Knuphansen

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 15 december 2008

"Hee lei der een flinke knuppe op en toen lukten 't um inens", zei de man vol vuur. "Heel veel mensen menen dat het beter lukt, als ze er een flinke knoop opleggen en dat is nogal logisch. Als je ergens een flinke knoop oplegt, kun je hem meteen doorhakken", antwoordde ik met een stalen gezicht. "Meneer begrip onze sproak gleuf ik neet." En de man begon me omstandig uit te leggen dat 'met een flinke knoop erop' een godslasterlijke uitdrukking wordt bedoeld. "Ooh", zei ik. Of Meneer daar wat op tegen had. "Ja", zei ik weer. "Je hekelt met zo'n knoop de mensen die zich aan godslasteringen ergeren." Toen liep ik door. 'Knoop', dacht ik. 'Waar zou dat vandaan komen?'

Na enig zoeken ontdek ik dat knoop met klankafbuiging naast knop voorkomt. Een knoop is een ronde sluiting aan kleding. Hij sluit de zaak af. De 'knoop erop' wordt gebezigd om de zaak goed af te sluiten. Zo'n knoop kan dus ook zijn: Wel-pot-vol-drie-dubbeltjes of Godfried-Bomans-nog-an-toe of Hansje-Brinkman-hou- de-vinger-in-je-gat. Dat is allemaal misschien ook lasterlijk, maar het klinkt niet zo gemeen! Maar al deze uitdrukkingen geven niet aan dat een knoop erop betekenen kan een geknoopte knoop erop; en zo'n knoop leg je niet met geweld. Die leg je met overleg zonder ijdele woorden, stil en krachtig. Voor zware arbeid heb je stille kracht nodig.

Ik zet de televisie aan. Er is een uitzending over het oude boerenleven. "Kiek en dat is een knupduûksien", hoor ik zeggen. En op het zwartwit beeld van de oude opname staat een boerenvrouw met een geknoopt doekje om de hals. Ze staat in het koren. Knoopdoekje, knupdeuksken, knupduûksien. Het is weer dezelfde knoop, die erop gelegd is. Ik zie de zweetdruppels van het kopje van de vrouw in haar hals in de doek verdwijnen. De knoopdoek is niet voor de sier aangebracht. De doek doet goed werk. Even later zie ik hetzelfde boerenland in de winter. Op het ijs glibberen kinderen op hun höltjes. De hansen, handschoenen, glijden de kleinsten van de handen. Maar geen nood. De moeders hebben er 'knuphansen' van gemaakt, handschoenen die aan elkaar vast zitten met een draad, die door de mouwen van de winterse kleding naar de handen lopen. Handschoenen aan elkaar geknoopt dus. En zo kunnen de kinderen ze niet verliezen.

Knop is in het Middelnederlands cnoppe. In het Oudhoogduits is het knopf. Het werd vroeger naast knoop gebruikt. Terwijl ik dat allemaal zit te lezen, kijk ik met één oog naar de televisie. Er is een film aan de gang over rechtspraak en bajes. Het gaat over zware misdaad. Er wordt getoond hoe inbrekers voorkomen dat hun vingerafdrukken achterblijven. Soms worden handschoenen te snel uitgetrokken. Ze vallen op de plek van het misdrijf. Als stille getuigen blijven ze liggen. Dat die mensen nooit op het idee gekomen zijn knuphansen te gebruiken.

Het beeld wisselt naar een gespeeld arrestatie-tafereel. Een man wordt in de boeien geslagen. Hij verzet zich niet. "Ze trekt 'm de knuphansen an", zeg ik hardop. De beide boeien zijn immers verbonden, aan elkaar geknoopt. Dat zou eigenlijk een mooie naam zijn voor handboeien: knuphansen. Bij gebruik van dat woord zal er een mooi woord voor het dialect behouden blijven; en dat gebeurt dan niet kunstmatig.

Dialecten zijn als knuphansen. Na de geboorte worden ze of meteen aangetrokken en je raakt ze nooit meer kwijt, of men krijgt ze toebedeeld en men kan er later niet anders af dan door de knoop met het verleden door te hakken. "Doot döör möör is denken op", zeggen ze in mijn dialect.