Hechten

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: zaterdag 13 december 2008

Hoe vertel je een gebeurtenis zonder dat lezers of hoorders gaan denken dat zij de hoofdpersonen uit het verhaal kennen? Met dat probleem zit ik. Het gaat om vier mensen en mij. 'Mij' dat mag. Ik ben slechts waarnemer en teken de handelingen op. Maar die vier ... . Het beste is dat ik praat over een ouder, een leerkracht, oudste kind, jongste kind. Dan weten de mensen verder niets. Niet of het mannetjes of vrouwtjes zijn, niet hoe groot het gezin is, en het belangrijkste, niet wie die leerkracht is. Want daar zit het misverstand in dit drama, bij de leerkracht..

Ouder: "Wil jij op school zeggen dat Ouk weer een hevige aanval heeft van astma en heel erg moet hiemen?" "Ja Ouder". Jonk gaat naar school. Jonk heeft het moeilijk met zichzelf, want Jonk weet nooit wat te zeggen in het Nederlands. Is het nu 'hiemen' of 'hijmen'. 'Hiemen' is natuurlijk Achterhoeks en 'Hijmen' is Nederlands. Ouder haalt die talen weleens meer door elkaar. IJverig loopt Jonk onderweg te oefenen. "Ik wou U even vertellen dat Ouk weer hele erge astma heeft; Ouk heeft het zo benauwd en Ouk moet alsmaar door hijmen". Natuurlijk blijft er door de voortdurende herhaling van 'hijmen' niets van de boodschap over. Wacht eens! Ouder gebruikt ook wel het woord 'hechten'. Daar kan niks mis mee gaan. "Ouk is heel erg benauwd; Ouk moet altijd maar door hechten". Dat is het. Zo kan er geen narigheid van komen. Op school gekomen gaat Jonk meteen naar binnen. Even de klas van Leerk zoeken. "Dag Jonk. Wat doe je binnen?" vraagt Leerk ironisch vriendelijk. Stotterend brengt Jonk de boodschap over. "Hechten? Wat is dat nu weer?" zegt Leerk. "Ouk is zeker gehecht? Hij is zeker geopereerd". Jonk lacht om zoveel domheid. "Ouk moet heel erg hiemen", zegt hij dan. "Dat woord bestaat niet", zegt Leerk. "Jawel, Ouder zegt altijd dat Ouk hiemt". "Dan is Ouder net zo dom als jij", lacht Leerk smalend. "Maar zal ik jou eens wat zeggen? Ouk moet heel erg hijgen. Dat is het!" Jonk loopt hard weg, rent naar huis. Hortend vertelt Jonk Ouder alles. Ouder lacht. Die gaat even bij Ouk kijken. Ouk slaapt nu rustig. "Kom", zegt Ouder.

Even later staan ze voor het raam van Ouk's klas. Ouder tikt op het raam. Leerk kijkt in richting van Ouder. Nadrukkelijk haalt Ouder Leerk met de wijsvinger naar zich toe. Leerk gehoorzaamt bleek aan die vinger. Leerk weet wat er misgegaan is: Ouders zijn niet dom! "Weet iej wat boeksloan of boekslagen is? Dat is hiemen! Weet iej wat hiemen is? Dat is hijgen, möör dan alderbärstend zwöör. En dat neume wie in het Nederlands, heur iej, in het Nederlands, hechten!" En Ouder barst uit in een schaterende lach. Leerk lacht mee als een boer die kiespijn heeft. "Maar nu alle gekheid op een stokje, Leerk, astma is een te ernstige kwaal om het ene kind te plagen met de ziekte van het andere! Let op het woord boekslagen of buikslaan, een samenstelling van 'buik' en 'slaan'. Het middenrif slaat voortdurend heen en weer tussen borst en buik. Borstademhaling is niet mogelijk noch buikademhaling, laat staan een combinatie van beide. Ouk denkt iedere keer dat stikken zal volgen. Dat maak angstig en dat maakt het boeksloan weer erger. Laat ik van U niet merken dat U daarmee spot. Ouk en Jonk hebben het al moeilijk genoeg. Ze worden nog vaak geplaagd ook".

Leerk kan niet anders dan beschaamd zijn ogen neerslaan. "U bent nog jong, U kunt nog een heleboel leren", zegt Ouder. Dan brengt Ouder Jonk naar eigen klas en gaat naar huis. Ouder fluit onderweg, opgelucht. Achter haar adem komt Ouder thuis, heeft niet meer de kracht naar boven te rennen, bestijgt hijgend de trap. Lachend gezicht van Ouk. Aanval voorbij.