Goosdag

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 12 december 2008

In de boekhandel die zulke oude boeken heeft, dat hij slechte met een -g- spelt als in de middeleeuwen, ben ik aan het hengelen in de smoezelig maar zuurstofrijke antieke-boeken-vijver en plotseling vis ik bij "'t tengelen" 'De Kopperen Tabaksdeuze' op. Vissen is een stille sport, maar ik word nog stiller. Deze novelle van de platschriever H.A. Dollekamp heb ik al zo lang willen hebben, niet alleen voor mijn werk, maar ook omdat het verhaal zo goed in elkaar zit. En nu heb ik het. 'Dialect' staat er op de kast waar ik het boek uitgevist heb. Bij de kassa tikt een mevrouw het betaald-bonnetje. Ik schrik van de prijs en besef plotseling wat 'verschrikkelijk' duur betekent. "Nou ja, de vis wordt duur betaald en een koperen tabaksdoos is nog duurder dan dit boek", denk ik, "en ik rook al jaren niet meer, dus heb ik dit boek er al uit".

Thuis bekijk ik het werkje nog eens van alle kanten. Het bruine slappe kaft herstel ik met wat doorzichtig plakband. Ik lees tegelijkertijd de buitenkant. Voorkant: De Kopperen Tabaksdeuze - Verhaal van 't platteland in Overieselsch-Geldersch dialect deur H.A.Dollekamp - Uitgegeven te Lochem in het jaar 1925 bij de Zonnewijzer. En terwijl ik lees en plak, valt me onder het midden van het boek het rood-achtige beeldmerk op met de afbeelding van een zonnewijzer op een voetstuk met in een cirkel daar omheen gedrukt: Ik wijs alleen Uw zonnige uren. Voor mij kan nu de dag niet meer stuk bij dit 'geschenk', bij dit 'toeval'.

De achterzijde van het boek is egaal, bruin. Meteen begin ik nu te lezen, intussen aantekeningen makend voor mijn werk. Ik ontdek in welke contreien het speelt: "Hee streupte 's winters met 'n lichtbak in de velden um Holten, Laoren en Markel - zelfs töt Battum en Lochem too - zoo völle wild weg, det d'r veur de jagers een schijntjen òverbleef". Daarbij krijg ik een goede indruk van de spelling van dit Plat in het eerste kwart van de twintigste eeuw en ... ik breid mijn woordenschat uit. In ieder geval kom ik één woord tegen dat ik helemaal niet ken. "'t Was al ruum middernacht, toen Frits Aarssen eindelijk in ruste kwam. Heel vrôg in den morgen schrôk-e al weer wakker. Hee stond op en trok zien Zöndagsche pak an. 't Was vandage Goosdag en veurjaorskarmse in Lochem. Daor ging-e naor too met zien vader. 's Morgens eerst naor de markt met biggen. Zien vader ging dan met de wagen weer naor huus en hee bleef d'r um met de jongeluu 's aovends karmse te holden ...". Goosdag. Wat moet ik daarmee? In 1925 kende iedereen in die streek dat woord blijkbaar. Goosdag is een dag met een hoofdletter! Misschien komt het van Godesdag of 'Dag van God', een dag waarop Gods zegen rusten moet. Ik raadpleeg Van Dale. Ik vind daar die woorden niet, maar wel Goospenning en Godespenning. Het blijkt een handgeld te zijn, dat meiden en knechts ontvingen, als zij zich eens per jaar aan een nieuwe boer verbonden. Zij verhuisden dan van de ene 'stee' naar de andere en ontvingen de Goospenning als een soort bezegeling van hun contract en om hun eerste onkosten te dekken. Hé, de Goospenning werd dus uitbetaald op de Goosdag. Natuurlijk, daar hoort feestelijke kledij en kermis voor de jongelui bij!

Ik weet nu dat Goosdag in het voorjaar viel en wat het is. Maar welke dag is het in de lente? Was het een vaste dag? Viel het op een bepaalde datum? Daar moet ik achter zien te komen.

Ik informeer links en rechts. Niemand kan me helpen. Ik hoor het wel eens. Voor mij is er maar één Goosdag, de dag waarop ik dit moord-boek in handen kreeg, waarin een koperen tabaksdoos met initialen de sleutel is bij het oplossen van een moord. Ik zal het boek veel gebruiken. Het is een 'Goosgeschenk'.