Nedersaksisch

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: dinsdag 16 december 2008

Hoe schrijf ik een inleiding voor de nieuwe rubriek 'NEDERSAKSISCH' van mijn 'DEVENTER DAGBLAD'? . . .

Door het achterraam van onze woonkamer kijk ik de tuin in. De eekhoorn (in het Twents kateeker) zit boven in de noteboom, "in de 'nötte'", zeg ik zelf altijd. Een mens kan zijn Nedersaksische taalafkomst niet loochenen.

Ineens zie ik me in de gedaante van mijn eekhoorn boven in mijn eigen 'nötte' zitten om 'nötten' te zoeken. Dat zal nu niet meevallen, want het 'wintert' en de drie boomstammen zijn kaal.

Ik zie dat ik op hoog niveau zit, namelijk op 1994 na Christus, wat het hoogste niveau is dat er bestaat. Ik overzie mijn 'taalgebied'. In het noorden kan ik over de Waddenzee heen de Noordzee zien, in het westen de lijn Barneveld - Harderwijk, in het oosten Hamburg meer naar het noorden, en Hannover. Daar noemen ze mijn taal geen Nedersaksisch, maar Nederduits. Dan kijk ik naar het zuiden. Daar zie ik alles wat vager, want het is er enigszins mistig. Is dat Keulen? Warempel! Ik weet dat in het door mij waarneembare gebied een taal gesproken wordt die vele streektalen kent, zoals Twents, Munsters, Gronings, Drents, Stellingwerfs, Sallands, Oostveluws, Achterhoeks. Zij zijn weer onder te verdelen in allerlei dialecten: Deventers (in soorten), Diepenveens, Raaltes, Bathmens of 'Battums', Weststellingwerfs, om maar eens wat plaatsen en gemeentes in Salland te noemen. Ik voel me altijd weer een beetje blij, als iemand mij, de eekhoorn Kuijk, in een dialect uit het Nedersaksisch taalgebied aanspreekt, want dan hoor ik vaak meteen 'wöör de sprèker vandan kump' '...heer kump', '...vort kump', waar de spreker vandaan komt.

Ik loop langs de Nedersaksische stam naar beneden en kom in het Middelnederduits terecht en op niveau 1200 vind ik zoaar een noot waar 'nuz' op staat. Dat is leuk zeg! Dan daal ik af naar 900. Helaas vind ik daar in deze tijd in het Oudsaksisch geen noot. Geen nood, ik ga gewoon verder. Ik kijk eerst nog even opzij, naar Oudhoogduits, en wat zie ik? Een noot met het opschrift 'note'. Dat is een vondst, ik eet de 'nötte' meteen op. Nu kom ik op de Westgermaanse stam terecht op 850. Ik daal tot de 'strampe' (gaffel) op 0, en ik zit op de oerstam van de minstens 3000 jaar oude boom. Langs Oudgermaans en Germaans kom ik in het 'grös' neer. Het is een zachte en veilige landing.

Wat nu? Ik moet onder de grond zien te komen. Ik wil weten waar mijn 'taalwortels' liggen. Als een bezetene begin ik in de grond te wroeten. Dan bedenk ik me. Deventer en Raalte zijn niet in één dag gebouwd. Ik heb misschien jaren de tijd om te 'grasduinen' en te graven. Voorzichtig krab ik een opening in de grond. Ik kom bij een hoofdwortel. Er zit een briefje opgeplakt. 'Hier begint het Indogermaanse gebied. Gasten van harte welkom'. Dat is mooi. Maar er staat nog meer op dat papiertje: 'U bent nu al op niveau 3000 voor de geboorte van Christus'. Maar ik klim weer naar boven om meer 'vruchten' in de 'taalboom' te zoeken, al is het winter. Ik klim langs Germaans, Oudgermaans, Westgermaans, Oudsaksisch, Middelnederduits, en ik kom weer in Nedersaksisch terecht. Hier ga ik rondreizen voor mijn plezier, vooral in het Westoverijsselse.

Plotseling ben ik weer mijzelf. Ik weet wat ik ga doen. Deze droom is het onderwerp van mijn inleidende 'kollum' over het NEDERSAKSISCH.