Helfte

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zaterdag 13 december 2008

Een beetje geschrokken sta ik met mijn bijltje in de hand. Het ovalen gat in het blad waar de steel uitmondt, gaapt me toe: de houten wig is eruit gevlogen. Wanneer? Ik weet het niet. Maar er hadden de grootste ongelukken kunnen gebeuren, als het omgebogen beveiligingsijzer aan de rugzijde van de 'elve' er afgeschoten was. Inderdaad blijken de twee spijkertjes die door die streep ijzer in de houten steel geslagen zijn, naar boven gedrukt, waardoor de band gemakkelijk kan loslaten. Ik moet mijn bijltje er maar meteen even bij neerleggen en hem repareren. De tekstverwerker kan wachten. Van dat werktuig zullen me de spaanders niet om de oren vliegen. Even later ben ik op zolder bezig.

Leuk werkje om onder na te denken. Hoe komt het dat 'elve' of 'helve', het Middelnederlandse woord voor bijlsteel me te binnen geschoten is? - Ondertussen ben ik van een stukje notenhout een wigje aan het slijpen -. Het beeld van Vader doemt voor me op; hij zit in Opa's luiestoel bij de snorrende haard en vertelt: "Der was is een keerl, dee mos' een niej bielenhelfken hebben. Hee dach' dee van een toaje holtsoort te kunnen maken. Ulie mot weten een helfken is een handvat of een stelle van een biele. Bielenhelfken is dus feitelijk dubbelop, mar hier an den Iessel he'k 'helfken' nog nooit eheurd. Zodoonde. Noe was den keerl doof." ... Vader vertelde verder, maar mijn gedachten waren bij het horen van 'helfken' steeds verder afgedwaald. Ik dacht dat 'helfken' 'heftjen' zijn moest. Een handvat waar je dingen mee opheft heet een heft. Ik durfde dat niet te zeggen, want Opa had 'helfken' vast uit Lichtenvoorde mee naar Deventer gebracht, toen hij omstreeks 1880 uit de Achterhoek vertrok.

Zo, de wig is klaar, die kan de 'helfte' weer in de ovalen mond persen. Nu de metaalstrip nog. Ik trek de spijkertjes uit de 'elfte', veel dialectsprekers kennen de 'h-' niet, en ik zoek twee nageltjes die een maatje groter zijn, ''n doems nègeltjen' - Opa was timmerman - zal wel goed zijn. Terwijl ik de hakkop weer aan de steel zet, schiet me te binnen dat ik nooit de herkomst van 'helfte' heb kunnen achterhalen. Misschien was 'elve' er al voor 'helve', en dat zou dan weer ontstaan kunnen zijn uit 'eleve'. Dat doet denken aan Franse woorden als 'élever', dat 'heffen' betekent, en aan 'elevator', dat daar weer van is afgeleid. Het is helemaal niet onmogelijk, want aksen of bijlen zijn al duizenden en duizenden jaren bekend, zonder 'helven', en in ons Stenen Tijdperk ook met. Een Indogermaans woord is het Achterhoekse 'Helfte' of 'Elfte' zeker. Mijn bijltje is heel wat jonger. Zo, die is weer klaar. Ik pak hem bij het eind van de steel. Die ligt glad in mijn hand. Ik til hem hoog boven mijn hoofd en zwaai hem wat heen en weer. "Bijlo", zeg ik, "laat ons ten strijde trekken". En tegelijkertijd realiseer ik me dat 'bijl' familie is van het Russische 'bilo' dat 'hamer' betekent. Dan ga ik de trap af, want ik wil weten hoe dat verhaal van Vader verder gaat. In de kamer bel ik een van mijn broers. "Weet iej nog wat een bielenhelfken is?" vraag ik. "Vader had döör altied een verhaaltjen oaver", zegt hij. Maar hij herinnert zich de vragen en antwoorden aan en van de dove elftenmaker ook niet meer. Jammer. Na het gesprek loop ik naar de garage, de bijl in de hand. "Ik kon er vandaag weleens helemaal een bijltjesdag van maken", denk ik. Als ik de bijl zorgvuldig wegstop, bedenk ik vast een titel: Helfte. Zo'n oeroud woord verdient eerbewijs. Het halfwerktuig met die naam eveneens. Wat hebben wij en onze voorouders een plezier gehad van de bijl met helfte, die we aan de wortel van alle zaken konden leggen. Ik hoop dat ik mijn helfte voorlopig nog niet uit handen hoef te geven.