ... " is het enige echte liedje dat hij zich nu nog herinneren kan.

Hij ging met zijn vriendjes altijd naar de prachtig versierde boom in de Lange Zandstraat. Hij had ook vriendjes, die van hun ouders geen pinksterkroon mochten vieren, omdat het een overblijfsel was van de heidense vruchtbaarheidsfeesten. Maar bij hem thuis trokken zijn ouders zich daar niets van aan. "De pinksterzundag is de kärkedag en pinkstermoandag is pinksterkronedag", zeiden ze, "Goa möör fijn met oew vrindjes rozen!"

Rozen is dansen om de Pinksterkroon. Het gebeurt nu nog, weet hij. Volgende week is het pinksteren. Hij zal in de krant kijken, waar dit jaar kronen zijn opgericht. Hij wil de kinderen nog eens zien rozen en tijdens het rozen de versjes horen zingen. "Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven, ...." zal er wel weer bij zijn. In Keulen is 'rozen' tevens bekend, heeft hij weleens gehoord. Het woord zou afgeleid zijn van 'roos', de bloem der liefde. Rozen zou zo kunnen betekenen het voorspel spelen voor de paring. In mei leggen immers alle vogels een ei. Er zijn ook mensen die beweren dat 'rozen' hetzelfde is als 'roazen'. Dan is het wat minder mild. Dan heeft dit feest meer te maken met 'te keer gaan'. Hij kan zich dat niet voorstellen. Zichzelf ziet hij nu weer als jongetje en zijn vrouw als meisje. "Ik kus je, mijn roosje, mijn roosje, ..." denkt hij sentimenteel, terwijl hij toch een hekel heeft aan dat liedje. Misschien worden er dit jaar ook weer spelletjes rondom de kroon gespeeld. Vroeger was er een jury, die bepaalde welke wijk de mooiste Pinksterkrone gemaakt had. Wat zeurt hij nou?. Het is niet eens zeker of er ergens een Pinksterkrone in de stad zijn zal. Hij heeft de laatste tijd geen dagblad in kunnen kijken om dat aan de weet te komen. Kijk, daar staat weer zo'n boom. "Mmmm, de Pinksterkrone is toch völle mooieder!" zegt hij hardop. "Woor hei'j 't oaver", zegt zijn vrouw naast hem. "Oaver de Pinksterkrone en riej is deur, ik wille nöör huus".