Hemmelen

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zaterdag 13 december 2008

Schoonhoven. Kleine stad in 1949. Vestigingsplaats van de ADKL, Algemeen Depot Koninklijke Landmacht. Ik loop zenuwachtig het kazerneterrein op. Daar zie ik Gerrit Wessels lopen, zoon van de bakker aan de Boxbergerweg in Deventer. Nu is het bijna vijftig jaar later en daar staat hij op de verhuisreceptie van mijn lijfblad in het redactiegebouw op de Brink. Logisch dat ik meteen die associatie met Schoonhoven heb, nu ik hem zie. Hij gaf mij rust in die zenuwachtige tijd na mijn kuur in Hellendoorn, in het Volkssanatorium. Hij was een jongen uit de buurt van mijn grootmoeder. Als kleine jongens kenden wij elkaar al. Een beetje hemels gevoel kreeg ik daar in dat Schoonhoven, toen ik op hem toe stapte en zei: "Iej bint Wessels, de zönne van de bakker". Hij herkende mij ook. Schoonhoven, de schone tuinen, werden nog mooier en schoner op die zonnige zomerdag toen.

Als ik nu op Gerrit af ga, zie ik een ander beeld. Ik zit bij de radio; ik luister naar Radio Drenthe, 'Hemmeltied'. Hennie Kuijer, verslaggeefster van die omroep, schildert het schone landschap op een plaats in Drenthe. Ze wandelt daar met anderen naar een huis. Als ze er binnen gaat, hoor ik haar zeggen: "In disse schone buurte goa we noe een huus binnen; tjonge, wat is het hier al hemmel".

Ik geef Gerrit en zijn vrouw een hand. "Weet iej dat nog, van Schoonhoven?" Gerrit moet diep in zijn geheugen spitten. "Iej wären döör kok in dee kazerne!" Ja, dat weet Wessels nog wel, maar dat hij mij daar enigszins opgebeurd heeft, weet hij niet meer. Ik zeg hem dat hij mij toen een beetje 'opgehemeld' heeft, om een niet helemaal juiste term te gebruiken. Ophemelen is immers niet een mens in de hemel brengen, maar hem 'mooi of goed of verstandig of eerlijk' afschilderen, vooral als mensen anders over die iemand denken dan goed. Een aantal taalgeleerden wil dan ook dat 'hemelen', naar de hemel gaan, geen familie is van 'hem(m)elen', opknappen en schoonmaken, er met de dweil en de stoffer doorheen gaan. Ik deel hun mening niet. Ik heb nog eens een lied geleerd, 'In de hemel is het schoon; waar men zingt op blijde toon', waarin schoon duidelijk nog de betekenis heeft van mooi en lieflijk en van zuiver en rein, of zoals de Duitsers zeggen: 'sauber'. 'Hemmel' uit het Drentse 'hemmeltied', de tijd op de zaterdag waarop alles in en rondom het Drentse huis zijn 's zondagse 'hemelse' aanzien krijgt, betekent weliswaar 'opgeknapt en schoongemaakt', maar het is direct verbonden met 'hemel'; zij zijn in betekenis zeer verwant. Als ik zeg "het is hier hemmel", kan ik me daarbij heel 'hemels' voelen.

Dit overweeg ik allemaal, terwijl ik met de Wessels' sta te praten. Ik kan dan ook niet nalaten te zeggen dat Schoonhoven, Hemelhoven, Hemmelhoven zulke schone herinneringen aan het weer gezond zijn na een lange ziekte bij mij oproept, nog versterkt door mijn eerste ontmoeting daarna met een Platproater, dat ik over 'hemmel' zeker schrijven wil. "Hei'j der bezwöör tegen da'k oe in dat verhaal betrekke?" vraag ik Gerrit. Hij heeft er niets tegen. Tenslotte is het een kleine historische herinnering, waar het in dat schone stadje om ging.

Dan nemen we afscheid van elkaar. We hebben over heel andere dingen gepraat nog dan waar ik voortdurend aan dacht. En ik ga terug naar de hoek waar mijn lezers mij kunnen spreken. Ondertussen zet ik op een rijtje: hemelen, opknappen, sterven, ophemelen, hemel, Oudsaksisch 'himil', Engels 'heaven', haam, gewelf. En ik denk aan 'De Grote Wasserieje' van Jans Groenink uit Bathmen, over het sterven van een opa. Een 'hemmelbeurt' krijgt de mens voor het 'hemelen', zegt het verhaal.