Laveien

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 15 december 2008

Als er dit jaar in de herfst een nieuwe uitgave van de 'Camera Obscura' van Hildebrand verschijnen zou, dan zou het 'Voorbericht' van die uitgave als volgt moeten beginnen: "Het is nu juist honderd en zestig jaren geleden dat, in het najaar van 1839, de 'Camera Obscura' hare intrede in de wereld deed . ..." Daaraan moest ik denken toen ik het optreden van Teun de jager voor Radio Drenthe nog eens overdacht. Teun de jager heet natuurlijk geen Teun de Jager. Teun was jager, voornamelijk weidelijk jager, met een heus jachtgeweer. Nu is hij voornamelijk jager met een camera obscura, ofwel een foto-apparaat of misschien een video-camera. In het begin van de vijftiger jaren ontmoette ik Teun voor het eerst. Hij trouwde namelijk met een nicht van mij uit Zutphen. Vanaf die ontmoeting, niet in het veld, ken ik twee Teun-de-jagers, een van Hildebrand en een echte. En sinds dat eerste contact verwonder ik me tot op de dag van vandaag, een dag in de eerste maand van 1999, over de vooruitziende blik van de auteur Nicolaas Beets, die een Teun beschrijft, die pas omstreeks 1930 geboren zou worden. Alleen, de geschiedenis heeft zich niet herhaald: De Teun van vandaag is geen hoofdpersoon geworden in een sentimenteel verhaal, waarin hij zijn geliefde, Zijtje, in een stoeipartijtje met zijn jachtgeweer doodt. Hij jaagt bovendien niet in de omgeving van Schoorl, maar in Drenthe, want onze Teun de jager woont in Emmen.

Het was in dat radio-uur goed luisteren naar de mij bekende stem van Teun. Zijn kennis van zaken aangaande de veranderende opvattingen over de jacht deed me goed. En ... hij deed een aantal termen in mijn herinnering terugkeren waarvan ik niet meer wist dat ze nog gebruikt worden. Zo gebruikte hij het woord 'laveien'. Met hem volgde ik de fazanten, die vanuit de zoom van het bos de akkers met zaad op waaierden, om al laverend en zwaaiend hun maal bij elkaar te garen. Ik zag ze in geuren en kleuren gaan. Wat genoot ik van Teun's verhaal. Daarna moest ik me dwingen mijn gedachten bij de les te houden, want mijn eigen geest begon te laveien. Ik zwaaide af naar Frankrijk, want 'louvoyer', heen en weer zwaaien, schoot me te binnen. Toen was ik plotseling een Vlaamse laveier, een wildstroper, die voor de kerst een haas wou verschalken. Toen 'laveyde' ik door de modderige straten van een Middeleeuwse stad; ik slenterde er te midden van de varkens en magere koeien en kippen en ganzen en geiten. Tenslotte laveerde ik over het Tjeukemeer met mijn tjalk en ik stak een collega 'de loef' af. Teun moest eens weten watvooreen plezier hij me met zijn laveien gedaan had. En ... de draad van zijn verhaal raakte ik niet kwijt. Zo boeiend vertelde hij!

Ik kan iedereen die zijn geluid van de kabel haalt, aanraden een eigen antennetje te maken om langs lokale en streekradio-programma's te laveien. Met mijn twee maal anderhalve meter antenne kan ik zwerven naar Apeldoorn, Heerde, Nunspeet, Gelderland, Flevoland, Raalte soms, Drenthe, Overijssel. Mijn Nedersaksisch pik ik als een volleerd laveiende fazantenhaan overal op, ook al is dat Nedersaksisch geleend uit of gelaveid in het Vlaamse taalgebied. En wie door één radio-omroep niet voldoende in zijn eigen taal of over die taal wordt geïnformeerd, kan altijd laveien langs andere wateren, kanalen mag ook! Blijf wat het dialect betreft kanaalzwemmen, zappen, laveien, denk ik dan. Jammer dat vooral Radio Oost en Radio Gelderland mij tot laveien dwingen. Zij bieden steeds minder aan het taaleigen van de streek die zij moeten bedienen. En dat is jammer!

Ik lees mijn stukje nog eens. Hmmm ..., nogal een gelavei.