Malen

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: dinsdag 16 december 2008

Bijna op de grens tussen de gemeenten Diepenveen en Bathmen sta ik nu, bij de molen van Oude Molen. "Jammer dat de mölle neet dreit", denk ik, "dat e (hij) neet maalt, dan konden mien malende hersens is (eens) èven met dreien (draaien) opholden". Niet dat ik malende ben. Ik ben meer een mol, die met zijn voorpoten als molenwieken zich door de grond draait en wroet; daarbij maakt hij ook nog eens de grond fijn. Hij maalt zich door de bodem en maalt de grond tot meel, zoals de molenstenen malen om het graan tot op fijn zand lijkend meel te malen. De molenaar heet waarschijnlijk geen Meuleman, Meulenmeester, Mölleman, Mulder of Molenaar. Hij zal er wel voor waken de zakken meel door het mulle zand te slepen. "Het mèèl wördt netjes erejen", denk ik.

De Indogermaanse vorm van draaien ken ik natuurlijk niet, maar die vorm van zo'n vierduizend jaar geleden kan ik me wel voorstellen, want ik ken de Latijnse vorm voor 'fijn maken'; dat is 'molere'. Laat ik de klinkers weg, dan blijft 'mlr'. Als ik dat uitspreek, krijg ik 'mulr'. Zie wel, dat ik sta te malen. Dit heeft geen enkele zin. Ik zal dat woord nooit kennen. Wel ken ik uit het Russisch 'molot', dat meel betekent, in het Armeens 'malem', dat meel, molm en mul kan zijn. In het Oudsaksisch vind ik het woord terug als 'malan', dat is fijn malen. Ja, terwijl ik daar sta, malen mijn hersens maar door. En ... ik vind dat steeds prettiger, want het is net een tollende en groeiende sneeuwbal: het gemaalde wordt steeds meer, neen, niet in de betekenis van 'schilderij'; dat woord heeft hier niets mee te maken.

Wat was er nou het eerst bijvoorbeeld, malen als 'draaien' of malen als 'fijn maken'. "Goeie vraag, Kuijk", zeg ik luid. Ik denk dat ik het antwoord moet zoeken "bie de mölle dee water maalt, of de mölle dee holt zaagt". Zij malen wel op wind- of waterkracht, maar zij malen niet fijn. De molen die water maalt, is met recht een gemaal: hij draait het water als het ware naar een andere, betere plek. De op water- of windkracht draaiende houtzaagmolen is een 'milieuvrindelijke holtzagerieje', zoals de Bolwerksmolen bij de Wilheminabrug te Deventer en Voorst. Ik denk dat malen heel oorspronkelijk betekent: wind en water voor de mens laten werken. Maar wie ben ik? Altijd blijft de vraag: Wat was eerst, de kip of het ei?

Er zijn zeker vijf woorden 'maal', die met 'malen' en 'molen' weinig of niets te maken hebben. Zo hebben we bijvoorbeeld eenmaal, andermaal, derdemaal. Dat heeft wel met draaien te maken, maar meer met het draaien van de aarde om de zon. Maal is hier een steeds weerkerend tijdstip. Een maaltijd zou volgens vele taalonderzoekers dan ook dubbelop zijn; het maal is al de telkens weerkerende etenstijd. Het Oudsaksische 'mal' ( met lange -aa-) is 'muul' in de betekenis van 'vuil'. Het heeft geen enkele verwantschap met molen, ook al wordt tegenwoordig alle vuil gemalen voor verdere verwerking.

Kom, ik moet verder, Bathmen in. Eens kijken of ik er nog ergens een warme bakker kan vinden om een paar 'breudjes' te kopen. Er is meel in soorten, er zijn broodjes in soorten, wat zeg ik, in vele soorten. Bakkers en Mulders, eigenlijk in omgekeerde volgorde, zijn een onmisbare schakel tussen landbouwers en verbruikers. "Döör mot de verbruker wel denken umme doon", zei mijn Moeder altijd. "Dee mensen modde wie in ere hollen". En ze had gelijk. Ik rijd langs het bord 'BATHMEN'. Ik ben nu in de gemeente van die naam. Terwijl mijn trappers malen, malen mijn hersens verder: "Bathmen of Battum, wat zekt(zeggen) ze hier feitelijk?"