Memme

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: dinsdag 16 december 2008

Van Hemelvaartsdag af, of liever vanaf de avond daarvoor, kampeerden ze 'bij de boer'. Ze zouden tot na de pinksterdagen blijven. De kampeerboerderij was in het oosten van het land; het kon er fijn worden, want het bedrijf was nog in bedrijf. Melkkoeien waren er, kalfjes, ook wel kiesjes genoemd. Er werden scharrelvarkens gehouden. O ja, gemolken werd er met de hand. Dat stond allemaal in de folder, die Moeder had ontvangen. Ze was heel enthousiast geworden; ze zei tegen de kinderen, dat op die boerderij misschien ook wel "een beetje een andere taal" gesproken werd, namelijk dialect. "Wat is dat nu weer?" vroeg het oudste meisje van zeven jaar. "Dat is een taal, die wel familie van het Hollands is, maar die toch anders klinkt", zei Moeder. "Ik zal je een voorbeeld geven: Jij bent klaar met je huiswerk, de boer is kloar met zien wark". "Ik snap het", zei Els, die een tien voor taal had. Myra, het jongste dochtertje, vijf jaar, begon te lachen: "Wat een koeterwaals", zei ze. Moeder lachte mee.

Toen Vader die woensdag wat vroeger van de reis terug was, reden ze met hun 'sleurhut' naar de Achterhoek. Na anderhalf uur rijden kwamen ze op de boerderij, kregen een mooi plaatsje in de bongerd met oude hoge fruitbomen, en snel waren ze 'ingericht'. Toen kwam de boer even kijken. Hij leek tevreden.

"Woll'n de kinder bie het melk'n wèèn, märnvrog?" "Of jullie bij het melken willen zijn, morgenvroeg", herhaalde Moeder. "Ik heb hem best verstaan", bitste Myra, "Hij spreekt Boerentaal en geen Koeterwaals, zoals jij". "Ik sprèke Achterhooks of Plat", zei de boer. "Een boel stadsen hier proat ook zoo, of een heel klein betjen anders".

De volgende morgen, heel vroeg. De kinderen, en Moeder en Vader, staan naar het melken te kijken. Ze kijken hun ogen uit, hoe de melk in de emmer spuit. "Die borst heeft vier spenen, jij hebt er in totaal maar twee", zegt Els. "Hoe komt dat?"

"Dat weet ik niet",zegt Moeder, "maar misschien weet mijnheer de boer dat wel". "Nee, dat wee'k ook nee', mar ik wete wel andere dinger van de koo: Zon speen of tepel neume wie een memme. Der bint ook nog streek'n wooras ze dat een mamme neumt. Heel vrogger, in de middeleeuwen, heetten het al een mamme. Dat is al een poar honderd joor weerumme. De hele borste heet bie een koo de uiers; iej zeet wel dat dee uut twee stukken besteet. an elk deel zit twee memmen. 'Memmen' of 'mammen' is an de borste zoegen. Oew mamma hef oe meschien wel de borste egeven vrogger. Doorumme neum iej heur noe nog 'mmemmammma' of 'Mamma', umdat dee melk zo lekker was". Ze beginnen allemaal te lachen. "Is dat waar, Mam?" vraagt Els. "Het kan best waar zijn", antwoordt Moeder.

Na de derde koe willen de kinderen naar de caravan; ze hebben genoeg van het gemelk. In de caravan zoekt moeder tussen haar boeken. Ja, ze heeft het bij zich: "'n Kleddeken Achterhooks", deur H.J.A. Hulshof m.m.v. A.H.G. Schaars. Ze zoekt op 'Memme'. Ze vindt: Memme - 1) tepel. 2) "An de veurste memme liggen" - wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het beste. 3) "Leide mos melken; melken de koo; 'Verdorie', zei Leide, 'de memme zit too'; Too nam ze 'n streuken en porden der in; 'Bo wisse', zei Leide, 'No he'k 'n begin'" (riemken). 4) borst. "Dat mense had mi'j toch 'n paar memm". Kiek bi'j: titte.- "An de veurste memme liggen", zegt ze hardop, "dat doen we als varkens hier. In de derde wereld liggen ze aan de achterste memme, dus! Deze taal wil ik leren. Het is taal van melk en honing, die jou doet beseffen dat je in het beloofde land leeft, nog steeds!"