Märkoale

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: dinsdag 16 december 2008

Sinte Markoen. Ik heb de naam nog nooit gehoord. Het moet een heilige zijn die zijn naam gegeven heeft aan een ziekte die aangeduid werd, wordt met 'het koningszeer'. Sinte-markoen wordt deze ziekte genoemd, omdat de Heilige Markoen aangeroepen werd ter genezing ervan. Markoen is in het Oudfrans Marcoul. De oorspronkelijke naam is Sint Marculphus. Sinte Markoen is een gewestelijke verbastering. Het is trouwens een naam die bij mij associaties oproept met 'meerkol' en het Duitse 'Markolf'. Een Markolf is een lachende grappenmaker. Is er verband met Marculphus, dan is dat ook een clown geweest.

Hoe kom ik er ook al weer op? O ja, ik werd gebeld door Gonny. Zij is de moeder van een dialectvriend en ze zat vroeger op dezelfde middelbare school als ik. Ze vertelde me dat ze bezoek gehad had van iemand die veel belangstelling had voor haar tuin. "Wat een mooie merkol zit der biej oe in de tuin!" zei de bezoekster. "Gerrit, eerlijk, dat woord had ik nog nooit eheurd!" zei Gonny. "Een märkoale is een vlaamse gaai", zei ik. "Ik zal er eens een stukje aan wagen".

Meerkol. Het woord is samengesteld uit meer, waterbekken en watervlakte, en kol. Kol komt van colle, wat hoofd en bles betekent. In het Oudengels is een coll een heuvel, Oudnoors 'collr', ronde bergtop of kaalkop. Een bles is een witte plek op het voorhoofd, vandaar de naam Bles voor een paard met dat teken. Een meerkol is dus een meerkoet. Meerkol wordt door veel mensen als een verouderd woord beschouwd.

De Vlaamse gaai is een heel andere vogel. Hij is kenbaar aan zijn grappig schaterende lachen. Ook zijn kleurentekening heeft een vrolijk makende aanblik. De Duitsers moeten hem eens een Markolf genoemd hebben, een grappenmaker, een naam die in Oost-Nederland overgenomen moet zijn, want in Twente en de Achterhoek treffen we twee namen voor deze prachtige vogel aan, namelijk 'markolf', 'markol'. Het laatste woord werd nog verder naar het oosten 'merkol', 'märkoale'. En de verwarring met 'meerkol' was geboren. Wanneer dit allemaal gespeeld heeft, is nauwelijks meer na te gaan. In het Middelnederlands tref ik al aan 'marcolf' als 'een soort van kraai of ekster'. Misschien zijn er nog gewesten waar die 'grappenmakers' en 'lachende krassers' als 'meerkol' geduid worden. Maar gelukkig is het mijn taak niet een tijdpad van taalveranderingen na te gaan. Ik zou dat niet kunnen. Ik heb nu eenmaal een bepaalde opvatting over tijd: de tijd verloopt niet, het leven verloopt; en taal is levensloop! Ik kan slechts opnamen daarvan maken gedurende mijn 'loop' of 'pad'. Het pad van mijn voorgangers kan ik enkel volgen door hun 'momentopnamen', vastgelegde feiten!

Dat is wat ik ook nu weer doe. Dan kan ik namen geven en verbindingen die in mijn geest 'gebeuren'. Daar worden stukjes geboren, waar ik eigenlijk geen invloed meer op heb. De associaties volgen elkaar op. Conclusies mag ik, vind ik, feitelijk niet eens trekken. Het is wiskunde maar dan 'chaotisch'. Conclusies trekken zichzelf. En ze volgen elkaar op. In de taal worden steeds nieuwe feiten geboren. En dat is het mooie van TAAL met hoofdletters!

En ik weet dat het nu voor mij allemaal veel te moeilijk wordt! Ik kan het niet meer overzien. Het is als de groei van een boom, die zich immer weer vertakt. Het lijkt een warboel van takken, maar het is een ... leefbaar wiskundig systeem. Het is als met de taal.

Wie of wat mij op al deze gedachten brengt, ik weet het dus niet. Ik weet voor deze tekst nog wel waar het begon: Rrrrrriiiinnggg ..... . En mijn vrouw nam meteen op! "Gonny is aan de lijn ... , je weet wel .... ." "Met Gerrit ... ." en zelfs Sint Marculfus kan niet weten waarom de märkoale toen lachte ...