Mede

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: dinsdag 16 december 2008

Toen ik Arie een theelepeltje honing in zijn koffie zag doen, zag ik enig verband. Daarvoor had ik nooit geweten wat ik met 'möö' of 'meu' aanmoest. Voor die tijd had ik die twee woorden een paar keer gehoord van heel oude mensen, tegen de honderd waren ze, waar ik op bezoek was. Bij een van hen, herinner ik me, kreeg ik bij het bakje leut een stuk krentenwegge, dat zwart van de vliegen was. Ze vlogen op, toen ik het brood naar de mond bracht, terwijl ik hoorde: "Wo'j wat möö in oew koffie?" Terwijl ik nog ja knikte, hoewel ik niet wist wat möö was, ging er een lepeltje bruinige suiker in mijn kom. En daar was meteen die vraag: Hoe krijgt suiker de naam 'möö'? En die vraag hield me jaren bezig. Natuurlijk wist ik dat honing eeuwenlang een van de zoetmiddelen geweest is, toen riet- of bietsuiker hier nog niet gebruikt werden, maar ik had nog nooit een associatie gehad met 'meu'. Maar toen ik Arie honing in zijn koffie doen zag, was de verbinding er ineens. Een andere naam voor een honingdrank, dacht ik plotseling, dat is 'mede' of 'mee', in onze dialecten waarschijnlijk 'meu'. Mee naast meu, zoals zeven naast zeuven, tegen naast teugen. Zou het kunnen zijn, dat 'meu' eerst de naam geweest was van de hele koffiedrank met honing? Dat is natuurlijk een vraag die niet beantwoord kan worden, totdat er iemand opstaat en zegt dat in zijn streek een kop koffie met honing nog die naam heeft. Hoe het ook zij, als 'meu' van 'mee' of 'mede' komt, is het al een heel oud woord.

Volgens de boeken wordt het in het Oudindisch al aangetroffen als 'madhu'; het is dan de naam voor een zoete drank, ook voor honing en wijn. In het Oudkerkslavisch komt 'medu' voor. In het Litouws bestaat 'medus' nog steeds als naam voor honing. Het Oudengelse 'meodo' doet me vermoeden dat honing in het Oudsaksisch 'meudo' was of iets dergelijks. Naar het Nedersaksische 'meude' of 'meu' (möö) is dat maar een kleine stap.

Nadat ik Arie 'mede' in zijn koffie had zien doen, heb ik verscheidene mensen gevraagd of zij het woord 'meu' of 'möö' in de betekenis van 'mede' kenden. In negentig procent van de antwoorden klonk door, dat zelfs het woord 'mede' niet meer gekend werd. Maar toen had ik geluk. Op de laatste reünie van de Kweekschool ontmoette ik een klasgenoot van mijn vrouw. "Ik lèze oew stukskes in de krante", zei hij. "Weet iej wat ik ook zon mooi old woord vinde? Möö. Mien opoe vroeg altied of ik ook 'möö' in de koffie hebben wol. Dat was suker". Die klasgenoot is midden zestig. Dat betekent dat zo'n kleine veertig jaar geleden deze man nog wist dat 'meu' met zoetigheid te maken had. Ik ben dus niet de enige die herinneringen heeft aan 'meu'; en dat vind ik fijn.

Hem heb ik niet gevraagd of hij 'mede' ook kende, het woord dat uit het Middelnederlands afkomstig is. Mijn cirkel was immers voorlopig gesloten. Wat in mijn jeugd aan de koffie begonnen was op een boerenplaats ergens in Salland, had via de koffie met honing van Arie en de opmerking van een reünist na vele jaren een afronding gevonden.

Of de door mij hier genoemde zoetstofnamen in onze dialecten zullen weerkeren? Eigenlijk hoop ik het; ik weet niet waarom. Ik heb er wel een gevoel over: oude namen dragen bij aan de taalrijkdom, nieuwe namen kunnen rijkdom toevoegen. Maar ja, ook de taalemmer loopt over, als hij vol is. De vraag blijft of die emmer wel vol kan lopen. Of is er een individuele taalemmer? Die indruk krijg ik steeds meer. Sommige mensen hebben er een zeef inzitten. Vaak is de emmer bodemloos. Men kan dan de emmer met 'meu' blijven vullen, maar de zoete smaak ervan wordt niet geproefd. Voor mij blijft taal melk met mede!