Grevel

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 12 december 2008

In mijn leven zijn er veel goede en kwade dingen die me toevallen. Soms heb ik op dat toevallen of toeval zelf enige invloed, vooral als het om mijn taal gaat. Ik heb daar nu ineens zomaar een prachtig voorbeeld van. In 'Tijd van Leven', teeveeserie van de KRO, valt me de naam Greffel op. Albert ter Heerdt, de scenario-schrijver van die serie benader ik, en hij vertelt me dat Greffel ontleend is aan Greffelkamp, dat bij Didam, eigenlijk Diem, ligt. Ik weet dat wij als jongens het scherpe grind dat met schepen in Deventer aangevoerd werd, wel Greffel of Greffelt noemden. Als ik dat ga onderzoeken op zijn waarheidsgehalte, valt mij op dat geen mens dat meer weet. Ik denk dus dat ik het zelf verzonnen heb. Ik ga in boeken neuzen om opnieuw het toeval een beetje te helpen. In het Middelnederlands vind ik het volgende: Gravele of Graveel is kiezelzand, kiezelsteen, steengruis. Dat is dus familie van het Engelse gravel, dat uitgesproken wordt als grevvel of greffel. Grevel of greffel blijkt opgegraven of gedolven grind te zijn. Maar ik ontdek nog meer. Mijn Middelnederlandse woordenboek vertelt me dat een 'grevel' in het Oostmiddelnederlands een 'Das' is, die beroemde zwartwitte 'graver', die zijn gangen weeft onder de aarde en zo zijn burcht ontwerpt, doordat hij het zand eruit werpt. De Das moet in deze streken dus Grèvel, Grevvel, Greffel geheten hebben. En plotseling heb ik twee verklaringen voor Greffelkamp: 1. de kamp waar grind in de grond zit; 2. de kamp waar Dassen wonen. Een van de beide kan juist zijn, ook beide. De eerste verklaring wordt ondersteund door een Wilpenaar, die me vertelde: "Greffelt, zoo neumden wie vrogger in Wilpe de grinte toch!" We zaten toen op een feestje in een koetshuis aan de voet van de Posbank. En nu weer een toeval. In 'De Heurne', het natuur-bezoekerscentrum daar, was een dassententoonstelling. Aan de mevrouw van ontvangst in dat centrum vraag ik: "Kunt U mij andere namen voor de Das geven?" "Neen, maar ik heb hier wel een boek over Dassen: 'De Das in Nederland', door J.J.Dirkmaat, uitgegeven door de 'Vereniging Das & Boom'", zegt zij. Ik koop meteen dat boek daar.

Na dit feest aan de Veluwezoom thuisgekomen, lees ik het boek meteen oppervlakkig. En door mijn aankoop blijk ik het toeval weer geholpen te hebben. Ik vind een passage waarin staat dat de Das in Groningen en Drenthe ook wel 'Greef' genoemd wordt; en ik vind een verhaaltje over twee Dassen en de Dassenvrouw heet 'Schonegreef'. Nu ben ik niet meer te stuiten. Greffelkamp zal een naam zijn, die ook in mijn artikelenserie een rol zal blijven spelen. Ik wil weten of er ergens in Nederland nog de woorden Grevel, Grèvel, Grevvel, Greffel voor Das gebruikt worden. Natuurlijk kan ik over die woorden in de krant schrijven en aan de lezers vragen of zij daar enig idee over hebben, maar het lijkt me beter mijn eigen onderzoekingen te beschrijven.

Dan belt toevallig mijn dochter uit Eelde. Ik vraag haar of zij veel Drenten kent. Dat blijkt wel zo te zijn; zij vindt echter dat ik veel beter navraag kan doen bij een paar erkende instituten. Een paar dagen later belt ze me dan ook weer. "Pa, kun je even noteren?" En dan geeft ze me twee adressen van Drentse taalstichtingen, namelijk die van de 'Stichting Het Drentse Boek' en 'Schrieverskring Drenthe'. De telefoonnummers krijg ik erbij.

Als een Grevel ga ik nu verder. Voor ik het weet, kan ik een hele serie verhalen over graven, greve, greffel, grefte, Greef en Grevel (Dassen) schrijven, maar laat ik dan niet vergeten, dat de gegevens me wel toe moeten vallen, anders begint de grevel nog niets in zijn taalburcht. De taalgangen moeten goed uitkomen.