Onmundig

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: dinsdag 16 december 2008

Tot laat in de avond zitten wij voor de caravan buiten de luifel te genieten tot de schemering overgegaan is in het volle duister. Zo lang hebben we in deze vakantie nog niet onder de blote hemel gezeten. We voelen van elkaar dat we onuitsprekelijk genieten van de sfeer die hier en nu geademd wordt. "Onmundig mooi is het noe", zeg ik in het Achterhoeks met mijn meer Sallandse uitspraak. En ik kijk naar de miljoenen twinkelende lichtjes aan de donkere blauwe toch bijna doorschijnende hemel. "Wat een onwettend antal sterren steet der boaven ons", ga ik in dezelfde taal verder. Ik kijk opzij. Zwijgend antwoordend zit zij naast me; zij behoeft geen woorden om mij haar gevoelens te bekennen. Ze knikt enkel ... .

Als ik op het pleintje met vrienden sta te praten, dringt binnen de warboel van mijn gehoor plotseling een vraag door. "Bij ons in Twente gebruiken ze het woord 'onmeunig' in de betekenis 'heel erg', 'verschrikkelijk'. Waar komt dat woord toch vandaan, Gerrit?" Ik kijk de vraagster aan. Ik wil heel uitgebreid antwoorden, maar ik kan het niet. Het onmundig mooie met het onwettend aantal sterren met hun ontroering pakt me. Ik antwoord slechts dat ik denk dat onmondig hier onuitsprekelijk betekent, maar dat ik de wijsheid ook niet in pacht heb. Maar de belevenis van die zomer is in volle glorie bij me terug en ik begrijp nu pas goed waardoor de woorden 'onmondig' en 'onwetend' mij toen invielen. Zij waren niet 'gezocht', ze waren uit mijn innerlijk, onderbewustzijn 'opgeweld'. En ik ben heel blij met die gedachte, want vaak wordt mij als dialectgebruiker verweten dat ik koste wat het kost een ten dode opgeschreven taal wil handhaven. Dat is niet waar! Die taal leeft en bij wie die taal gebruikt, doet die taal zijn werk. Bij mijn bezoek en beleving van de toneeluitvoering, in het Drentse dialect, door de toneelgroep van Harm Smeenge, merkte een bezoeker tegen mij op: "Het moet jou wel bijzonder aanspreken". Dat was in de pauze. Ik wist eigenlijk niet wat ik moest antwoorden. Niet enkel, omdat het een oratorische opmerking was, maar omdat er begrip uitging van deze constatering door iemand die mijn taal niet machtig is.

Onwetend betekent 'ergens niet van weten'. Onwettend, onnewettend houdt meer in. Het betekent ook 'geen weet hebben van'. Er staan een onwettend aantal sterren aan de hemel. Er staan ontzettend veel sterren aan de hemel. Je hebt er geen weet van hoeveel sterren er aan de hemel staan. Natuurlijk had ik ook onmundig kunnen gebruiken. Dat betekent immers 'wat de mond niet zeggen kan', 'het is niet uit te drukken'.

Natuurlijk weet iemand die Nederlands spreekt wel dat 'onmondig' in het Nederlands 'minderjarig' betekent. Een onmondig kind mag niet meepraten over de voorname dingen des levens; bovendien wordt het geacht niet mee te kunnen praten. In het dialect betekent het dus meer: onuitsprekelijk. "Wat mooi! Onuitsprekelijk!"

"Zwijg dan liever", zegt een heel goede bekende van mij dan. "Laat je gevoelens niet ondergaan in een veelheid van woorden. Als je 'niet weet' iets uit te drukken of als zaken 'onuitsprekelijk' zijn, hou' dan gewoon je mond".

Zij heeft gelijk. Dat verklaart ook haar zwijgen en alleen maar knikken op die zeldzaam mooie zomerse avond daar op die landelijke camping, waar wij zo onuitsprekelijk zaten te genieten als 'onmundige kinder', die graag als zodanig beschouwd worden, soms ... , omdat zij al lang genoeg allerlei verantwoordelijkheden hebben moeten dragen. Zij genieten liever 'onmundig', dikwijls ... , van hun vrijheid, die hun zeer lief is. Onwetend zijn zij gelukkig over hun toekomst.