Kiekjen

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 15 december 2008

Ik moet hem toch ergens in mijn archief hebben. Maar ik kan die foto niet vinden, hoe ik ook zoek. Ik zie hem zo voor me. In het midden sta ik, de langste van de drie huzaren; rechts van mij staat Jaap, iets korter dan ik; links Lammert. Hij is de kleinste. Bijna op de dag af vijftig jaar geleden is die foto gemaakt op het kazerneplein van de Koning Willem III-kazerne in Apeldoorn.Op 17 november 1947 moest ik 'opkommen'. "Hee mot veur zien nummer in dienst", zo heette dat. Op een dag in de eerste week kwam er een fotograaf in de kazerne. Een Kiektoestel met een in elkaar geschoven statief had hij bij zich. Hij stelde dat op voor het gebouw waar het Zevende Eskadron van de Huzaren van Boreel lag. Dat was mijn eskadron. Jaap, Lammert en ik zagen dat toevallig. Wij bleven staan. Een uitnodigend gebaar. Voor we het wisten had hij ons in de vermaarde Kiek-houding opgesteld. Toen nam hij een aantal beelden. Waarom denk ik "vermaarde Kiek-houding"? Ik heb de Leidse fotograaf nooit gekend. Mijnheer Kiek is voor mij slechts een naam, die verbonden is aan het 'kiekje'; zo'n kiekje, een plaatje gemaakt met een foto-toestel of Kiek-apparaat, ook al genoemd naar de heer Kiek. Nou, slechts!? Het zal je maar gebeuren dat je naam verbonden wordt aan iets wat de wereld veroverd heeft! Zo'n mijnheer Kiek blijft beroemd tot in der eeuwigheid. Dat had ik tenminste gedacht. Wie kent Kiek niet, al is hij in 1899 overleden? Een massa Oost-Nederlanders kennen zelfs zijn naam niet. Om dat te ontdekken had ik slechts één vraag nodig: "Wat is een kiekjen en wöör kump dat woord vandan?" Op dat moment gaat de telefoon. Mijn vrouw vraagt of ik even afdaal om koffie te drinken. Beneden tref ik haar met een aantal vriendinnen van de Plattelandsvrouwen. Het is hun handwerkmiddag. Ik kan nu mijn vraag stellen aan alle acht aanwezigen. "Dames, ik heb een taalkundige vraag: Wat is een kiekje en waar komt het woord vandaan?" Alle aanwezigen kunnen de helft van de vraag beantwoorden; zij weten dat een kiekje een foto is. Een van de dames weet zeker dat het woord niet Nedersaksisch is, want het wordt in het hele land gebruikt en het zou 'kijkje' moeten zijn, als het westelijk Nederlands is. De tongen komen goed los, als ik vertel dat de Leidse fotograaf Kiek, overleden in 1899, het kiekje heeft 'gemaakt'. Een van de dames geeft nog een voorbeeld van zo'n naamgeving. Chocolade pastilles, bekend onder de naam flikjes, hebben die naam te danken aan mijnheer Flick, die ze waarschijnlijk zelf zo noemde.

Het kiekje met de drie huzaren erop kan ik nog steeds niet vinden; mijn gedachten malen dus ook verder. Als ik die baby op de witte vacht tegenkom: "Wat een mooi kieksken hef oew vader döör toch van emaakt?" hoor ik zo duidelijk, dat ik opkijk, opkieke, maar ik zie niemand. Kiekje, kiekjen, kieksken, kiekien, kiekie. Inderdaad maakt het woord een Saksische indruk. Waar dat 'kieken' zijn oorsprong heeft, weet niemand. Kieken, een foto maken, is duidelijk. Mijnheer Kiek is de oorsprong. Kieken, kijken of zien, heeft misschien te maken met koeken, kuken, in het Duits 'gucken', en is tenslotte overgegaan in kieken, en het Nederlandse kijken. Ik kan me voorstellen dat een Achterhoeker, een Sallander, een Twent, een Drent het volgende grapje zou uithalen. Hij gaat overdreven zuiver Nederlands spreken: "Gaan jullij nu eens allemaal op een rijtje staan voor dat rijten afscheidinkje met jullij fijtsen, dan zal ik een fijn kijkje van jullie sch..ten". Het laatste woord durf ik niet uit te spreken. Maar in gedachten zie ik Opper Nieskens weer staan, daar moet ik nog een kiekje van hebben, die zei: "Huzaar Zus, huzaar Zo, huzaar Zij, schiethuizen schoonmaken!"