Nagelhout

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: dinsdag 16 december 2008

Lekkere belegde broodjes hebben ze hier in Heino. En ik neem een flinke hap van mijn broodje-rookvlees. En dan verslik ik me bijna van het lachen. Plotseling moet ik denken aan dat verhaal van die leraar, aan de technische school, die daar Nederlands gaf, en die zijn lessen zo spannend mogelijk wilde maken. Het was een Achterhoeker; hij beheerste zijn dialect goed. "Jonges", had hij een keer gevraagd, "wee van ule hef der welis nègelholt ezeen?" En ondertussen schreef hij 'nagelhout' op het bord. De jongens, meisjes trof je toen nog niet bij de timmermansopleiding, staken allemaal de hand op. "Hoe zut dat der dan uut?" Een van zijn leerlingen beschreef keurig hoe donkerbruin met wat lichtere strepen en randen nagelhout eruit zag. "Wöörumme heet het nègelholt?" Dat wisten ze niet. Mijn collega vertelde over kruidnagelen, wat gedroogde bloemen van de kruidnagelboom zijn; dat die kruidnagels 'nègels' genoemd worden, omdat ze op 'spiekers' leken en een nagel is een spijker. Hij zal er ook wel bij verteld hebben dat 'nègel' in het Middelnederlands 'negel' of 'nagel' was, in het Engels 'nail', en in het Oudsaksisch 'nagal'. "Nagelhout is dus Kruidnagelhout. Maar waar lijkt nagelhout op?" En hij haalde een stukje of liever een 'humpken' (hompje) rookvlees voor de dag en liet dat aan de jongens zien. "Op rookvleis, mijnheer, dat zee'j met een beetjen fantasie wel", zei een van de knapen. "Juust", zei mijnheer. "Heb' ulie welis in de etalage van een slagerieje ekeken? Dan hei'j wel ezeen dat door hompen vleis in leien. Nou, dee bint vake noa'emaakt; holten hammen en holten stukken rundvleis en holten stukken rookvleis. Dat holten rookvleis zol best van nègelholt emaakt wèzen können."

De jongens geloofden hem maar half, toen mijn collega zei, dat daarom rookvlees wel nagelhout genoemd wordt. Daarom besloot hij de jongens zelf de proef op de som te laten nemen. Hij stuurde onder schooltijd een paar knapen naar de slager om een half pond 'gesnejen nègelholt' te kopen. De rest van de klas kreeg in die tijd gelegenheid met eigen woorden het verhaal van de kruidnagelboom, die op de Molukken groeit, na te vertellen in heel eigen bewoordingen. Toen de jongens daarmee bezig waren, werd er geklopt aan de deur van de klas. Mijnheer deed open. Het was de rijksinspecteur van het onderwijs. Dat was onverwacht en niet zo mooi. "Waar bent U mee bezig?" vroeg hij. "Ik geef een les over nagels en houtsoorten en rookvlees", zei mijn collega. De inspecteur keek of hij het in Keulen hoorde donderen. "Rookvleesss?" Op dat moment kwamen de boodschappenjongens binnen. "Mijnheer, iej hadden geliek', nègelholt is rookvleis." Toen ging de inspecteur een lichtje op. Hij begreep dat hier op een fantastische, ludieke manier de beeldspraak door vergelijking en naamsverwisseling was besproken; en ... hij nam de les over. Hij vroeg of de jongens ook nog wisten wat 'rompslomp' was. Neen, dat kenden ze niet meer. Hij vertelde dat dat de vellen en ander zacht afval was na het slachten, en dat hij vroeger voor zijn hond weleens "voor een dubbeltje rompslomp voor de hond" haalde. Eén keer had hij iets gedaan, wat zijn vader niet zo leuk vond. Hij was de slagerij binnengestapt en op de vraag van de slager: "En wat mot iej, keerltjen?" had hij gezegd: "Een dubbeltjen rompslomp veur de hond, möör neet zoo vet, anders lust mien vader het neet!" Alle mensen in de winkel hadden krom gelegen van het lachen. Het is geen wonder dat ik nu weer dat tafereel in die winkel voor me zie en opnieuw in een luide lach uitbarst.

Zo, mijn broodjes zijn op. Even afrekenen. Later schrijf ik deze gedachten wel op. Nagelhout, mooie naam. Nègelholt ... mooieder.