Kerazie

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 15 december 2008

Op het grote plein van de Koning Willem III staat ons peloton aangetreden. Ik tril van de zenuwen, want ik heb een paar enerverende ogenblikken achter de rug. Als het exerceren maar goed gaat. Het gaat inderdaad goed, automatisch, want onder het lopen en luisteren naar de commando's gaat nog eens door mijn hoofd wat er gepasseerd is.

Ik stond wat vroeg op de appèlplaats. Ik deed nog een paar stevige trekken aan mijn shagje. Ineens klonk die woedende stem. Het was de huzaar eerste klas. "Gvd., wil jij die sigaret uitmaken, rotzak! Je weet toch dat je op de appèlplaats niet roken mag!" IJzig kalm werd ik. Niet door de terechtwijzing, maar door de godslastering. Ik stapte dreigend op hem af en ging in de houding voor hem staan: "Huzaar, U weet dat godslasteringen uiten tegen ondergeschikten tegen de krijgstucht indruist", ik verzon maar wat, "ik zal dus mijn beklag over U doen!" Het laatste sprak ik met stemverheffing. De eerste-klas verschoot van kleur. Ik had in de roos geschoten.

En nu loop ik daar over na te denken, met angst in het hart. Want wat ik zeg, doe ik. En ik stap straks naar de wachtmeester om het beklag in de dienen. Eén voordeel heb ik: met wachtmeester H. kan ik heel goed opschieten. Zo, de exercitie is voorbij.

"Wat een kerazie", hoor ik achter me, als ik de appèlplaats afga. Het is huzaar N. Hij komt uit de Achterhoek. "Iej hebt het hem goed ezeg', jong. Noe mo'j oke deurzett'n; ik vertrouwe 'm toch al neet". Ik zeg dat ik dat zeker van plan ben. En ik loop meteen naar de wachtmeester, die me vraagt een en ander schriftelijk in te dienen. Zijn ogen glinsteren verdacht. Hij lijkt blij met mijn beklag. Ik krijg zelfs een paar goede raadgevingen, bijvoorbeeld: "Bij mij indienen, dan gaat het langs de hiërarchieke weg". Mijn Achterhoekse maat, die immers getuige was van mijn opmerking aan het adres van de eerste klas, maak ik deelgenoot van mijn schrijven. "Wat een kerazie", zegt hij weer.

Wij staan op de appèlplaats. We mogen op "je gemak" blijven staan. De wachtmeester neemt het woord. Hij vertelt dat onze huzaar eerste klas bevorderd zou worden tot korporaal. "Maar hij blijkt bij nader onderzoek bij de SS te hebben gediend. Bovendien zou een beklag over onwelvoeglijke taal zijn bevordering ook tegengehouden hebben. Jullie zullen hem niet weerzien. Hij is ontslagen". Iedereen zwijgt. Misschien zoekt elk van ons in zijn gedachten een verband tussen vloeken en de SS. Misschien leidt dat tot minder vloeken binnen het peloton!

Nu, jaren later, eenenvijftig om precies te zijn, schiet mij kerazie, koerazie, courage te binnen. Misschien heeft mijn Nedersaksische vriend wel aan durf en moed gedacht toen hij dat uit het Frans afkomstige woord gebruikte, maar heeft hij, net als ik toen, niet geweten dat het grondwoord van koerazie 'coeur' is, 'hart'. Daarom vind ik het nu zo'n prachtig woord. Moed, dapperheid, echte durf komt voort uit het hart. Het hart gaat er sneller bij kloppen. Wie moed toont, neemt risico. Ik denk aan vele dapperen die hun moed op een of andere wijze hebben moeten bekopen, zelfs met de dood. 'Cor' moet men in de Indogermaanse tijd al gehad hebben. Ons 'härte' stamt er regelrecht van af. Courage geeft duidelijk weer dat moed een hartsaangelegenheid is. Dat heb ik toen, in 1948, niet geweten, terwijl het hart toch flink te keer ging. Kerazie of koerazie zal tegenwoordig niet veel meer gebruikt worden. Misschien is het daarom goed dat ik het woord eens onder de aandacht breng. En döör is gin kerazie veur neudig!