Lippen

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 15 december 2008

De man die me in deze dorpswinkel aanspreekt, ken ik enkel van gezicht. Ik herken hem altijd gemakkelijk aan zijn lippen. Die maken hem een beetje droevig. Ze hangen in de mondhoeken wat neer. Het zijn geen lachende lippen. Ze huilen min of meer op z'n Bruna's, voor wie Bruna's gezichten kent: heuveltje is huilen of pruilen, dalletje is lachen. Het verwondert me dan ook niet dat er verdrietige geluiden, sombere woorden, door de lippen komen: "Kunt U niet eens iets schrijven over het langzamerhand verdwijnen van het midden- en kleinbedrijf in ons dorp? Er blijft hier niets van de middenstand over". Ik antwoord dat ik mijn rubriek in het dagblad niet kan gaan misbruiken om de mensen op te wekken meer in Diepenveen te gaan kopen. Dan moet ik dat ook doen voor de bedrijven in Olst, Wijhe, Broekland, Raalte, Heeten, Schalkhaar en vele andere, ook kleine, woonkernen in mijn lezersgebied. Dat kan ik niet maken. Ik zou dan immers tevens moeten vermelden, dat de dorpen om Deventer en Raalte een heel goed vestigingsklimaat hebben. "En dat is mijn vakgebied niet", zeg ik, "dat laat ik liever aan anderen over. Bovendien moet U niet zo pruilen. Het gat in de markt in wijken en dorpen wordt snel genoeg ontdekt. Investeerders komen zeker!"

Ineens moet ik aan Apool denken, ik meen tenminste dat hij zo heette. Hij dreef jaren geleden met zijn vrouw, ze hadden geen kinderen, een groentenzaakje aan de Rielerweg in Deventer. Zijn vrouw kon ook zo pruilerig, prulerig, prutterig kijken. Als zij iets zei, kreeg ze een echte prutlippe, een hangende lippe. Ik moet aan één opmerking van haar vaak terugdenken. Ze moet die in de herfst of de winter gemaakt hebben. Haar gezegde ging namelijk over zuurkool, in het Deventers wel 'hangoaverdelippe', hang over de lip, genoemd. Ze had het zelf niet door, maar ze verbond hangoaverdelippe heel beeldend met zuurkool. Voor iedere bestelling zuurkool moest zij de trap af naar de kelder om zuurkool uit het vat of de keulsepot te halen, trapje af, trapje op _ . Zij werd er doodmoe van. Plotseling, ze voelde zich heel verongelijkt, ze had om zo te zeggen 'de lippe op het derde knoopsgat hangen', smeet ze er lippend uit: "Iejluu hebt vandage allemooale weer de lippe noa zoerkool hangen!" En met dat gezegde heeft zij zich bij mij onsterfelijk gemaakt. Ik vond en vind die opmerking prachtig.

Lippen. Kinderen kunnen dat zo zielig, als ze hun zin niet kunnen krijgen, denk ik, als ik de winkel uitga en er tegelijkertijd een lachend kind binnenkomt. Ik denk meteen ook aan leppen, wat een mooie oude vorm is. Leppen aan de tepels bij moeder doen 'leppies', lammetjes, lemmekes, die hun lippen daar immers voor gebruiken. Een lip heet in mijn dialect een 'lippe'. Ik vind de slapheid van de mondrand daarmee beter uitgedrukt dan met 'lip'. In het Latijn is lip 'labium'. Labberen, slap heen en weer gaan, laf, bang of flauw, zijn er familie van evenals slap.

Lippen komt voor in de makelaarswereld, zei mij iemand. Het wordt gebruikt als makelaars zelf objecten kopen, heb ik me laten vertellen. Het lijkt mij meer een woord dat aangeeft dat je met lapjes of 'lipjes' van honderd en duizend en andere slappe papieren handel drijft op een regelrechte wijze. Op de veemarkt bijvoorbeeld, niet op de woning- en bedrijvenmarkt. En daarmee is mijn cirkel af, ontdek ik: "Laat makelaars en andere ondernemers maar eens flink aan het lippen gaan om de kleine dorps- en stadskernen hun gezellige middenstand te laten behouden of te ... herkrijgen". Daar is onze Gemeenschap bij gebaat, met een hoofdletter! Want wie bijvoorbeeld in zo'n kern één keer heeft gekocht, is daaraan voor goed verknocht.