Krijgen

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 15 december 2008

"In 'n krieg hef de Pruus in ons landjen völle meer verneeld as in viefentwintig de stormramp in Borculo en umgeving", zegt de hoogbejaarde heer aan het tafeltje naast ons tegen een keurig geklede jongeman, die wel een vertegenwoordiger zijn moet. Ik herken dat soort mannen een beetje, want mijn eigen vader was handelsreiziger; ook hij zag er altijd onberispelijk uit. Hij heeft ons, mijn zus en mij en mijn broers, weleens iets verteld over die stormramp van 1925. Zelf was hij toen op reis in de Achterhoek. Ik herinner me nog dat hij vertelde, dat door de slurf van de wervelwind de locomotief van het trammetje van de Gelderse Tramwegen opgepakt werd en eenvoudig naast de rails gezet werd. Ik geloof dat hij het zo zei: "Het lokemetiefken wördden egrepen en pärdoes noast de reels ezet!" Of was het: "De wind kreeg het lokemetiefken te pakken en zetten het pärdoes noast de rails!" Het laatste lijkt me juister, want 'krijgen' is in het Achterhoeks, mijn vaders vader was een Achterhoeker, logischer dan 'grijpen'. Bovendien behoren Zutphen en Deventer bij het Achterhoekse taalgebied, in heel veel opzichten tenminste.

Wat hebben mijn vrouw en ik op deze middag trouwens in Borculo te zoeken? Heel eenvoudig, we rijden met onze auto de Slingeroute. We komen net van Ruurlo, hebben even een kijkje genomen bij Boerderij-Museum 'De Lebbenbrugge', die natuurlijk nog voor publiek gesloten is. Volgens de laatste 'Museum Nederland', gids langs meer dan 900 Nederlandse musea, nieuwste editie, die we gekregen hebben, is 'De Lebbenbrugge' van 15 juni tot en met 31 augustus van dinsdag tot en met zaterdag geopend van 11 - 17 uur; voor groepen bovendien op afspraak; op tweede paasdag, Hemelvaartsdag tot en met tweede pinksterdag 11 - 17 uur. Hoe krijg ik het allemaal in mijn hoofd? Ik weet dat ik het er moeizaam in gekregen heb, omdat er veel mensen zijn, die denken dat een dialectman overal verstand van heeft, terwijl ik enkel een heel klein beetje van talen weet, en dan nog alleen van de Nedersaksische, van 'kriegen' bijvoorbeeld. En dat houdt mijn denken hier in Borculo nu bezig. Ik zie bij voorbeeld de ober een Pilsje inschenken, En ik hoor hem denken: "Een biertjen kriegen veur dee keerl door". En hij pakt het glas en brengt het naar de betrokken persoon. Krijgen betekent in dit geval pakken. Het is niet zo sterk gebruikt als kriegen in de betekenis van grijpen. Ik kan me voorstellen, als die jongeman daar bij het raam plotseling zonder te betalen zou wegrennen, de ober hem na zou sprinten onder het roepen van: "Stoan bliev'n; a'k oe kriege za'k oe!" (Blijven staan; als ik je gegrepen heb, zal ik je). Dat 'krijgen' geeft al beter de inspanning weer, die nodig is om iets in bezit te nemen. We zitten dan al heel dicht bij de betekenis van het zelfstandige naamwoord 'krijg', dat immers strijd of oorlog betekent. Kriegen komt in het hele Nedersaksische taalgebied voor, krijgen in het hele Nederlands-sprekende gebied. Het grondwoord is 'krieg' met een lange -iee-. In het Middelnederlands is het 'crigen'; het betekende toen 'verwerven', 'door inspanning verwerven', en 'krijgen' (als geschenk bijvoorbeeld).

"Ik zal een tange kriegen" in de betekenis van "Ik zal een tang pakken" is in de Achterhoek heel gebruikelijk. Zelfs de letterlijke vertaling in het Nederlands wordt nog veel gebruikt. Zelf betrap ik me daarop, als ik, op het "Kom, we moeten eens verder" van mijn vrouw, antwoord: "Ja, maar wacht jij maar even met die regen, ik zal eerst de auto krijgen". Die staat vijftig meter verderop. Door die regen 'krijg' ik trouwens een extra warm gevoel, alsof ik wat intiems 'verworven' heb.