Liekdoorn

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 15 december 2008

Nog maar kort geleden was iedere zaterdag op de radio het programma 'Rondum Reurle' (Rondom Ruurlo) te beluisteren. Het was een uitzending van Omroep Gelderland op de zender Ruurlo. Presentator was Arie Ribbers. Als ik maar even kon, luisterde ik naar dit programma, want er werd prachtig Achterhoeks en Liemers in gesproken. Bovendien was er iedere week een taalspelletje, dat samengesteld werd door Drs. Lex Schaars van het Staring-Instituut in Deutekum (Doetinchem). Dat spelletje vond ik zo leuk, dat ik zelf ook wat vragen ging bedenken. Ik ben er nooit toegekomen ze op te sturen, want de heer Schaars maakte veel betere vragen dan ik. Tenslotte is de dialectologie zijn vak. In een nacht had ik echter een vreemde droom. Ik stond als Arie voor het 'Rondum -Reurle'-publiek en ik stelde de vragen aan de drie deelnemers aan het streektaalspelletje. Het merkwaardige was, dat ik aan de laatste vraag toe was. En ik las voor: Iederene weet wel wat een liekdoorn of likdoorn is, want as iej ze nooit ehad hebt, iej kent der vaste wel ene, dee der ene of meer zien bezit mag neumen. Een andere name döörveur is eksteroge, dat in de Middeleeuwen hier al bekend was. Is dee name ontstoan deur A: vergelieking van een liekdoorn met het oge van een veugel, B: deurdat de mensen vonden dat zee een extra oge hadden - extra oge ... eksteroge, C: umdat ze dachten dat ze behekst wären - heksenoge ... eksteroge? Wat is het?

Ik liet de briefjes van de drie deelnemers inleveren. Twee waren er gelijk geëindigd. Een ervan, een jonge knaap, had het juiste antwoord op de laatste vraag, A, ingevuld. Ik vroeg hem hoe hij het wist. Hij antwoordde in het Duits: "Ganz einfach, meine Mutter und meine Vater haben welche. Meine Mutter sagt, sie hat ein Hühnerauge (een kippe-oog), mein Vater sagt, nein, es ist ein Krähenauge (kraaie-oog)." Terloops voegde de jongeman eraan toe: "In Italien sagt man übrigens 'occhio pollino'". En door mijn vragende gezicht voegde hij er nog bij dat een occhio pollino een kippe-oog is. Ik bedankte hem voor de uitleg. "Twee zijn er gelijk geëindigd; gelukkig heeft Lex gezorgd voor een extra vraag. Luister: Ons woord liekdoorn of het Hollandse likdoorn is dat A: liek een doorn - gelik op een doorn, B: een scherpe stekkel, dee piene gef, dee'j verzacht deur der an te likken, C: een doorn in het lief of in het vlees". Zij, de andere deelnemmer was een vrouw van mijn eigen leeftijd, en hij zeiden tegelijk: "Ceee ...".

Toen werd ik wakker. Helaas kon ik niet meer laten verklaren, ik weet zeker dat beiden niet gegokt hadden, dat een doorn dezelfde stekende pijn veroorzaakt als de scherpe punt die in je vlees steekt. Een liek, liec, lyc, lijck, lic is van een levend lijf een dood lijf geworden. Een mens vindt het niet prettig te horen dat zij of hij een 'lijkevreter' is, als hij een stuk rundvlees eet, maar feitelijk is het zo. Gelukkig is lik- of liek- in lik- of liekdoorn nog levend vlees waar een puntig insteeksel of een doorn - Oudsaksisch 'thorn' - zijn hoogst pijnlijke werk verricht. De doorn zit in je levend lik-omhulsel of lik-haam: lichaam. Wij zijn het lijk of lijf naar ons omhulsel gaan noemen. We hebben dus de namen een beetje gewisseld. Maar het is natuurlijk wel een groot verschil, een levend lijf of een lijk. Misschien komt het daardoor dat ik die droom had. Met het wat ouder worden krijg je niet altijd likdoorns, ik heb ze tenminste nog niet, maar je nadert wel het moment dat de likdoorns je nooit meer plagen kunnen. Gelukkig heeft de mens niet alles zelf in de hand. Maar ik ben blij 'dat de luu mien nog een doorn in het vleis wèzen kunt', want zolang houden me de zaken nog levend bezig.