Muur

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: dinsdag 16 december 2008

De lente wou maar niet komen dat jaar. De boeren klaagden steen en been. Ze konden met geen mogelijkheid op het veld aan het werk. En het zag ernaar uit dat het koude schrale en te droge weer nog een hele tijd zou aanhouden. Als kinderen stonden we bij dit alles niet stil. Voor en na schooltijd speelden we buiten onze straatspelletjes als verlös, kriegertjen, bokspringen en ga zo maar door. Tegen zes uur, als het begon te schemeren, gingen we naar huis om brood te eten; daarna werd het gezellig in de kamer bij de warme kachel. Moeder zat kousen te stoppen, Vader las de krant, wij speelden op het zeil of aan tafel. Soms vroeg Moeder wat aan ons: "Hoe ging het vandaag op school?" "Is de nieuwe juffrouw er al?" Dan ontstond er een gesprek. Af en toe sprak Moeder dan dialect tegen de oudere kinderen. Dan luisterde ik goed naar haar, want ik vond ons dialect gewoon mooi. Toen moet ik dat woord al opgepikt hebben. Maar omdat herinneringen vreemde dingen zijn, een mens kan zich gebeurtenissen herinneren die nooit plaatsgevonden hebben, heb ik laatst mijn oudste broer eens naar de betekenis van dat woord gevraagd. "Ken iej het woord 'muur'?" "Joawel, dat is zachte en verrot", zei hij. Dan was mijn herinnering waarschijnlijk juist.

"Gerrit, wil je even een maaltje aardappels uit de kelder halen? Dan kan ik die vast schillen". Moeder keek me vriendelijk aan. Ik ging naar de kelder, die dat voorjaar door de winterse droogte niet onder water stond, pakte het eerpelbäksken en deed het vol aardappels. Die begonnen al aardig uit te lopen. Toen ik weer in de kamer kwam, zette Moeder haar 'stopmande vot' en zij begon razend snel te schillen. De 'schelle' van één aardappel waren bij haar vaak een geheel. Ook nu weer pakten wij een halve aardappel, staken daar een breinoalde in, drukten het kapje van de schil op de punt van de naald. De schil werd een slinger langs de breinaald. We zetten de halve aardappel op de schoorsteenmantel boven de haard en ... de draaimolen deed het.

Toen ineens de stem van moeder: "Bah, de eerpels begint härtstikke muur te worden. kiek is, dissen bint zoo zachte en zwärt; 't wördt tied dat de niejen komt, möör dat zal wel een moand later worden straks!" Ze wees ons op de over-gerijpte knollen. Ik wist meteen wat muur was. Het gekke is dat ik het in het Deventers nooit gehoord heb, terwijl mijn moeder een Deventerse van geboorte is. Het kan zijn dat zij het uit het Achterhoeks opgepikt heeft, want in een aantal dialecten daarvan is muur hetzelfde als overrijp.

Toen ik Duits moest leren, kwam ik 'mürbe' tegen: rijp. Mürbe is in het Nederlands 'murw', in het Middelnederlands en Nedersaksisch 'muur'. Dat wetende ging ik goed beseffen wat 'iemand murw slaan' inhoudt: 'iemand verrot slaan', 'iemand knedens-week slaan', 'iemand tot slaafsheid slaan'.

Zo is 'iemand murw maken' een verschrikkelijke uitdrukking in haar werkelijke betekenis. "Kijk, Gerrit, als de rogge in augustus of oogstmaand muur op het land staat, dan mag ze overrijp zijn, maar voor de boer is er misschien nog het een en ander te redden", zeg ik tegen mezelf. "Maar als de boer murw geslagen wordt door plagen onder het vee en door plantenziekten, dan is dat zijn ondergang". Muur en murw, gelijke taalstam, beide zacht en week, maar wat muur is, is dat geworden, wat murw is, is dat gemaakt.

Nog zie ik Moeder zitten met de 'mure eerpels' in het bakje op haar schoot. Ik zie haar de goede aardappels een voor een opvissen uit de bak: "Goed, dat Vader genog winterveurroad in-eslagen hef, möör wie mot der neet te scheuts (royaal) mee wèèn, want met dit weer wordt de vrogge eerpels late en heel duur".