Ofschoepen

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: dinsdag 16 december 2008

Mijn tasje met papieren heb ik omgehangen voor ik het schoolerf in Hengforden affiets op weg naar Diepenveen. Ik rijd door de Bokhorsterstraat. Die gaat langs het landgoed 'De Haere'. Wielrennende medeburgers mogen graag van die licht klimmende weg gebruik maken bij wat trainingsarbeid. Er passeert me er nu ook weer een met grote snelheid. Ik krijg plotseling een visioen. Ik voel de tas van mijn schouder gerukt, die wordt me 'of-eschoept', afgeschept, snel afgegrist. In een reflex grijp ik naar de schouderriem, maar die hangt met de tas eraan nog lekker 'um mien nekke'. Die wielrenners zijn trouwens niet zo. Zij zijn enkel en alleen met zichzelf bezig, tenminste op het moment dat ze een sprintje aantrekken. Die hebben geen belang bij tasjesroof.

Ofschoepen. Ik denk aan het grondwoord: schoep. Het heeft te maken met 'schoeve' of 'schuif', met het Duitse 'schieben' en 'Schublade' of 'schoe-oefla'. In Limburg is een schoep een houten graanschop; die heeft opstaande randen. In Veluwse gebieden wordt de naam 'schoepe' wel gebruikt voor een batse, een platte, brede schop om de bovenste laag van het land 'af te schuiven'. Een echte schoepe heeft daar opstaande randen; die doet denken aan de Limburgse graanschop. De schoepe is ook op de Veluwe feitelijk een houten schop. Dat heb ik niet van mijzelf, schiet me te binnen, maar uit de literatuur over die streek.

Ergens in de Achterhoek stond nog niet zo heel lang geleden een vriend van mij in een zaak. Hij had iets nodig; als het kon wou hij het uit de tweede hand hebben. "Ik zal is èèm schoepen", zei de vriendelijke helper. En hij ging aan het zoeken. Hij had ook kunnen zeggen 'schoeben'. Misschien trok hij er zelfs wel laden bij open. Want natuurlijk heeft 'schoepen' hier oorspronkelijk met schuifladen te maken, die een voor een opengetrokken worden om te zoeken wat men nodig heeft. Daar heeft men niet 'geschoept', wie dat zegt, kent 'schoepen' niet, maar men is 'èven an het schoepen ewest'.

In de verte zie ik de renner naar links afslaan. Hij rijdt nu in de Randerstraat en zal straks de Wetering kruisen. Helaas heeft dat watertje in onze gemeente geen watermolen meer met een groot schoepenrad, dat door het water rond 'geschoven' wordt. Ik vind zo'n waterrad met die grote bladen in draaiende beweging zo'n mooi regenbooggezicht als de zon met de lekkende druppels speelt. Dat schoept de muizenissen uit mijn hoofd en maakt me licht en blij. Ik kom nu ook bij het water. Het is helder, weerkaatst zilverig het licht. "Schoepen, schoeben, schoeven, schoewen", zeg ik hardop. Ik hoor de oe steeds langer worden. Is dat in mijn taal gebakken? Heb ik dat geleerd? Komt het door de plaatsverschoe-oeving van de medeklinkers p-b-v-w? Ik kan geen antwoord op deze vraag geven. Ook niet op de vraag hoe iemand schoepen in de betekenis van schooien gaat gebruiken. Laatst zei iemand tegen mij: "Dat ding, dat hef hee mien of weten te schoepen". "O, hef hee oe dat of-egapt", zei ik. "Nee, hee hef het mien of-eschooid", was het antwoord. Is dit een nieuwe betekenis van ofschoepen? Of juist een heel oude bijna vergeten zegswijze? Gooi het maar in mijn pet. Daar zal ik dan later weleens uit schoepen!

Er zijn overigens zoveel woorden met de stam 'scp' die aan elkaar verwant zijn, dat ik daarover maar niet eens meer zal denken. Hoe kwam ik trouwens op 'ofschoepen'? O ja, die wielrenner. Dat visioen is feitelijk een goede waarschuwing, namelijk dat ik mijn tas niet aan de passeerkant van mijn lichaam hangen moet. Als ik bovendien de riem dan over mijn linkerschouder hangen laat, kan ik rustig langs de wegen zzzz ...zchoeven. Lààt maar schuiven!