Krödde

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 15 december 2008

Moeders kunnen zich soms heel erg schamen over het gedrag van hun kinderen. "Kiekiizzeeh!" over de straat roepen, als op klaarlichte dag een vrijend paartje in een portiek dat opwekt, hoort bij een dergelijk gedrag. Het doet menig moeder het schaamrood naar de kaken wellen. "Kijk eens hee!" schreeuwt men niet uit. Men bewaart het in stilte voor zich.

Bij mij wekt kiekizzeeh een andere reactie. Ik denk aan een Groningse uitdrukking, die ik enkele maanden geleden las: 'Kiek is gain mosterdzoad, al is blui geliek'. De betekenis is duidelijk. Men moet niet onmiddellijk kijken, als iemand "Kiek" roept en ... men moet geen "Kiek" roepen en de algemene aandacht op iets richten. Leven en laten leven, dat is de kunst.

Kiek heeft mij aan het zoeken gezet. Ik vond enkele merkwaardige dingen. Kiek blijkt een andere naam te zijn voor mosterdzaad. Het is ook bekend onder de naam 'keek'. Keek heet ook keik en kök en köddik. In het Fries is het kütk of kiddik. Al is kiek mosterdzaad, kiek is het ook niet. Herik of hederik is hetzelfde als kiek. En als we zeggen dat we vinden dat gele herik de naam kiek verdient, dan heeft de Groningse uitdrukking gelijk; in dat geval is kiek geen mosterdzaad, maar krodde ofwel wilde radijs. Zo wil mijn schoolflora van Heukels dat. De bloei van gele kiek of krodde of gele herik is gelijk aan die van de mosterdplant. Zo blijkt naamgeving weer eens zeer verwarrend te werken.

Die naam 'Krodde' gebruiken Sallanders en Achterhoekers nauwelijks. Zij spreken van 'Krödde' of 'Krudde'. In het algemeen betekent die naam 'kruid'. In het Oudsaksisch is het 'krüd'. Als benaming voor onkruid is kruud heel gewoon. Maar tevens worden geneeskrachtige kruiden met 'kruud' aangeduid. "Döör is gin kruud tegen ewassen", hoorde ik laatst nog zeggen. "Daar kun je geen genezend kruid voor kweken!" Daar is dus geen geneesmiddel voor.

Krödde komt in de gemeente Deventer, voormalige gemeente Diepenveen, nog voor in namen. We kennen in Schalkhaar de Cröddenbrug en de Cröddendijk. Niet duidelijk is of Crödde hier afkomstig is van de eigennaam Crödde of Krudde, of van de Herik die langs de zandwegen vroeger veel geel opbloeide. Dat vind ik ook niet zo belangrijk. Fijn is dat het woord vastgelegd is voor lange tijd. Het is immers een woord, door zijn uitspraak behorende bij Oost-Nederland, beter nog, bij de taal van Oost-Nederland. Zoals de Limburger van de ö kan zeggen 'de ö van löss', zo kan men in onze streken spreken van 'de ö van krödde'. De ö is een in het Saksisch horende klinker. Bij spraakkunstige uitleg van het Nedersaksisch kan men laten horen hoe de ö uitgesproken wordt door in de beschrijving löss en krödde te laten zien. Met spelling van woorden willen wij immers de gesproken taal laten zien. En dan bij lessen in het dialect maar 'kiek-en wat het met Kr-ö-dde wördt' om de beide woorden kiek en krödde nog maar eens allitererend te gebruiken.

Als ikzelf een verzamelbundel van verhaaltjes zou moeten samenstellen, zou ik beginnen met een titel daarvoor te zoeken, die het woorddeel Krödde bevatten zou, omdat dit deel weergeeft de kruiden waaruit een taal bestaat. Alle onderdelen van jouw taal moet je ruiken en proeven. Dan ontdek jezelf wat lekker geurt en wat stinkt, wat smaakt of wat de smaak verfijnt en wat smakeloos is. En of Gele kiek nu wel of geen mosterdzaad, koolzaad of wat voor zaad dan ook maar is, daar kan men heerlijk over blijven praten. Dat is het mooie van taalgebruik! 'Kiek langes de Cröddendiek' zou helemaal geen gekke titel zijn, ook niet voor een verzamelbundel van mijn stukjes. Of 'Kiek is hé! Krödde'.