Meuje

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: dinsdag 16 december 2008

In een van onze dorpswinkels komt hij al op me af, als ik nauwelijks binnen ben. Ik ken hem al ook heel lang. Wel veertig jaar geleden volgde hij me op als jeugd-ouderling van de Hervormde Gemeente, toen wij noodgedwongen naar Deventer verhuisden. We praten altijd onze eigen taal, als we elkaar ontmoeten of 'integen komt'. "Ik hebbe nog een heel mooi woord veur oe", zegt hij, "Meuje". Hij spreekt het natuurlijk heel goed uit, net of er een brouw-r achter de -eu- staat: "Meu(r)je". Dadelijk achter elkaar heb ik drie weerumme-flitsen of in standaard-Nederlands 'flash-backs'. Ik zit eerst in de midden-dertiger jaren. Ik lees "Hans in het Bos" van W.G. van der Hulst of Anne de Vries, dat weet ik niet zo gauw meer. In ieder geval gaat dat kinderboekje over Miene-meu, een wat oudere vrouw en de tante van Hans. Ze wonen in een huisje in het bos. Hans heeft, meen ik, geen ouders meer, en hij wordt door Tante Miene opgevoed. Hij is nog geen zes jaar oud, want hij gaat nog niet naar school. Het is een vrolijk verhaal in het begin, maar de droefheid begint als Hans ernstig ziek wordt. Twee kinderen, die elke dag langs Mien-meu's huisje komen, en die elke dag naar de vrolijke gezonde jongen zwaaien, maken de droefheid van Miene-meu mee. Ze kunnen het meelijden bijna niet verdragen. Maar gelukkig, zoals meestal bij Van der Hulst of De Vries, loopt het verhaal goed af.

Dan zie ik die jongen voor me uit een plaatsje in de Achterhoek. Hij zat achter ons in een èèthuusken, waar we op een fietstochtje wat dronken en aten. Een wat oudere, zeer gezette boerenvrouw kwam de gelagkamer binnen, vergezeld van een al even corpulente boerenman. Ze waren in kistentuug. Ze moesten zeker naar een bruiloft of een begrafenis. Toen klonk in onze ruggen die heldere jongensstem: "Boh foi, wat een vetpoeste is den keerl, en wat een meujenvet hef dat wief op het lief!" Het knalde door de ruimte. De beide boerenmensen reageerden niet, op de woorden niet, ook niet op het gelach van de gasten. De gastvrouw liet de jongen wel het gelag betalen, denk ik, want ze ging op hem af, sprak hem ernstig sissend toe, waarna de jongen opstond, en hij verliet het pand als een ontevreden klant.

Tenslotte zit ik op 'vesite' bij een heel oude vriendin, in twee betekenissen. We hebben het over relatie-aanduidingen. We praten over Harm-ome, Gerritjen-meuje, tante Griet en ome Jan, en ga zo maar door. Er brandt me ene vraag op de lippen. Maar de gastvrouw is zo geestdriftig over haar familie aan het 'kuieren' dat ik er 'hoaste neet tussen kommen kan'. Maar eindelijk lukt het dan toch: "Iej zekt manges meuje, möör soms oke tante; wat is noe feitelijk het verschil?" "Joa, wat is het verschil. Doa mo'k is effen oaver noadenken. Bie ons in Wieje was het geleuf ik zoo, dat de tantes en de omes dee in een burgerhuus woonden en een burgervak hadden, ome of tante eneumd wördden met de veurname derachter, mar de butenluu of boeren, dee wördden eerst met de veurname an-eduud en dan kwamp -ome of -meuje".

PLotseling sta ik weer in de dorpswinkel. De flitsen kunnen samen niet meer dan een seconde geduurd hebben. Ik zeg tegen degeen die mij het woord 'meuje' heeft aangereikt: "Iej meent meuje in de betekenis van tante?" "Ooh, iej kenden het woord", zegt hij. "Joa, en het lik mien een schitterend woord um is andacht an te besteden; der zit een heleboel in". En natuurlijk denk ik daarbij meteen ook aan de verzorgende taak van een moei, want moei is de Hollandse naam voor een meuje. Ik denk aan pete-moei en natuurlijk aan moe-der, waar moei vanaf stamt.

Met een "Nog bedankt" besluit ik ons korte gesprek.