Kortens

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 15 december 2008

Onlangs ontving ik een brief van een mevrouw, die schreef dat zij mijn stukjes in de krant wekelijks las. Zij vertelde dat ze nog familie van mij was, en dat zij in de jaren twintig tussen de middag haar brood opat bij mijn grootouders thuis, in Deventer. Met veel plezier heb ik deze verre tante in die brief ontmoet. Vandaag, nadat ik dit stukje getikt heb, gaan mijn vrouw en ik haar op 'De Borkel' in Gorssel bezoeken. En omdat ik voor mezelf een heel intiem verhaal over die brief en dat bezoek in het Deventers wil schrijven, geef ik hier vast het eerste gedeelte van mijn vertelling daarin weer.

"Kot elejen kreeg' ik een breef van een vrouwe, dee vertelden dat zee mien stukskes in de krante alle wèken las. Ze schreef dat ze in de verte familie van mien was, en dat zee in de twintiger jören in de middag haer brood opat thuus bie mien grootolders. Vandage goat mien vrouuwe en ik haer op 'De Borkel' in Gorssel opzeuken. ...."

De lezer heeft natuurlijk al opgemerkt, dat ik niet schrijven kan dat ik dit in het Nedersaksisch heb weergegeven. "Kot elejen" bijvoorbeeld of "Pas elejen" is wel Dèventers, maar zeker geen Loarnes, Lochems of Reurles. Dan had ik bijvoorbeeld moeten schrijven 'kottens', 'kotslene', 'kots'. Die woorden moeten trouwens niet verward worden met 'kotsjoorn' of 'kortsjoren', want dat betekent 'de laatste tijd', 'de laatste jaren'. 'Kot' of 'kort' worden beide gespeld. Ik geef de voorkeur aan 'kort', omdat dit overeenkomt met het woordbeeld van de niet-dialectkenner. De beide kenners Dr. J. Bouwhuis en Prof. Dr. H. Entjes geven in hun spellingregels ook de voorkeur aan een spelling die de ogen van de Nederlands-lezende streelt. Dat komt de waarde van een geschreven stuk ten goede. Het is als het ware de beeteewee. Bovendien komt zo'n spelling tegemoet aan de geschreven beelden uit de woordgeschiedenis.

Kort, in de betekenis van 'niet lang' vinden we in het Middelnederlands: cort, curt. In het Latijn ontdekken we 'curtus', dat allerlei elkaar gedeeltelijk bedekkende betekenissen heeft: verkort, verminkt,onvolledig, mager, karig. Al deze woorden hebben een Indogermaanse grond of basis, die de betekenis 'snijden' heeft. Ook 'caro', het Latijnse woord voor vlees stamt daarvan af. Denk hierbij aan het woord 'carnaval'; carnaval gaat immers vooraf aan de vastenperiode. Populair gezegd: Men laat het vlees vallen. Niets van dit laatste heb ik van mijzelf. Alles is op te zoeken in 'Etymologisch Woordenboek' - Van Dale - 'De Herkomst van onze Woorden'. Kort of Kot, dat maakt verder niet veel uit. Mensen die enig Plat leren willen, kunnen hier vast wat zinnetjes oefenen. "Wat is de kotste weg noa Zwolle?" Almelo, Oldenzaal, Zutphen mogen natuurlijk ook. "Roa'j is wa'k veur dee olde klokke ebeurd hebbe? Dach iej twintig gulden? Noe, dan bi'j der kot bie." "Kön iej mien een tientjen kot maken?" (wisselen). "Dee jonge van Smit wödt akelig kot eholden". Die jongen krijgt weinig ruimte. Het 'Woordenboek van het Deventer Dialect' geeft dergelijke voorbeelden op bladzijde 56. Maar ook ''n Kleddeken Achterhooks' geeft aardige voorbeelden met 'kot-'. "Heb iej 'm kots nog ezene?" "Holt kot sloan". "Dan hei'j de värkens verkoft, wodt ter ook nog kotteponde af-etrokkene." Een kot-iezer is een lange trekzaag. "Kotslene hebt ze bie Klein Herink an den Aaltense Weg nog ne steen bloot-eleg'. "Ik kom kots (binnenkort) wal ne kere". Al deze voorbeelden geven het ruime kort-begrip goed weer. Ik hoop nu maar dat dit mooie woord 'kot-' (kort) aanleiding zal zijn tot gebruik ervan: "Kortens las ik Oew stuksken oaver ... ".