Kranewaken

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 15 december 2008

Die avond kon ik de slaap niet vatten. Er zaten me twee zaken erg dwars. In de eerste plaats was ik mijn auto-sleutels kwijt. Dat was nooit eerder gebeurd en ten tweede had ik maar zo vergeten de vorige dag de achterdeur op slot te doen, toen ik 's middags wegging. Ze hadden ons hele huis wel leeg halen kunnen. En over die twee zaken lag ik mijn hoofd te breken. Ik raakte, om mijn Plat te gebruiken aan het kranewaken. Twee dingen zaten me al dwars, waardoor ik niet slapen kon, en daar kwam nu nog een derde verschijnsel bij, namelijk het weten dat kranewaken betekent het wakker blijven, omdat men ergens last van heeft, maar het niet weten waar die uitdrukking 'kranewaken' vandaan komt. Dat laatste zou mij wakker houden tot ik het wist, was me wel duidelijk. Ik zou niet in slaap vallen tot de haan van mijn buren zou gaan kraaien, de dag in zou luiden. Zou krane of kraan daar mee te maken hebben? Kraan en kraaien ligt naast elkaar in klank. "Waken tot de haan gaat kraaien", zei ik hardop. "Ik ben blij, als dat gebeurt, want dan is het lijden van niet in slaap kunnen komen voorbij, ik kan opstaan, en overdag is alles meteen anders". Ik verwierp die opvatting meteen. Kranewaken moest iets te maken hebben met de kraan. Ik had eens een halve nacht liggen kranewaken, half dommelend, dan weer klaar wakker, door een getik dat ik niet thuis kon brengen: plok ... plok ... plok ... plok ... Naar de zolder was ik gelopen, beneden had ik geluisterd, de klokken had ik stil gezet. Tenslotte was ik verhit geraakt van ellende, en ik dronk aan de wastafel een glas fris water. Als altijd draaide ik daarna de kraan stevig dicht. Ik kroop in bed. Het getik was over en uit was mijn kranewaken, het waken van het tikken van de kraan. Ik lachte mezelf uit. Zo'n verzonnen geschiedenis van een woord! Etymologievervalsing van de onderste plank. Steeds onrustiger werd ik. Ik woelde en woelde. "Welken kraan van een denker helpt mien hier uut", riep ik luid. Mijn vrouw begon nu ook te woelen en ik fluisterde "Ssssst ... " tegen mezelf. Toen kreeg ik een ho...ho...belevenis. Kraan. Een kraan van een vent is een kei van een kerel, met een schedelinhoud, die veel hersens toelaat. Het kan een flinke vent zijn, maar ook een echte branie, zo een die ze in Twente en de Achterhoek een krankiele vent noemen, een vent met veel kran of kraan, met veel schedel. Het Franse crâne betekent schedel; het Latijnse cranium, ontstaan uit het Griekse kranion, betekent schedel. Het woord moet verwant zijn met het Latijnse cerebrum, hersens. Kranewaken, in ieder geval het deel krane, zou weleens uit de Indogermaanse tijd kunnen stammen. Uit mijn problemen was ik. Toen buurmans haan kraaide, werd ik fris wakker. Misschien was mijn nachtelijke redenering volkomen onjuist geweest, twee dingen waren zeker: onder mijn schedel functioneerde alles nog best, en ik had de verwantschap tussen het Achterhoekse krankiel en het Franse crâne aangetoond.

Toen ik in de garage kwam, en voorin de auto keek, zag ik de auto-sleutels naast mijn zitplaats liggen. Ik had ze naast mijn broekzak gestoken. Maar die open achterdeur zat me lelijk dwars. Ik kon me niet voorstellen dat ik die vergeten had af te sluiten voor ik het huis verliet. In ieder geval zou ik er niet meer over aan het kranewaken gaan. Dat wist ik zeker. Ik vertelde mijn vrouw dat ik de sleutels weer had. "Waar waren ze?" "Naast de zitting". "Zie je nou wel, niks aan de hand; je bent gewoon veel te onoplettend. Je moet trainen. Als je dat trouwens maar niet in bed doet. Vannacht heb je ook regelmatig liggen kranewaken. Oh, tussen twee haakjes. Ik had vergeten de achterdeur te sluiten. Ik ging immers na jou!"