Pellenwèver

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 20 februari 2009

We rijden langs veel boerderijen op onze werktocht door de Achterhoek. Het is koud; het heeft vannacht hard gevroren. Een ijzige grijze waas hangt boven het witberijpte landschap. Het is net een fijn geweven vlies. Pellen lijken zulke vliezen wel. Dat is een Duits woord, ik weet het, maar het geeft het beste weer hoe de dunne draden in elkaar geweven patronen vormen, zoals in het mooiste tafellinnen het geval is. Kijk, op die boerenhofstee daar midden in dat vlakke laken zou dat linnen geweven kunnen zijn. Iedere kleine boer had immers vroeger een spinnewiel, om de wol te spinnen, en een weefgetouw, om het vlas, na de nodige behandelingen als roten en over de hekel halen, te kunnen weven. Zou ergens in deze streek, in de buurt van Zieuwent, nog een boerderij de 'Pellenwever' staan? Dan moet daar een echte wever gewoond hebben, die het fijnste linnen weefde, met mooie motieven als afwisseling op het gladde oppervlak.

In gedachten zie ik een jonge ongetrouwde vrouw de pellenweverij binnengaan. Ze heeft gesponnen en geweven voor haar uitzet. Nu wil ze een prachtig wit laken hebben voor de tafel, voor gebruik tijdens het bruiloftsmaal, en na haar huwelijk op hoogtijdagen: kerstdagen, paasfeest, pinksterdagen. De wever staat achter zijn getouw. Hij kent haar natuurlijk en daardoor weet hij wat zij wil. Hij laat haar het een en ander zien. Samen maken de kunstwever en zij haar keuze. Ze is gelukkig heel vroeg met haar bestelling. Handweven neemt een hele tijd in beslag. En de wever heeft het druk. Ik zie haar met blosjes van geluk op de wangen de pellenweverij verlaten. "Wat glimlach je toch", zegt mijn vrouw. "Ik nemme de damasten umgeving in mien op", zeg ik spontaan in het Achterhoeks. En dan vertel ik haar onder het rijden over de pellenweverij.

"Weet je nog dat ik op de dialectdag in Bathmen "De Achterhoek in Grootvaders tijd" van G.J.H. Krosenbrink gekocht heb?" Ze knikt. "Daar staat een mooi stukje in over het pellenweven. Dat was een heel apart vak. Dat wist ik al wel, maar ik ben zelf niet zo'n oude Achterhoeker, dus ik fantaseerde er net maar een beetje op los. Ik kan er wel helemaal naast zitten. Maar als gebeurd is, wat ik net bedacht, dan was dat een stukje 'goeie olde tied, kom döör noe is umme'. Die pellenwevers ontwierpen en maakten ook staatsiekleding. In het Middellatijnse 'pallium', dat staatsiegewaad betekent, kun je 'pelle' al herkennen. Er zijn dialecten waarin fijn tafellinnen nog steeds 'pelle' heet."

"Hoe kwam je erop?" "Door de fijne rijp met die waas erboven die net nog over de velden lag." En we constateren dat de zonnige warmte het grijs en wit voor groen heeft geruild. We merken op dat de Achterhoekse wereld een toverbal is.

Over Hummelo rijden we naar Doetinchem. We parkeren de auto op een 'Parkeren Vrij'. Naar de Grutstraat wandelen we; ik moet op het "Staring-Instituut" zijn. Daar vraag ik naar de plattoloog Schaars. Die blijkt naar Steenderen te zijn voor een lezing. Wij neuzen wat rond in de bibliotheek en monsteren uitgestalde uitgaven. Aan een tafel zit een mevrouw in naslagwerken namen te zoeken. Ik raak met haar aan de praat, ook over mijn werk. "Weet U misschien wat een pellenwever is?" vraagt ze. Naar een antwoord hoef ik niet te zoeken. Ik vertel haar wel dat als eigennaam zo'n woord zeker voorkomt. "Wie zekt "wèèèver" met een lange -èèè-."

Wij gaan nu de stad in. Ook dat is in Doetinchem een feest voor ons. Deutekem is een aardige stad om te winkelen. Jammer dat ook hier steeds dezelfde winkelbedrijven hun filialen hebben. "Pellenwever" is er dus niet bij. Jammer!