Koldfiesterd

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 15 december 2008

Kijkend in de Wetering sta ik plotseling bij de schitterend bloeiende tuinen van dat plaatsje aan de voet van de Mont Ventoux, de berg uit de Tour de France die ik in een vrije vertaling vaak de 'Alles in de windberg' gedoopt heb. Eigenlijk is het de windberg, die altijd ijskoud is.

Wij staan met onze auto aan de voet van die berg. Wij zien de oefenende wielrenners vol moed de berg op racen. Wij kijken mee met de bochten van de steile slangenweg en wij sidderen. Wat is het warm! En in die hitte kruipt die slang naar boven. "Gaan we ook?" vraag ik. "Ja, ik wil een keer boven op deze berg zijn", zegt Ali; en wij stappen ... in de auto. In onze tweede versnelling halen we met zo'n twintig kilometer per uur de renners nog in. De meesten kijken jaloers opzij. Halverwege de top moet ik de raampjes sluiten, een ijskoude tegenwind zoekt zijn weg door en over onze wagen. Boven zijn parkeerplaatsen, de laatste honderd en vijftig meter moeten we lopen. We stappen uit. Overvallen worden we door een ijslawine van wind. De adem wordt ons afgesneden. Van het ene moment op het andere staan wij te fffffffssssssstttttttrrrrrrrrrn over ons hele lichaam. "Ik fiester helemaal", probeer ik te zeggen, maar ik kom niet verder dan "Ik ffffffsssfffiesssssttterrrr .....". Gelukkig hebben we jassen en dassen bij ons, maar fiesteren blijven we.

Het uitzicht is trouwens prachtig! Mooier dan het zicht van vlak op vlak, zoals dat hier aan de Wetering is, denk ik, terwijl ik weer opstap. Dan zie ik langs die weg, de Randerstraat, een vader met een jongetje lopen. Het kind heeft een 'binnen-en-buten', een voetbal, in de armen. Dat zie ik als ik hen passeer. "Middag". "Middag". En ik denk aan die jongen op dat voetbalveld van Sportclub Diepenveen, lang geleden. Ik was er toen pupillenleider. Dat knulleteje. Op de training stond hij steeds te kijken naar de spelletjes die de anderen speelden. Ik had zo'n moeite hem mee te laten doen. En zijn vader kon dat niet aanzien; die moedigde het 'keerltjen' op zijn manier aan: "Meedoon, jonge, geef dee balle een skup. Neet stille stoan! Bewègen dan toch!" Maar de jongen deed steeds minder, stond op het laatst alleen maar naar de anderen te kijken en begon in de herfskou te fffsssttterrrren. Het was inderdaad ook fiesterig weer: guur, winderig, vochtig, rillerig.

Dus greep ik in. Ik ging naar het kereltje toe en nam hem aan de hand mee het veld af. Met het schaamrood op de kaken stond de vader aan de kant. "Ik wisse nee' da'j zon koldfiesterd wazzen", fluisterde hij. Een koukleum noemde hij zijn zoon. Zijn schaamte en zijn gezegde geven de gevoelens van deze man goed weer. Een koldfiesterd is iemand die snel klaagt dat hij het koud heeft. De opmerking van de man was dan ook volledig misplaatst. Die jongen was geen fiesterd, het was vies en daardoor fiesterig weer. Misschien was het ook al een beetje aan het vriezen. Dat weet ik allemaal niet meer. Zo, ik sla linksaf en dan rijd ik de Van Bommelweg in. Niet genoemd naar Ollie B. Bommel, maar naar de eerste Hervormde predikant van het mooie dorp Diepenveen. Over een paar maand zal dat waarschijnlijk gemeente Deventer zijn, want de bestuurderen van de gemeente Diepenveen hebben hun verzet tegen de herindeling opgegeven. Wie bang is dat de vroede vaderen der gemeente hun onderdanen in de kou hebben laten staan, vergist zich. Zij hebben nog dezelfde warme gevoelens voor hun inwoners als voorheen. Ik moet daar onder 'Koldfiesterd' maar eens wat over schrijven. De burgers moeten het immers zelf doen. Niet klagen en steunen om de kou, niet ffisstttrrrn om gggisstttrrrn, maar zorgen voor morgen. Fiets weg. "Antwerkenan".