Luk

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 15 december 2008

Onze familie wordt maar groter en groter. Nu is er weer een nichtje bij gekomen. Haar roepnaam is Iris. Die naam doet mij onmiddellijk denken aan Jacques Perk: Ik ben geboren in zonnegloren en een vochtige zucht van de zee _ . Zo begint zijn gedicht over de regenboog, Iris, en de zuidenwind, Zefir, de koele zeebries. Ik ken het gedicht nog gedeeltelijk uit mijn hoofd, zo vaak heb ik het in mijn lessen besproken. Dat bedenk ik allemaal, nu we in de auto zitten om naar die nicht te rijden die moeder geworden is.

Als we bij het bedje van de borelingske staan en ik het gitzwarte haar op het rose kopje zie, word ik lyrisch. En op zulke momenten zwijg ik. Ik schiet zo vol, dat ik niet kan spreken zonder tranen en die wil ik inhouden. Ik lach lieflijk en ik schrei inwendig. Ik weet dat deze manier van spreken die van een tachtiger is, maar zo ben ik nu eenmaal. Ik grif een zin in mijn geheugen die plotseling in mij opkomt: Wat een lutke mèken, een bleumken nog in het knöpken. En dan valt me meteen een tweede zin in: Wat een prachtig köpken _ !

Dan wend ik me af. Ik wil het beeld van deze wakkere boreling zo vasthouden.

Het woord lutke laat me niet meer los. Ook de stam ervan, lut, niet. Ik heb een neef die in Lutjebroek woont. Ik ben er wel eens doorgekomen, als ik naar Ursem reed over Enkhuizen. Lutjebroek kan haast niets anders betekenen dan klein moerassig stuk grond, wan lutje is klein. Lutje heeft naast zich lutke en luttien. Toevallig weet ik dat het buiten de Germaanse talen niet voorkomt. In het Engels, in gedachten spel ik het maar even zoals ik het uitspreek, 'littel'. Ook dat betekent klein. In de Achterhoek is de merkwaardige vorm 'luk' nog altijd in gebruik. In andere delen van Nederland wordt soms nog 'luddek' of 'luttik' gehoord. Ik vond eens in mijn Middelnederlandse woordenboek 'luttic'.

Ik herinner me nog de tijd dat ik suiker nam in de thee en in de koffie. Toen heb ik ergens 'luk' leren kennen. Het moet in de buurt van Eibergen geweest zijn. Ik weet het niet meer. Het was in ieder geval in een boerderijrestaurant. Daar zat een bont taalgezelschap aan, waardoor allerlei taalklanken te horen waren. Op grote dienbladen werd de koffie met krentenbrood geserveerd. Ineens hoor ik: "Doot mien effen luk suker in de koffie _ ". Luk suker. Een beetje suiker. Maar dan zonder lidwoord, niet "een luk suker", maar "luk suker". In het Deventers laat ik bij een woord dat 'een beetje' aanduidt, ook dat lidwoord weg :'ietskes'.

Ik denk weer aan Iris. Als zij voorspoedig opgroeit, een heel natuurlijke wens, zal er een dag komen dat zij haar ouders niet meer alles vertelt of dat zij onwaarheid spreekt. Ik hoor haar moeder dan zeggen: "Zal ik je eens even in de ogen kijken?" Zij zal zeker niet vragen: "Za'k oe is luk in d'ogen kiek'n". Zij spreekt geen Nedersaksisch.

Als we thuis zijn, moet ik eens even een atlas pakken om te kijken, in het register, hoeveel plaatsen in ons land met een vorm van 'lut' beginnen. In gedachten nu eens even nagaan: Lutjebroek, Luttelgeest, Luttenberg, Lutterveld _ . Verder kom ik niet. Er moeten er veel meer zijn. Ik zou er wel een overzicht van willen hebben. En dan zou daarbij vermeld moeten zijn, per naam, of 'lut' in dat geval staat voor weinig, klein, iets of voor wat anders. De geboorte van een lutje wicht kan heel wat losmaken bij een mens. Met die gedachte bereiken we ons huis. En mijn vrouw zich maar afvragen, waardoor ik een paar keer de foute richting koos! Eén keer zei ze: "Je bent niet zo geconcentreerd".