Keren

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 15 december 2008

"Wie wären in Wenen. Een van de luu in ons gezelschap begon oaver schoorsteenvègers; iej weet, Wenen is altied de stad van de schoorsteenvègers ewest". Terwijl ik met op elkaar geklemde kaken, daartussen een opgevouwen gaasje, naar mijn auto loop, hoor ik weer de stem van de dokter. Wat zei hij verder ook weer? O ja, dat hij mijn mond als het ware schoon maakte, de afvalstoffen opruimde. In Wenen 'kehrten' de schoorsteenvegers de 'Schornsteine'. En verder dat in ons Plat 'keren' voor vegen ook nog gebruikt wordt. Als ik verder loop, nog steeds de kaken op elkaar, dat moet ik een uur volhouden, schiet me te binnen dat mijn vroegere hart-arts dat verhaal verteld zou hebben over dat 'Schornsteine kehren'. En ook dat 'keren' Nedersaksisch is. Dat zulke mensen met beroepen als hart- of tandendokter zich voor zulke taalzaken uit Oost-Nederland interesseren, verwondert me niets; zij zijn er immers vaak zelf op het platteland geworteld. En de Wijzen kwamen uit het oosten. En zij kenden hun taal!

Ik was nog vrij jong toen ik deze cardioloog leerde kennen, net vierenveertig. Ik had toen een veel te hoge bloeddruk. Met de hulp van deze specialist kwam alles redelijk onder controle. Eens, een jaar ongeveer nadat ik onder zijn 'reinigende' handen kwam, zei hij, zuchtend van genoegen onder mijn goede bloeddruk: "Wat was U een puinhoop, toen U hier voor het eerst kwam; wat heeft Uw toestand zich ten goede gekeerd sindsdien". Hij gebruikte toen 'keren' in de betekenis van 'wenden'. Daar ligt misschien de verwantschap met vuil en stof. Wie vuil afwenden wil, zal 'zijn huis met bezemen moeten keren'. Dat, met bezemen keren, deed de kaakchirurg met mijn mond, zoals hijzelf zei. Zich bekeren betekent toch zich afwenden van de vuiligheid, de duivel, de bezem erdoor halen, en het geheel met de vuilnis'kar' meegeven. Als ik dat denk, interesseert me etymologische verwantschap tussen keren, vegen, en keren, wenden, niets, omdat zij wat betekenis betreft, volledig in elkaar passen. In dat kader past ook een bijbelse uitdrukking als 'Bekeert U, want ....'. Het gezegde geeft aan dat wij ons voor het eindoordeel moeten 'schoon vegen', moeten 'reinigen'.

Het Oudnoorse woord voor vuil is 'kar'. Keren is vuil wegvegen. In de Middeleeuwen deed men dat met een keerbezem, een vuilbezem. Het was dezelfde bezem die wij nu vaak stalbezem noemen, de bij elkaar gebonden berkentwijgen met een lange 'stelle' daarin gestoken. In een aantal Saksische dialecten was een dagloner een 'kärreman', wat zou kunnen inhouden dat hij het vuile werk moest doen. Maar ... in de Middeleeuwen was een 'karreman' een voerman. Ik weet dus niet zeker of ik wel gelijk heb. Het zou mooi zijn, als ik in het Nedersaksisch eens het woord 'kereman' tegen zou komen. In ieder geval kom ik 'keren' nog steeds tegen op de Veluwe, vaak met de voorvoeging 'an', ankeren. Ook leeft het woord in Salland, Olst kent bijvoorbeeld 'keren' en 'ankeren'. De kamer 'ankeren' is de kamer aanvegen. In Twente leeft nog een mooi gezegde met 'keren': 'Ieder mut eerst zien eig'n ströötj'n keer'n'. Ik ben bij de auto. De auto ervoor staat zo geparkeerd dat ik moeite hebben zal eruit te komen. Ik loop eens om die wagen heen. Dat is aardig. De chauffeur heeft zijn asbak op straat 'gekeerd'. Ik zal me maar niet ergeren. Een kaakchirurg zou zo'n mens de eigen wortelresten moeten laten doorslikken. Dan rijd ik achteruit en ik 'keer' mijn auto. Op dat moment schiet me de geschiedenis van 'keren' te binnen. Keren is buigen, Oudsaksisch 'keran'. Keren is vegen, Oudhoogduits 'kerren'. Over verwantschap, taalkundig, tussen keran en kerren is mij niets bekend uit de boeken. Maar ik vermoed ... . Daar heb ik echter niets aan.