Heileuver

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zaterdag 13 december 2008

Boodschappen doen. Ik ga maar naar Casper. In zijn kleine zaak, waar ik me volop kan laten helpen, voel ik me veilig; ik doe niet graag boodschappen, realiseer ik me als ik zijn zaak binnenstap. Vandaar mede dat gevoel van in mijn blootje staan, als ik in een grote winkel ben waar men mij niet kent. De vrouw van Casper groet me vriendelijk als ik binnen ben. Ik zeg: "Dag mevrouw", grijp een winkelwagentje en rijd langs de schappen. Mijn vrouw heeft deze keer geen lange lijst, maar volledig is die wel, want mijn karnemelk staat erop. Als ik langs het zuivelvak stap, zie ik goed hoeveel merken karnemelk, bottermelk er zijn. Die fles daar heeft een mooi etiket. Het oog wil ook wat, dus ik pak hem om te lezen wat er op het etiket staat. "Heileuver's boerderijkarnemelk", lees ik hardop. "Goeie karnemelk", hoor ik achter me. Het is de stem van Casper. "Besteet neet", antwoord ik in het Plat, "Ooievaers geeft gin melluk!" En ik moet er zelf om lachen. De kruidenier lacht ook, maar hij kijkt niet begrijpend. "Een heileuver is een ooievaar. Ooievaars geven geen melk. Karnemelk van een ooievaar bestaat dus niet, ook niet als die ooievaars gekruist zijn met boeren of koeien". En ik wijs op de koe die op het etiket afgebeeld staat. "Oh, ik zie het al, de boerderij waar die melk gekarnd is, heet "Heileuver". Dat is een heel mooie naam voor een boerderij".

"Is een heileuver een ooievaar?" vraagt een andere klant verbaasd. "Dat heb ik nooit geweten. Ik heb altijd gedacht dat een 'euver' of 'euvel' een 'fout' of een 'gebrek' was en dat deze karnemelk jou 'heilde' of 'heelde' of 'genas' van dat gebrek of die 'ziekte'".

Ik leg haar uit dat haar redenering onjuist is, dat een över, een euver, een uiver, een ooievaar is. Ik voeg er nog aan toe: "In de Achterhoek en Twente wordt hij ook wel 'stork' of 'sturke' genoemd. De naam 'heileuver' wordt niet meer gebruikt."

Even later ben ik buiten. Dan schiet me pas te binnen dat ik niet uitgelegd heb wat 'heileuver' nu precies betekent, en wat er bekend is over de herkomst van dat woord. Thuis zet ik de waren waar ze horen. Dan ga ik een eind wandelen. Er schijnt een heel vroege lentezon; die maakt me extra vrolijk. Het groen is al aardig uitgebarsten en de weidevogels vliegen lawaaierig dwarrelend af en aan. Bij een sloot staat een ooievaar. Er staat nog een man naar het dier te kijken. Ik ga naast hem staan. "Zol dat een trekker wèèn of ene uut Gorssel?" zegt de man vragend. "Kui'j dat neet zeen?" vraag ik hem. "Nee, ieje?" Ik zeg dat ik het ook niet weet. "Dee heilövers van noe bint oke neet meer wat zee ewest bint!" roept de man als het ware. "Dee heurt te trekken en neet hier te blieven!" Blijkbaar heeft hij zijn conclusie over deze 'geluksbrenger' al getrokken. Volgens hem is dit een blijver.

"Ik goa mar is verder", zeg ik, en ik loop door. Dat had ik die dame vanmorgen toch moeten vertellen, waarom wij de baby's door ooievaars laten brengen. 'Varen' is immers 'vervoeren' of 'brengen'. Een 'voer' hooi is een 'last' hooi. Het Oudsaksische 'od', uit te spreken als 'ood' is 'rijkdom' 'geluk'. Varen en baren zijn aan elkaar verwant. Een vrouw die een kind baart, baart geluk of 'ode' of 'ooi'; de 'odebaarder', de 'ooievaar', de 'geluksdrager' brengt dat kindje. 'Heileuver' is feitelijk dubbelop: de 'heil-geluk-brenger'. Zo'n woord is in het Nedersaksisch natuurlijk ontstaan, toen 'ood' als zelfstandige woordbetekenis verloren was gegaan. 'Heel' of 'heil' werd als geluk toegevoegd.

'Heileuver' wordt dus nog steeds gebruikt. Het lijkt niet verouderd, al is het wat zuur geworden in de karnton. Tevreden over deze gedachte maak ik mijn wandeling af. Dan even een heileuvertje.