Kuultjen

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 15 december 2008

Ik keek altijd naar Vader onder het eten. Zoals hij at, deed ik het ook. Ik volgde zijn manieren nauwkeurig. Die middag in oktober aten we sniebonen-deur-mekäre, stamppot van snijbonen. Bij eten-door-mekaar had Moeder altijd jus. Vader maakte in zijn stamppotheuvel een kuiltje en zei: "Doot mien de sjuu mar in het kuultjen". Moeder goot het kuiltje voorzichtig vol. "Ik wil het ook graag in het kuiltje", zei ik dan. Moeder lachte en zij deed het.

Vader nam de vork in zijn rechter hand en nam er wat eten op, niet te veel, een beetje voor een voorzichtige hap. Hij 'stipte', doopte, het in het kuiltje met jus, hapte blazend het eten op. Ik volgde hem na. "Mmm, lekker", zei hij. "Mmm, lekker", zei ik.

Ik was mij er niet van bewust dat mijn ouders mijn gedrag net zo nauwkeurig observeerden als ik het hunne. Pas veel later heb ik begrepen dat zij natuurlijk begaafde opvoeders waren, die aan tafel aan hun kinderen voorleefden wat zij wilden overbrengen, zonder franje, zonder nadruk, gewoon.

Zo leerde ik wat een kuultjen is, een kleine holte die je vullen kunt met iets. Een naam voor een spel als kuultjen-knik of kuleken-knik kreeg bij het horen ervan meteen inhoud, want ik zag de kuizen of knikkers al in het kuiltje liggen. De meisjes speelden dat spel trouwens met 'krallen', kralen. Gelukkig waren in onze straat genoeg zanderige plaatsen om met de hak een kuultjen in de grond te dreien. En in de kuizen- en krallentied, zo maar ineens, was ieder in de buurt aan het spelen met kuizen en krallen! Moeder kreeg dan de kans ons in het kuultjen te lokken waarin ze ons wilde hebben, want ... we moesten naar de scheerbaas, de barbier, de kapper, de coiffeur. Die gaf ons in de kuizentijd nadat we geknipt waren, een handvol gebakken kuizen. De kunst was om die onder andere met kulekenknik te vertienvoudigen en een zak vol met kuizen te 'verdienen'.

Toen ik Nederlands ging studeren, kreeg kuultjen, kuleken, kule, cule, cuyl, koele, kuil voor mij een veel grotere betekenisinhoud. Ik ben er bijvoorbeeld bij geweest, toen een doodgraver een grafkoele graven moest. Dat heeft weinig meer met eten en spelen te maken. De kuil is dan een symbool van de dood. Ik heb het woord 'kuil' horen gebruiken als eufemisme voor 'kont'. "Wil je mij dat boek niet uitlenen? Stop het dan maar in je kuil!" hoorde ik iemand schreeuwen. Kuil was blijkbaar een variatie op 'hol'.

Kuil in plaats van 'achterste' werd in de Middeleeuwen veel gebruikt heb ik me laten vertellen. Dat is zeker zichtbaar in de Middelnederlandse literatuur. 'Cule' is niet enkel een kuil of een groeve, maar ook achterste of 'aars'.

Cule moet in het Indogermaans al een bepaalde klankvorm gehad hebben. In het Grieks hebben we immers 'gualon', wat dal betekent; in het Latijn 'vola' dat ontstaan zou zijn uit 'guola'. Vola is 'een holle hand'. Deze geleerdheid praat ik na uit mijn 'Etymologisch Woordenboek' van Van Dale. Ik kom dan voor 'kuil' in de Oudheid tot 'guol', uitspreken als 'kwol' of zoiets.

De baby die daar op tafel ligt, heeft van dit alles geen weet. Zijn moeder doet hem een frisse luier om de billetjes, maar eerst maakt ze zijn 'kuultjen' schoon, zoals zij zegt: "Heb je gepoept? Laat mij dan gauw je kuultjen schoon maken". Wat een mooi Nederlands van alle tijden. Het riekt naar zuivere natuurlijke taal. En ... er is geen woord van over onze taalgrens bij. Zo'n baby met zo'n moeder komt er wel, als hij tijd van leven krijgt als ik.