Ofnokken

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: dinsdag 16 december 2008

Eén fragment uit dat verhaal, dat zich in die mooie meimaand van 1939 afspeelde, treft me steeds weer: "Zee streupten de mouwen op. Toen begonnen ze te worstelen. Ze knokten oke. De tegenstander van Gerrit probeerden voele streken, möör der bleek een scheidsrechter te wèzen. Dee hield alles goed in de gaten. De vechtpartieje duurden wel een hallef uur. Dan lei Gerrit boaven, dan weer dee ander. Toen leek dee ander te goan winnen. Möör Gerrit was toaj. Hee kreeg hem deronder. Toen deej Gerrit wat, wa'k verschrikkelijk vonne: Hee drukten zien tegenstander net zoo lange op de neuze, tut as der blood uutkwam. Toen was het of'elopen. "BLoodneuze hef verloren!" riep de scheidsrechter. Gerrit klopten het stof van zien kleren, kwam nöör mien too. De ander stond bie zien fietse te sjanken." Einde stukje.

In 1939 werd ik twaalf jaar. Dat is negenenvijftig jaar geleden. Ook toen werd er door de jeugd, vooral de jongens, 'geknokt'. In bokshouding stonden zij tegenover elkaar; ze sloegen en stompten er met de 'knokkels' van de tot vuisten gebalde vingers op los dat het een lust was, de 'fienen' tegen de 'roomsen', de 'rieken' tegen de 'rooien'. Na zo'n knokpartij sloegen de belhamels hun handen af, spuugden nog even naar elkaar, en de sterkste snauwde tegen de zwakkere: "En noe ofnokken, hè? En loa'k oe neet meer integenkommen." Dan ging ieder van hen zijn eigen kant op. Ze waren er zich niet van bewust, dat ze de politieke strijd naar het straatfront hadden verplaatst. Tenminste, ik was me dat niet bewust. Later, veel later hoorde ik, dat Gerrit zich tot de knokpartij had laten verleiden door de opmerking: "Voele rooien!"

Wat wist ik toen van taal en politiek? Wist ik dat 'to knock off' Engels was? Dat dat 'afstoten' en 'weggaan' betekende? Misschien wist ik nog niet eens dat 'knoken' en 'knekels' botten waren. Ja, 'knokkels' kende ik; die kon je goed zien als je een vuist maakte. Je zag er dan vier op de grens van je hand en je vingers. En als je goed kneep werden ze wit, behalve als je een vent te hard op zijn kop stootte, dan werden ze gekleurd. Dat 'knok' in het Middelnederlands als 'cnocke' gespeld werd en ook 'gewricht' betekent, daar had ik, denk ik nu, nooit van gehoord. Oudengels, daar kwam ik pas veel later mee in contact, en ik leerde dat 'cnocian', uitspreken als 'knokkian', kloppen met de knokkels was, dus feitelijk knokken. Ook 'kneukel', Hoogduits 'Knöchel' hoort bij deze taalfamilie. Dat begreep ik pas toen ik op school Duits leerde. Dat 'knok' ooit 'nok' kon worden, heb ik nooit begrepen. De Engelsen zullen in het algemeen ook niet weten, waarom ze 'knock' spellen en 'nok' zeggen. Ik denk dat de Engelse taal van veel invloed geweest is op het wegvallen van de k in of(k)nokken.

Ik weet nu dat mijn auto een nokken-as heeft. Daar zitten dus blijkbaar knokelige gewrichten op. In sommige streken in Nederland is 'nokken' knopen, breien. Het is leuk dat je met je knokkels kunt 'knakken'; dat is het geluid dat je kunt maken als je de gewrichten van de vingers op een bepaalde manier buigt. Volgens mij is 'knokken' ontstaan uit klanknabootsing. 'Knokken', 'knakken' en 'knikken' zijn niet los te zien van elkaar. "Hebt iejluu verloren?" Hee knikten. "Ondanks al ons knokken hebt ze ons hoaste weten te knakken, möör wie zult neet ofnokken".

Dat verhaal over het verleden lees ik nog eens over. De mens verandert niet. Leven blijft knokken. Velen nokken af. Het zijn niet de slechtsten. "Ens nok ik of. Ik hoape dat der dan wat van mien nog een tiedjen blif. Wöörumme feitelijk?" Ik zeg het hardop. Als toegevoegde waarde? Misschien toch!