Groezel

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 12 december 2008

"Heb iej welis elastiekjen spring'n ezeen?" Voor ik kon antwoorden, dat ik dat gevaarlijke spelletje wel kende, maar er bijna niet naar durfde te kijken, omdat ik hoogtevrees heb als ik een ander hoog in de lucht zie en omdat ik bij elastiekjespringen bang ben dat het rubber knapt, ging de spreker verder. "De springer wördt dan hoge in de lucht ehesen. Hee hangt met zien voten bie mekäre ebond'n an een dik elastiek, en dan dondert e op de kop dale. Deur de veerkracht van het elastiek geet e weer noa boav'n. En zoo geet het wel tien moal op . . . dale, op . . . dale . . . Ik mot oe wel zegg'n dat miej de iesgroezels oaver d'n rugge trokken (dat de koude rillingen me over de rug liepen)". "Herhaal dat ene woord is", zei ik, dat met dee groezels derin". "Iesgroezels", zei hij. "Weet iej wel da'j een heel mooi woord gebruukt?" zei ik. En ik vertelde hem, dat gruzel, griezel, groezel, en in het Nederlands ook nog gruizel een 'rilling' een 'huivering' is; dat groezel in veel oostelijke dialecten vaak slechts in die betekenis gebruikt wordt. Maar dat gruizels of gruzels ook heel kleine stukjes steen, kolen, niersteen zijn, die door trillen of 'groezelen' ontstaan zijn.

"Wat hef dat noe allemoale met mien verhaal te maken? Ik wete wel, da'j oe met de streektaal van onze contreien bezigholdt, mar döörumme kui'j mien verhaal wel anheur'n!" Ik luisterde.

"Noe bi'k warempel kats de droad van mien verhaal kwiet. Dat he'k tegenwoordig wel meer. Door he'k toch zon gruwelijke hekel an. O ja, ik wete het al weer." En hij vertelde me hoe een meisje van een jaar of zeventien op en neer gezwiept was en de hele buurt bij elkaar had gegild. De toeschouwers hadden ervan gegruwd. Ik heb hem maar niet gezegd dat gruwelijk familie is van 'groezel', dat een mens gruwt, als hij of zij van afschuw huivert of rilt. Natuurlijk heb ik ook niet gepraat over watergruwel, bij het eten waarvan je rilt van de meer dan tampere smaak. Aan de uitdrukking: "Wat is dat èten gruwelijk lekker!" kwam ik helemaal niet toe. Daar is het verschrikkelijke immers plotseling geweldig of fantastisch geworden. Gelukkig maar, dat niet iedereen wat jij interessant vindt, van waarde acht.

Maar dan die andere ontmoeting diezelfde week. Ik zag mijn dialectvriend op een camping. "Gerrit, mo'j is heuren. Ik hebbe altied völle contact ehad met mensen, dee woord'n gebruuk'n, dee de jongeren egeeneet meer kent. Het woord 'groezem' bieveurbeeld, döör zekt ze noe vake "fantastisch" veur in de plaatse. 'Groeeezem' met een hele lange -oe- werd gebruukt deur een olde man, dee verder oke heel literair Sallands proatten. Zoo mooi! Zol iej dat woord kunnen verklören?" Lang hoefde ik niet na te denken. 'Groezem' zou ontstaan kunnen zijn uit 'groezoam'. Zelf zou ik het dan spellen als 'groewzoam', maar dat vertelde ik mijn vriend niet. Ik zei wel dat een woord met ongunstige betekenis, 'gruwzaam', het gelijkwaardige Nederlandse woord is. Toen mijn vriend al weg was, schoot me het Hoogduitse woord nog te binnen: 'grausam'. Oorspronkelijk betekenen deze drie woorden hetzelfde, namelijk dat iets zo afschuwwekkend is dat je ervan rilt, soms zo, dat je ervan aan 'gruzelementen', 'gruizelementen', 'gruizels' gaat. Maar iets kan ook zo geweldig mooi zijn dat je enkel aan kunt geven dat de rillingen van geluk en pracht over je huid gaan: "Groewzem, wat is dat mooi!" "Wat is dat groezem mooi!" In het ene geval is het woord als tussenwerpsel gebruikt, in het andere als graadaanduidend bijwoord; dat voor taalkundigen. Ik moet overigens wel zeggen, dat toen ik bij mijn afscheid van de camping de beheerder bedankte voor "de groezem goeie sfeer op de camping", hij dat meteen 'snapte'. Een lichte groezel ging langs mijn lijf.