Gries

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 12 december 2008

Onder de voorbereidingen van het middagmaal denk ik aan het ouder worden. Die gedachten hebben een merkwaardige loop. Wat verward misschien.

Waar veel mensen bij elkaar zijn die zich in drommen voortbewegen, gaan grijze golven over de aarde, tenminste in Nederland. Ik lees er bijna de gemiddelde leeftijd van de gaande Nederlander aan af. Die ligt volgens mij boven de vijftig. Aan de grijze haren te zien. Kaalhoofdigheid laat ik buiten beschouwing. Dat heeft weinig met leeftijd te maken. Het is een probleem van jong en oud, van blijven of voorbijgaan. Grijs worden, gries wèèn, heeft met leeftijd en met zorgen te maken. En er zijn heel mooie grijze koppen! Mannen en vrouwen krijgen ongewild meestal schoonheid toegevoegd waarover geen 'belasting toegevoegde waarde' hoeft te worden betaald. Dat is mooi meegenomen.

Ik kom op 'grijs' als ik een krantenkop zie: 'Grijze golf trekt over de Veluwe'. Het is een grijze kop uit een oude krant. Die pak ik toevallig, want de winterwortels zijn erin verpakt. Die kop slaat op de senioren onder ons. Zij vestigen zich in huizen en huisjes op de Veluwe, in de natuur, en maken van hun seizoenswoning voor de zomer een permanent verblijf. De overheid vindt, meen ik, dat dit onder bepaalde voorwaarden moet kunnen. Ik oordeel daar niet over: ik heb geen zomerhuisje. Mijn vrouw en ik hebben een sleurhut. Daar doen wij het mee.

Grijs. In mijn dialect en tongval 'gries'. Mijn dialect of tweede taal is immers 'Nedersaksisch', mijn tongval is het 'Dèventers'. Die termen houd ik voortaan aan. Voor dialect kan ik natuurlijk ook gebruiken 'streektaal'. Zo is Olsters bij mij een tongval van het 'Nedersaksisch'. Gebruik ik de termen Sallands, Veluws, Twents, dan noem ik dat tevens tongvallen. Zo heb ik het over één tweede taal, Nedersaksisch, één dialect, die een aantal tongvallen kent, die geen wezenlijke taalverschillen inhouden. Zo kan ik ook duidelijker zijn over woordgeschiedenis.

Grijs of lichtgrauw is in het Oudsaksisch 'gris'. Het heeft dezelfde stam als 'grauw'. In het Oudwestfries is grauw 'gré'. Gries moeten we vooral niet verwarren met gries in 'griesmeel'. Dat is van een heel andere basis afkomstig. Als ik griesmeelpudding eet, proef ik dat ook. De tarwekorrel is niet totaal vermalen tot poeder, maar het graantje is vergruisd, vergruusd, vergriesd. Ie, uu, ui zijn klanken in een geschiedenisreeks, die in een ons zeer bekend woord als volgt is verlopen: Diets, Duuts, Duits. Misschien was het Duuts, Diets, Duits. De tweeklank ui was in ieder geval het laatst. Zo ook gries, gruus, gruis. Gries is vergruisd graan. Het Hoogduitse Griess is kiezel, zand, gruis, gruttenmeel bijvoorbeeld, Middelhoogduits Griez, Oudsaksisch 'griot'.

Toevallig komt er die middag griesmeelpudding op tafel met bessensap. En ik schiet bijna in de lach. Ik ben plotseling in de zomer en ik kampeer met onze caravan ergens op de Veluwe. En in de zomerhuisjes rondom ons zie ik dezelfde griesmeelpudding staan met dezelfde bessensap. Grieze köpkes buugt zich oaver griesmèèlpudding en een grieze golf geet oaver de Veluwe. En om al die nederzettinkjes ligt Griess. En ik bedenk dat het goed is dat ieder mens kan bepalen wat hij wel of niet doet, dat ieder mens zijn eigen leven kan leiden. Dat het leven gegeven is om er iets van te maken. Dat de grijze mens achter zijn griesmeelpudding die naar binnen moet kunnen lepelen zonder dat een ander bepaalt waar, wanneer en hoe die mens dat moet doen. Ik kijk naar de overzijde van de tafel. Inderdaad, daar zit zilverdraden achter het gouden gruis met sap. En ik ben dankbaar. Aan het Leven.