Hooimaand

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zaterdag 13 december 2008

Juli: hooimaand. "Iej könt echt a' roek'n, dät het heujmoand is", zei mijn vader wel honderd keer, als we 's zondags langs de van hitte zinderende hooivelden liepen te wandelen. Hij snoof dan met volle teugen de zoetig-warme geur van het zojuist gemaaide gras op en genoot. Dat genieten zag je aan zijn glinsterende oogjes achter zijn dikke brilleglazen en je genoot mee. Geen haar op mijn hoofd die er toen aan dacht zich bezig te houden met de geschiedenis van dat woord HEUJ of HOOI; de inhoud was voor een kereltje van een jaar of zeven niet meer dan warmte, zon, geel, zomer, vakantie. Wanneer kwam bij mij eigenlijk die belangstelling voor de afkomst van de woorden? Ik weet het niet precies, maar het moet ergens in de zesde klas van de lagere school geweest zijn, toen de hoofdonderwijzer spreekwoorden en gezegden met ons ging bespreken; daarbij deed hij een beetje aan taalvergelijking: "Meisjes en jongens, 'Alle hens aan dek', wat betekent dat?" En hij vertelde over het Engelse hèènds. Ik begon onder die lessen, geloof ik, te beseffen, dat ik later als leraar deze dingen ook zo uit wilde kunnen leggen. Ja, zo moet het gekomen zijn. Nu weet ik, dat een mens nooit achter de wonderen en het Wonder van de taal komt, maar dat ervaar ik juist als heel fijn: wonderen laten zich niet dwingen; een mens moet ze gewoon beleven. Is het niet wonderlijk dat ik naast elkaar zetten kan: KOOI en het Dèventerse KOUWE? Dat dan meteen of 'gelieke' je te binnen schiet het verkleinwoord van KOUWE: KUIWKEN? En dat anecdotische: 'Kiek, döör löp 'n vruiwken met 'n kuiwken. En dat kuiwken höldt ze vaste an 'n tuiwken. En in dat kuiwken zit een kukentjen'? Dat vind ik zo mooi! Zo weet ik dat het Sallandse HEUJ hetzelfde is als HUI en HOOI en HOUW. HOUW is de stam van het werkwoord HOUWEN. Dat voert tot de gedachte dat hooi of houw het afgehouwen lange gras is. Dan moet hooi ook als woord in verschillende uitspraken en schrijfwijzen al eeuwen en eeuwen oud zijn. En dat blijkt ook. In het Oudfries tref ik HA en HE aan; In het Gotisch HAWI. Dat laatste woord zal dan ook wel in het Oudsaksisch aanwezig geweest zijn, al is dat op schrift (nog) niet gevonden.

In de hooimaand werd dus gehouwen. Het afgehouwen gras werd gedroogd en daarna in de hooiberg op de hooistoel opgeslagen voor het voeren van het melkvee, van de BEESTEN of KOEIEN dus; natuurlijk, het paard deelde erin mee. Het slachtvee was in november, slachtmaand al voor consumptie klaar gemaakt. De huiden werden in de stille wintertijd gelooid. Dat gebeurde in LOOIMAAND of ... LOUWMAAND. Ja, iedere klankwet heeft zijn eigen wonderlijke gevolgen. Over het looien weet ik weinig, enkel dat ZWOLLE misschien zijn naam aan het looiproces te danken heeft: Het woord ZWOLLE zou ontstaan zijn uit SUELLO, ZWELBOS, wat in verband gebracht kan worden met het leerlooien door middel van eikeschors. De huiden werden met eikeschors in kuipen gedaan, waarna het zwel- of looiproces zijn gang kon gaan.

Het is dus niet toevallig dat Zwolle in de veehandel nog zo'n grote rol speelt. De veemarkt daar is een van de grootste in Nederland.

Voor mij blijft de vraag, waarom in het Nederlands HOOIMAAND naast LOUWMAAND doorgedrongen is. Waarom geen HOOIMAAND en LOOIMAAND of HOUWMAAND naast LOUWMAAND. Ik hoop dat ik op deze vraag nooit antwoord krijg. De Taal moet niet al zijn geheimen prijsgeven. Er moeten onderzoekers blijven, die naar spelden in hooibergen zoeken; dan zullen ze veel dingen vinden, al vinden ze de spelden niet. Eén ding zal ik in deze vakantiemaand zeker niet doen: te völle heuj op de vörke nemmen. In gedachten zie ik daarbij een boer een vork hooi opsteken.