Koesjee

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 15 december 2008

Van sommige herinneringen weet ik niet of het herinneringen zijn of gedachtenspinsels. Zo ook met die van de reparatie van mijn manchester korte broek. Die broek had ik gekregen toen ik als achtjarige jongen bij de welpen kwam. Dat is een feit. Die herinnering is juist. Dat ik een opoe had die aan de weg van school naar huis woonde, is ook een feit. Ik weet zeker dat zij mijn broek onzichtbaar herstelde, want er zat een winkelhaak in. De rest van mijn herinnering kan door mij zelf gesponnen en geweven zijn, zoals die 'manchesterse brook', om dat maar eens in het Deventers uit te drukken.

Het was een mooie zomerse dag. Ik wou mijn korte nieuwe padvindersbroek aan. "Als je er maar heel zuinig op bent", zei Moeder. Zij sprak in mijn heel jonge jaren Nederlands tegen haar kinderen. Trots ging ik naar school en na schooltijd ging ik bij school spelen met een paar vriendjes. Ik wilde over het hek klimmen, dat onze speelplaats scheidde van die van de buurschool. Net onder mijn riem haakte de broek aan een pin. Een keurige winkelhaak verscheen op de scheiding van broekboord en broek en langs de gulp. Ik schrok. Ik had niet naar Moeder geluisterd. Wat nu gedaan? - Hier begint mijn herinnering wat vaag te worden. - Ik liep naar huis. Bij Opoe ging ik naar binnen. Beschaamd vertelde ik haar wat er gebeurd was. "Trek oew brook mar uut jungesken", zei ze, "en kroep dan mar zo lange in de koetse tut ik kloar bin met neien!" Ik kroop in de beddestee, Opoe maakte de 'bokse' en mijn moeder heeft er, voor zover ik weet, nooit iets van geweten.

Vooral het woord 'koetse' in die herinnering zit me dwars. Mijn grootmoeder heeft vast 'couche' gezegd, want ze kende Frans en ze wist vast en zeker dat een couche een ligplaats is of een bed! Bovendien ken ik wel het woord 'koesjee' in enkele Nedersaksische dialecten voor 'bed', maar 'koetse' enkel als 'rijtuig'. Of gebruikte Opoe 'koetse' juist om aan te geven dat wij in de bedstee wel rijtuigje speelden, als op drukke dagen met bezoek de kleine kinderen naar de bedstee verbannen werden?

"Koest!" riep mijn vader tegen Hekkie, als het ijzeren hek open ratelde en er bezoek kwam. De hond blekte rustig door tot het bezoek de huishoek om kwam. Dan was het dier stil, ging leunend op zijn voorpootjes zitten en hield zijn kop schuin. Een ontroerend beeld. "Couche-toi", zou de Fransman zeggen. De Nederlander heeft 'koes' overgenomen en er een 'nadrukkelijke' t aan toegevoegd. Eigenlijk betekent 'koest' in onze taal meer dat men zich stil moet houden dan dat men moet gaan zitten of liggen.

Het kan maar zo zijn dat die uit het Frans overgenomen woorden helemaal niet meer als zodanig herkend worden. "Hou' jij je eens koest", wordt mij dikwijls toegevoegd, als ik weer eens overheersend het woord neem. Op zo'n moment ben ik meer met mezelf bezig dan met taal en ik begrijp het meteen, want er is geen woord Frans bij!

Op lange zomeravonden, als wij heel lang in onze tuin hebben zitten genieten van openspringende teunisbloemen, van zingende lijsters, van ruisende wind, van kabbelingen in de glinsterende vijver, kan het na heel lang zwijgen gebeuren dat ik enkel nog maar durf te fluisteren. En dat zijn de ogenblikken dat ik tegen mijn vrouw ineens in het dialect kan zeggen: "Kom Ali, hoe denk iej deroaver? Wiej mot is noa de koesjee".

Mijn vrouw weet dan dat ik met weemoed terugdenk aan mijn ouders, die ook eens zo bij elkaar gezeten hebben, waarbij mijn vader een dergelijke opmerking plaatste. Hij stond dan op, pakte de spullen die naar binnen moesten, mijn moeder volgde, en ze gingen naar bed, naar de koetse, couche, naar de koesjee, coucher.