Kustemis

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 15 december 2008

Daar sta ik dan weer. Afscheid nemen van veel mensen. Er zal weer gekust moeten worden. Dat hoort zo tegenwoordig. Twee is zelfs al niet genoeg meer. Het moeten er drie zijn op z'n minst. Nee toch niet. Vier is te veel. "Ik ga niet kussen", zegt mijn buurvrouw. "Ik ook niet", zeg ik met lef. Daar zit ik dus aan. Met enige waardigheid, mijn hoofd op veel afstand van de passerende vrouwen houdend, schud ik ijverig en gul met beide handen de handen van anderen. Ik stel ondertussen vast, dat men zich niet aanbiedt voor de toch verwachte zoenen. Bij velen bespeur ik zelfs wellust bij het vermijden van mond-wangcontact. Lachende ogen vertellen me meer. De meesten denken er net zo over als ik: Je kunt me de ... .

Als ik buiten ben, met frisse onbezoedelde kaken, begint mijn brein pas goed te draaien. Ik ben geen uitzondering meer. Die ingeroeste gewoonte zogenaamd lief voor elkaar te zijn, is doorgerot blijkbaar. Als dat maar geen nieuwe gangbare houding van nooit meer zoenen gaat opleveren, want we leven toch in de tijd van de trends. Zelfs de Nedersaksen doen daaraan mee, hoewel, kussen in het openbaar heeft nooit zo bij hun aard gehoord. Zij bewaarden dat voor het achterkamertje of het opkamertje of de beddestee. Als mijn vader 's avonds van de 'reize' thuiskwam, kreeg mijn moeder een liefdevolle kus op het voorhoofd, wij, de kinderen, een op de wang. "Bint de kinder leef ewest?" klonk het dan. Maar hij had ons liefzijn al bezegeld met een kus.

Inderdaad, de kus is het zegel van liefde. In het Oudsaksisch luidt het 'kussian'. Het gezegde 'Een kusken is möör stof; dee het neet wil hebben, veg het of' komt regelrecht uit die taal. Dat gezegde vertelt ons twee dingen: de kus is de stoffelijke, de concrete uiting van liefde, en ... dat moet een meisje niet altijd te serieus nemen! En in dat laatste zit hem nu juist de vreugde van de vrijerij. En het verschil tussen verliefdheid en liefde.

Kussen is waarschijnlijk ontstaan uit klanknabootsing. In het Engels is het to kiss, in het Deens kysse (uitspreken als kuusse), in het Duits küssen. Heel bekend is de Judaskus, de kus waarmee de discipel Judas zijn Meester Jezus verried. 'Een kus in ere kan niemand deren'. Zo'n erekus is de tegenhanger van de verraderskus. Ik vind dat de drie gelegenheidskussen bij een afscheid in het algemeen 'niets' zijn. Vaak zijn ze niet eens stoffelijk te noemen, want men vermijdt dikwijls elkaar ook maar te beroeren.

Op een avond was ik op een verjaardagsfeestje. Er werd een borreltje geschonken. Ik nam een glaasje fris. Eén gast zat dof voor zich uit te staren en beroerde zijn glaasje niet. De gastheer viel dat op en hij zei plotseling: "Toe Pieter, kustemis!" Ik begreep niet onmiddellijk wat hij bedoelde, maar ik zie nog het gezicht van de aangesprokene voor me. Het 'klaar'de helemaal op. Hij pakte voorzichtig het glaasje met de kop erop bij het voetje en nipte aan het randje. Hij kuste de borrel. 'Kust hem is' was er gezegd. De 'klare' deed de rest. Wat zei de gastheer mij later ook weer? 'Hee is een beetjen ampart. Het is mien zon kus-mien-de-knee'.

Inmiddels ben ik thuis na dit etentje. Mijn vrouw heeft op me gewacht. "Hoe was het?" vraagt ze, want ze weet hoe graag ik naar zulke partijtjes ga. "Gezellig", zeg ik. "Ik kreeg steun van mijn buurvrouw". Niet begrijpend kijkt ze me aan. Ik geef haar eerst een kus op het voorhoofd. Dan leg ik uit wat er gepasseerd is. "Kussen raakt passé, geloof ik", zeg ik. Ik vertel tevens de geschiedenis van 'kustemis'. "Dat heb je me nooit eerder verteld. Feitelijk is dat een hele goeie", zegt zij. "Een goeie wat?" "Om uit te leggen, dat je enkel kust waar je van houdt!" lacht ze.