Kaatje

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: maandag 15 december 2008

Ik reken mijn maaltijd af. Even later zit ik op de fiets naar huis in Diepenveen. Ik heb me wat verlaat en ik heb nog een boel te doen. Mijn artikeltjes in het Deventer Dagblad hebben er langzamerhand toe geleid, dat er vele vragen te beantwoorden zijn van lezers, die hun kennis van taal willen verdiepen, en speciaal de kennis van hun eigen dialect. Dat betekent dat ik nu een hoop studeerkamerwerk te doen krijg en dat het 'uit de mouw schudden' van een 'stukje voor de maandagkrant' voorbij is.

Thuis begin ik met al mijn boeken over dialect en taal bij elkaar te zoeken, want ik moet meteen al beginnen met een moeilijke vraag; ik probeer te citeren: "Meneer, in het 'Woordenboek van het Deventer Dialect' trof ik an : 'kaatjen egaal'. Het betekent 'precies hetzelfde' en volgens het woordenbeuksken is het de verbastering van 'ganz egal' uut het Duits. Door bin ik het helemoale neet mee ens. Mien vader hef mien is verteld, hoe of Kaatjen egaal, Kaatjen met een heufdletter, ontstoan kan wèzen". En toen kreeg ik het volgende verhaal te horen.

"Er was eens een Deventer familie, die een meisje in dienst had, dat Kaatjen heette. Feitelijk heette zij Catharina, maar ze werd Kaatjen genoemd. Zij was keukenmeisje en een echte keukenprinses. Het bleef haar onverschillig wat ze klaar moest maken. Dat bleef haar altijd precies hetzelfde of egaal. In dat gezin werd Deventers gesproken. Op een dag vroeg Mijnheer aan Kaatjen: "Kaatjen, wil iej mien dree-in-de pan' bakken um mee te nemmen op de jacht?" - Mijnheer hield van die kleine pannekoekjes. - "Mien vrouwe zeg' da'j door noe gin tied veur hebt".

"Dat blif mien egaal", zei Kaatjen. Mijnheer ging nöör zien vrouwe: "Vrouwe, of der noe ebakken worden mot of neet, het blif Kaatjen egaal!" De pannekoekjes werden dus gebakken. Zegt deze anecdote, hoe Kaatjen egaal ontstaan kan zijn? Hoe denkt U daarover?"

Voor ik de vraag ga beantwoorden, raadpleeg ik eerst maar eens een paar 'schriftgeleerden'. Van Dale: Die geeft dat Kaat vaak als verkleinwoord gebruikt wordt, met de mededeling dat Kaat de verkorting is van Catharina. Als voorbeelden worden gegeven: Kaat Mossel, Kaatje ben je boven? Ja, mevrouw..., 't is gedaan met Kaatje (het is uit; er is niets meer aan te doen.), morgen, als Kaatje verjaart (nooit), dat is Kaatje egaal (dat is onverschillig; doet er niet toe), 't is een Hollands Kaatje (een echte Hollandse vrouw of meisje), naar Kaatje in de Wolstraat gaan (naar bed gaan; gaan slapen). Huizinga's 'Spreekwoorden en Gezegden' geeft ook nog 'Het is donderen met Kaatje'.

Over 'ganz' in 'ganz egal' kan ik het volgende zeggen, naar aanleiding van mijn etymologisch woordenboek: 'gans'; dat is afkomstig van het Hoogduitse 'ganz'. Zelf zou ik eraan toe kunnen voegen dat 'ganz' in het Nedersaksische taalgebied uitgesproken werd als 'kants'. Dat zou geworden zijn tot 'kats', dat 'helemaal' betekent. "Mien scheteboage (pijl-en-boog) is kats kapot". "Dat is mien kats egaal". Dat laatste kan heel gemakkelijk onder invloed van Kaatje geworden zijn tot "Dat is mien kaatjen egaal". Ikzelf houd het op deze laatste verklaring. Een klein onderzoekje heeft me namelijk het volgende geleerd, dat Hollanders zeggen: "Dat is Kaatje egaal", maar dat Dèventenären bijvoorbeeld zeggen: "Dat is mien kaatjen egaal", met uitdrukkelijk daarbij vermeld "mien". Dat duidt er volgens mij op, dat 'kaatjen' een verbastering is van 'kats'; 'Kaatje' is de keukenprinses of welk meisje ook maar, die het allemaal een zorg zal zijn. "En feitelijk blif het mien ook allemoale kaatjen egaal. Möör het is leuk um deroaver noa te denken", zal ik in mijn stukje schrijven.