Petrieze

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 20 februari 2009

Als je vrouw zegt dat je nodig je kamer eens moet opruimen, doe je dat natuurlijk. Het valt niet mee nog een weg in de rommel te vinden, zeker niet wanneer je bij alles wat je aanraakt, bevoelt en bekijkt, meteen op de plaats bent, waar een geschiedenis rondom het betaste voorwerp zich afspeelt. Zo sta ik nu plotseling op 'De Haere', het kasteel in Hengforden, met mijn schoolkinderen om mij heen. Ik heb namelijk een pentekening van ongeveer vijftig bij veertig in mijn handen van 'De Haere', getekend door een aangetrouwde neef van mijn vader, die in het begin van de dertiger jaren tuinbaas op 'De Haere' was. Zodoende. Met mijn kinderen sta ik bij een patrijzennest. Het is lente en de zon schijnt. Het nest bevindt zich tussen dorre, bruine bladeren zomaar aan de kant van de zandweg in de bosrand. Henkie heeft dat het eerst gezien. Of beter, hij heeft een petrieze zien wegrennen en opvliegen. "Meester, een petrieze!" roept hij geestdriftig. Allemaal kijken we de bruinig getekende vogel na. Dan volgen we het spoor van het diertje terug. En zo vinden we onder de dorre bladeren het met eieren gevulde nest. Onmiddellijk vormen de kinderen een kring, want ze weten, dat Meester nu dierkunde gaat geven. Als ik toen eens geweten had wat ik nu weet! Ik vertel over schutkleuren, nestblijvers en nestvlieders, voeding van vogels, nestbouw. Ook weet ik nog dat de patrijs wel veldhoen genoemd wordt. Dan kom ik weer in de werkelijkheid. De lente is verdwenen en ik ben weer aan het opruimen.

'Telgen van 't WALD 8' lees ik op de rug van een boek; ''n Kleddeken Achterhooks', ''n verzameling woorden en uutdrukkingen uut Lechtenvoorde, Harvele, Levele, Vraogender en 't Zuwwent' (Lichtenvoorde, Harreveld, Lievelde, Vragender, Zieuwent). Even kijken of ik het woord 'trieshenne' erin tegen kom. Een trieshenne is immers een vrouwtjespatrijs in enkele Nedersaksische dialecten, maar het staat er niet in. Tries is natuurlijk een verbastering van petrieze, patrieze of patries. Kijk, zulke dingen had ik in de jaren vijftig weten moeten. Toen wist ik ook niet dat in 'patrijs' het Franse woord 'patrie' zit, wat land of veld betekent. In het Oudfrans is een patrijs een perdriz. In het Middelnederlands vind ik nu partrise, pertrise, patrise, met als vertaling in modern Nederlands veldhoen.

Dan zie ik me weer door de velden en bossen rondom Vorden en Reurle rijden, op de fiets natuurlijk. Met de pentekening van 'De Haere' weer in de vingers zie ik de triezen opfladderen rond 'Hackfort', 'De Wierse', 'Ruurlo' en noem maar op. Ook de fazanten zijn volop bezig. Ze zijn veel opvallender dan de patrijzen en niet alleen doordat ze groter zijn. Nee, het zijn de prachtig gekleurde mannetjes die het hem doen. Het moeten geïmporteerde vogels zijn, al is dat invoeren eeuwen geleden gebeurd; ze hebben immers de naam van een rivier uit het oude Georgië, de Phasis. Ik kan me niet voorstellen dat die vogels al loopvliegend uit Colchis, zo heette dat land toen, naar Nederland gekomen zijn.

Patrijzen en fazanten, beide soorten zaadeters vinden we nog steeds rondom onze Sallandse en Achterhoekse kastelen. Er zijn mensen die deze vogels niet uit elkaar kunnen houden. Dat is geen schande. Ze kunnen altijd nog meegaan op een natuurwandeling over de terreinen van 'heerlijkheden' in hun gebied.

"Gerrit! Koffie!" klinkt het luid uit de hoorn van mijn huistelefoon, als ik die na twee korte belletjes opgenomen heb. "Hoe sta je met het opruimen?" "Op 'De Haere' ben ik blijven steken, bij de petriezen", zeg ik. Beneden wordt opgelegd. Dat nietszeggende gebaar spreekt boekdelen.