Onguur

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: dinsdag 16 december 2008

Ik mag kastelen. Vooral de Middeleeuwse. Ik verzin dan ridderverhalen waarin een lieflijke edelvrouwe de hoofdrol speelt. Toch vertel ik zulke verhalen nooit, want het Middelnederlands of het Middelnedersaksisch beheers ik onvoldoende om in die talen te kunnen vertellen. En al zou ik dat wel kunnen, dan nog zou ik mondeling of schriftelijk mijn verzinsels niet weergeven, want niemand zou me begrijpen. De mensen hebben nu al vaak veel moeite met mijn verhaaltjes. Als ik, zoals nu, in het gure voorjaarsweer naar de resten van slot 'Nijenbeek' aan de IJssel bij Wilp sta te kijken, zie ik wel de zachtaardige, lieflijke slotdame voor het venster staan van wat eens een kasteel of een burcht was, maar ik zou niet durven beginnen met: 'Die gehierige edelvrouwe stand opden torentrans in der wyden velden te schouwen, alwaer haere edelen gheliefde verswonden waere'. Geen normaal mens, die zou weten dat 'gehierig' lieflijk betekent, dat een 'torentrans' de omloop van een toren is. Nou ja, 'schouwen' zit nog in schouwburg, dat is wel duidelijk en 'verswonden' is hetzelfde als het Duitse 'verschwunden' of het Nederlandse 'verdwenen'. Ik zou dezelfde zin ook niet letterlijk in het Algemeen Nederlands kunnen omzetten, want dan wordt het: 'De gure edelvrouw stond op de omloop van de toren uit te kijken over de velden, waar haar edele minnaar in verdwenen was'. Logisch dat die minnaar nooit bij de 'gure' adellijke dame terug zal komen, want gure betekent precies het tegengestelde van 'gehierig', wat toch hetzelfde woord is. 'Guur' weer hebben we dit voorjaar al dikwijls gehad; het is het soort weer dat helemaal niet lieflijk is, het is on-lieflijk, want het is koud, schraal, winderig, droog, vies weer. Feitelijk zou ik dus moeten praten over 'onguur' weer. Ik spreek immers ook over een 'onguur' type, als ik het heb over een man of een vrouw, die er allesbehalve lieflijk uitziet?

"Da's een onguren" of "Da's een ongure keerl", zeggen ze op Oudsaksische wijze, als iemand er monsterlijk uitziet. We zouden ook kunnen zeggen: "Da's een ongehuur", want de 'luu van achter de poal', mensen van over de Duitse grens, zeggen immers: "Das ist ja ein Ungeheuer" of "Hitler war ein Ungeheuer". In het Nederlands: "Dat is een monster" of "Hitler was een monster". Dat 'ongehuur' geeft wel heel duidelijk weer wat een 'onguur' type is. Aan het uiterlijk moet dat ook waarneembaar zijn. Je moet het kunnen zien.

Zo sta ik daar bij die ruïne 'Nijenbeek'. Ik sta er in het gure weer naar een onguur uitziende rest van een burcht te kijken. En ik zit met een probleem, want iemand heeft me gevraagd: "Hoe komt het, dat guur en onguur, hoewel in verschillende omstandigheden gebruikt, hetzelfde zijn gaan betekenen." Ik denk dat op die vraag maar een half antwoord gegeven kan worden. En dat halve antwoord is, dat de betekenis van 'guur' als lieflijk of zachtaardig, verloren is gegaan, in onbruik is geraakt; maar vraag me niet waardoor! Ik denk dat er meer 'onguren' waren, dan 'guren'. 'On-' had dus zijn ontkennende waarde verloren en werd eenvoudig weggelaten. 'Guur' klinkt misschien ook niet zo 'gehierig'. Wie zal het zeggen? Zeker is het dat er over de taalgrenzen heen meer gevallen van betekenis-omkering zijn. Als voorbeeld geef ik 'koud', met onze betekenis van 'niet warm'. Het Duits geeft 'kalt', in orde. Maar het Italiaanse 'caldo' is 'warm' en het Franse 'chaud' eveneens. Ra, ra, hoe kan dat? Geleerden zeggen dat hevige kou net zo erg in je lijf 'brandt' als hevige hitte. Misschien hebben ze gelijk. Ik ben geen geleerde. Hoe het ook zij: Ik vertel geen Middeleeuwse verhalen en dat zal ik mijn lezers vertellen.