Kuieren

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 15 december 2008

De laatste tijd wandelen we niet veel. Het weer is vaak bar en boos. Natuurlijk kun je jezelf kleden op water, wind en kou, maar wij houden nu eenmaal van een wandeling bij aangename weersomstandigheden: een vriendelijk zonnetje, een lekker temperatuurtje, een fris windje. Dat klinkt kinderachtig, maar wij lopen dan heel wat af; soms marcheren we dan. Als we op een bepaald ogenblik constateren dat we lopen te slenteren, beginnen we daarmee. Soms kuieren we gemoedelijk door de natuur, als we wat willen waarnemen. Kuieren is fijn. Je kunt onder het lopen ook zo heerlijk met elkaar praten over alles en niets. Kuieren onder het kuieren.

Terwijl ik dit tik schiet me ineens een verhaal over 'kuieren'te binnen. Het is eigenlijk een 'spreuksken', sprookje:

'Er was eens een jonge kerel, die een heel lieve vrouw gehad had. Gehad had, want zij was binnen twee jaar na hun trouwen al gestorven. Dat was natuurlijk verschrikkelijk voor Willem, want hij hield 'härtstikke völle' van haar; en hij had haar altijd goed beschermd. Hij had zijn naam eer aangedaan, want Wilhelmus, dacht hij, betekent ongeveer beschermheer. Omdat er niets meer te beschermen viel voor hem, ging hij er 's avonds maar veel uit. Hij bezocht allerlei culturele dingen en zo. Op een avond ging hij naar een lezing over streektalen, door een of andere schoolmeester gehouden; die meende dat hij daar verstand van had. De lezing ging over de afkomst, de wortels, van Nedersaksische woorden. De inleider had het ook over het woord kuieren, dat 'op oew gemak een ende lopen', of ook wel 'een hele tied gezellig en rustig met mekäre keuvelen'betekent. Hij hoorde allerlei woorden, die er of in betekenis of in stamverwantschap mee te maken hadden, bijvoorbeeld 'kallen', wat hetzelfde is als 'kouten'; daarvoor kon je ook 'alt of old' met 'oud' vergelijken. Hij vernam dat 'kuieren' familie was van 'coyeren' en 'coderen'. "'Coderen' komt van 'coder' of 'cossem'", zei de spreker, "dat is een halskwab, die bij de beesten heel rustig in beweging is, als ze op hun gemak zijn, vandaar dat rustig praten en rustig lopen 'kuieren' genoemd wordt."

Het 'kallen' zette zich bij de eenzame man vast. Hij had wel eens advertenties gezien over het opbellen van 'call-girls'. Hij had nooit Engels geleerd, maar nu begreep hij dat 'call-girls' girls waren, waar je mee kuieren kon en dat moest hij precies hebben.'

Hier schiet de lezer misschien in de lach, maar ik ga rustig door: 'De volgende dag belde de man zo'n 'kal-mèken' op en hij maakte een afspraak. Het werd zo gezellig, dat kuieren, dat hij er geen genoeg van kreeg. U kunt het geloven of niet, het werd een echte verhouding. En zij leefden nog lang en gelukkig'.

Ik noem dit een sprookje, omdat je zoiets niet verzint. Zulke dingen, voortkomend uit een 'misverstaan' van een woord, gebeuren.

De -ui- in kuieren is vermoedelijk een umlautisering van de -ou- in kouten. Hierbij moeten we ook denken aan het verkleinwoord 'vruiwken' bij 'vrouw' en 'tuiwken' bij 'touw', Maar laat ik nu eens niet zo geleerd doen, want daar heeft niemand wat aan.

Knap zijn is heel wat anders dan knap doen. Ik moet in mijn stukjes wat over taal en taalverschijnselen blijven kuieren; dat is me al vaak door mensen gezegd. Ik bedrijf soms 'Taal', bij het onmenselijke af. Gelukkig heb ik mijn vrouw, die me telkens als mijn verhalen buiten het spoor gaan, tot de orde roept. Dan houd ik me even stil en meestal zie ik dat ze gelijk heeft. Ik leg een wissel om en mijn taaltrein kuiert naar zijn doel. Ik stap uit en neem de kuierlatten. Even wandelen om bij te komen.