Peeckels

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 20 februari 2009

Voor het hoofdgebouw van de Hogeschool IJselland stappen we af. Hier is dus de reünie van de Peeckels, de oud-leerlingen, -studenten, docenten van de Kweekschool voor Onderwijzers en Onderwijzeressen, de latere Pedagogische Academie en nu Pedagogische Academie voor het Basis-Onderwijs (PABO). En ik zie dat echtpaar meteen. Op een bank zitten ze in de zomerzon. En ik ben blij. Ik heb gehoopt dat zij er zouden zijn. Bij hem heb ik in de klas gezeten op de 'Kweek' en bij haar ook. Bij hem in de tweede, bij haar in de derde en de vierde. Ze deden de naam 'Peeckel' eer aan. Zij zei mij altijd ongezouten de waarheid, als ik weer eens gelijk hebben wilde. Raar gezegd eigenlijk 'on'-gezouten. Dat zou betekenen dat het flauw was, wat zij zei. Integendeel; het was gezouten of gepekeld wat ze me toevoegde. Op z'n Nedersaksisch gezegd: "Zee zett'n mien vake in de pèkel". Hij wilde een goede onderwijzer zijn niet alleen, maar hij 'pekelde' zijn lessen met bijzonderheden, die goed bij de leerlingen doordrongen. Later examineerde hij ook 'gepekeld'. Ik weet dat, want ik heb wel met hem in dezelfde examencommissies gezeten.

Nu zie ik hen dus en mijn dag kan al niet meer stuk. Zij zien mijn vrouw en mij ook. Vriendelijk en vrolijk lachend steken ze de hand op. We kunnen niet dadelijk naar hen toe lopen, want zij zitten hoog en wij staan laag, met de fiets aan de hand. Die moeten we nog kwijt en als we van de fietsenstalling komen, zijn zij in het gebouw verdwenen. Snel gaan ook wij naar binnen. We ontvangen de stukken voor deze dag en het beeldmerk van de 'Peeckels' op een kunststoffen plaatje, dat we op moeten spelden. Het is een mooi plaatje, dat beeldmerk. Drie pekelharingen of pekels, pèkelheringen, pèkels op een blauwe zee-achtergrond, symboliserend de stad Deventer als waterstad, waar het altijd gepekeld toeging en nog gaat. Ik herinner me meteen, dat ikzelf van 1945 tot 1947 voorzitter van de kweekschoolvereniging 'De Peeckels' geweest ben en de weekends die ik voor die club heb mogen organiseren op de 'Heemhoeve' in Emst en op de 'Kleine Haer' in de gemeente Gorssel. Dat was in de zogenaamde 'doorbraak'-periode. Dat waren dus weekends met 'gepèkelde discussies' over openbaar en bijzonder onderwijs.

Nooit is mij verteld trouwens, waar 'pekel' eigenlijk vandaan kwam. Ik wist in die tijd niet eens, dat pekel in het Duits 'Pökel' was en in het Engels 'Pickle'. Nu, voor ik naar deze reünie ging, heb ik dat pas opgezocht. Ik heb verder gevonden dat 'pekel' een heel onzekere etymologie heeft, dus daar zal ik met de andere reünisten maar niet over beginnen.

Langzaam druppelen ze binnen, de elfhonderd of twaalfhonderd mensen. Gelukkig zijn er nog meer goede bekenden van mijn vrouw en mij onder. Het zal dus zeker een gezellige dag worden. Op het laatst heb ik het gevoel dat we als 'pèkelheringen in een tonne' zitten. En terwijl Mevrouw Netelenbos de openingsrede uitspreekt, zie ik als jongen mijn moeder bij de eerste ingemaakte groente staan: "Kiek jonge, noe mot dee steen zoo lange op dat plenksken blieven liggen tut de pèkel boaven het holt steet". Pèkel, Pökel, pickle, de kloven in moeders vingers werden ermee gevuld, zodat de tranen haar in de ogen sprongen van pijn. De zoutprikkelingen waren talloze 'pikken' van pikhouwelen of kraaiensnavels, die de wonden pijnigden. Zout prikkelt maar pijnigt ook.

De opening is geschied. Met twee klassen jaargenoten geniet ik van deze zomerse junidag. "Vivat de Peeckels ... ", zing ik luid. En ik ben blij dat ik een van 'dee pèkels' uit Salland, Twenthe, de Achterhoek, de Veluwe mocht wezen ... , toen!