Kardoes

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 15 december 2008

De dienstdoende bureau-agent leidde de knapen naar een donkere cel. Met hun houten knuppels in de hand, hun oude bivakmutsen nog op, verdwenen ze achter een dikke met ijzer beslagen deur. Daar zaten ze met hun zessen. Ze konden elkaar nauwelijks zien; hoog tegen de met spinnewebben versierde houten balken zat tegen de muur een klein tralievenster. Kees keek ernaar. Nu zat hij dus in de bak. En hij was toch nog maar veertien. Zijn vader had al eens tegen hem gezegd: "As iej zoo deurgoat, kom iej nog is in de bak terechte." Dat was bijvoorbeeld geweest, toen ze de auto van de groenteboer de dijk af hadden laten rijden. Die was in het kanaal terecht gekomen. Goed afgelopen. Er was zelfs geen waterschade geweest. Maar straf hadden ze gehad! Hijzelf mocht die mooie zomer na het avondeten een maandlang niet buiten aan het water zijn; zijn vader had hem heel wat werkjes in huis laten opknappen: deurposten gladschuren, die geverfd moesten worden; behang afkrabben met oude scheermesjes; en ga zo maar door. En nu dit. Die mensen hadden er toch gewoon om gevraagd! Het dak van die slee stond open, de portieren waren niet op slot. Het was zo gemakkelijk gegaan. De radio hadden ze er binnen een minuut uit gehad. Die portemonnee lag voor het grijpen. En ze hadden niets hoeven te vernielen. Overal konden ze bij. En toen die stem: "Zo jongetjes, dat was het dan voor vandaag". De agenten, twee man sterk, de beide uitkijkposten hadden ze al in de kraag gepakt, rekenden hen heel vriendelijk in. Weglopen had geen zin; ze waren in hun buurt wel bekend. Daar zaten ze dan. Wat nu?

Nu staan ze; voor de zetel van de hoofdinspecteur. Deze kijkt de jongens een voor een dringend aan. Ze doen het bijna in de broek van angst. Na lang zwijgen zegt de officier met donderende stem. "Het Koor van Knikker-de-knak, dat zijn jullie geworden. Je zult wel niet weten wat dat is, maar dat zal ik je wel even in je kop stampen. Knikkers zijn centen. Knakken is kraken. Jullie zijn met z'n zessen allang geen ondeugende vlegels meer, maar een zootje ongeregeld,een bende van Kardoes. En dat ik jullie zo noem, komt omdat ik bang ben dat jullie je houten wapens, waarmee je alleen maar slaan kunt, nog eens zult vervangen door echte geweren, waarmee je schieten kunt. Kardoes komt van het Franse cartouche, weet je? Een cartouche was een papieren kruithuls, waar een kogel in gevat kon worden. Sinds 1594 konden ze zo kogels op de mensen afschieten zonder eerst het kruit te hoeven stampen. Hier in Deventer en omgeving werd cartouche verbasterd tot kardoes, eigenlijk kärdoes. Maar Cartouche of Kardoes was ook een naam, gegeven aan een groot bendeleider uit Parijs, die leefde van 1693-1721, en die Louis-Dominique Bourguignon heette. Wil jij, en zijn vinger doorstak Kees bijna, later met de bijnaam Kardoes door het leven gaan? En jij? En jullie? Een voor een wees de hoofdinspecteur de jongens aan. Onthoudt dit geschiedenislesje. Sluit ze maar weer op". Dan leunt de politieman zuchtend achterover en sluit de ogen.

Dit is niet zo maar een geschiedenisles, maar tevens een stukje dialect: kärdoes staat in het 'Woordenboek van het Deventer Dialect' op bladzij 48, maar dan zonder umlaut. In dat boek staat op bladzij 55 koor van knikker-de-knak. Wat is het leuk dat men in zijn geschiedenislessen zo een stukje streektaal kan "meenemen". En dan valt me plotseling in, dat dit verhaal ook nog een preventieve werking hebben kan! Daarmee wil ik niet beweren dat ik het moraliserende werk van veel mensen zo bewonder. Lang niet ieder mens is een produkt van zijn opvoeding. Gelukkig maar! Ouders krijgen toch al overal de schuld van.