Gloepens

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 12 december 2008

In de wei staat een paard te dampen. De glanzende huid steekt af tegen de grijze morgennevel. Met open mond sta ik er blijkbaar naar te kijken, want mijn vrouw naast me zegt: "Doe je mond 's dicht!" Het is ook een overweldigend gezicht, dat paard. "Wat een gloepens mooi paard", zeg ik uit de grond van mijn hart. We wandelen verder.

Als ik de stukjes doorgelezen heb die Henk van Baalen mij gebracht heeft, ik heb het voorrecht die te mogen lezen voor hij ze bezorgt, bel ik hem meteen op. Hij is helaas niet thuis, maar hij belt me al gauw terug. Hij vraagt meteen naar mijn bevindingen. "Het bint jeweeltjes", zeg ik. "Dèventer vrogger en noe 3" wördt een mooi book!" Hij is blij met deze opmerking. Als ik het gesprek beëindigd heb, denk ik dat ik me niet sterk genoeg uitgedrukt heb. Ik vind de stukjes gloepens mooi namelijk.

In Olst zegt men, volgens 'Olster Woorden', 'gloepend'. Dat betekent evenals gloepens 'geweldig'. Aardig, en heel terecht, is het dat het boekje ook 'gloepen', gluren, geeft en 'gloeperd', gluiperd. Deze woorden hebben alles met elkaar te maken.

Gloepen, gluipen, Middelnederlands glupen, alle in de betekenis 'loeren', heeft een vorm 'glepen' die 'scheel zijn' betekent. In het Nedersaksisch is dat 'gloepen'. Gloeps kijken is in mijn dialect scheel kijken. Maar het is ook gluiperig kijken. Een gloeperd is in de Achterhoek niet enkel een gluiperd, het is mede iemand die heel nieuwsgierig staat te kijken. Een groot stuk spek heet in Eibergen nog steeds een gloeperd. "Doo mien möar een bord zoerkool met een flinke gloeperd derin!" In die uitdrukking vind ik de overgang van gluiperig naar geweldig. Een gloeperd is al een geweldig stuk spek. Het is zo groot dat je ervan gaat gloepen. Een mens kan gloepen van de honger. Diezelfde mens kan ook gloepen van de pracht, het geweldige dat hij of zij ziet. Bekend is het woord 'glop' of 'glup'. Een glop is een heel nauwe straat of een steegje als een spleet. Je kunt er als het ware alleen maar door gluren of gluipen. "De spleet in oew brook is een gluppe en gin gulpe", zei mij jaren geleden eens iemand. Hij had gelijk! De glup is door invloed van 'gulp' of 'golf', wat 'straal' betekent, 'gulp' geworden, terwijl het feitelijk zo is dat mannen hun gulpen lozen door hun gluppen. Ik vind het leuk dat 'gluppe' als spleet in de broek in het Nedersaksisch is blijven voortbestaan. Nog beter, ik vind dat gloepens fijn!

Als ik naar iets heel moois kijk, tast ik dat vaak af door de spleetjes van mijn ogen. Ik bekijk het om zo te zeggen gluips of gloeps. En daar ligt weer een verband met gloepens. Ik ken iemand die bij het beschouwen van kunstwerken, ik heb dat gezien bij een tentoonstelling, het hoofd wat scheef houdt en zo de werken 'begluurt'. Ik denk dat mensen dat doen om het mooie zo zuiver mogelijk in zich op te nemen. Ook daarin zie ik een verbinding met gloepens.

Ook 'glip' is afgeleid van 'glup'. Het betekent spleet. Dit woord toont nog eens hoe buigzaam en rekbaar klinkers zijn. De geringste gevoels- of betekenisverandering kan men verkrijgen door klinkerverandering: rekking, umlaut, ablaut en zo meer. Dat maakt 'Taal' zo gloepens mooi, temeer daar klinkers ook kunnen buigen zonder dat er van verandering in betekenis of functie sprake is! Dat alles doet mij steeds genieten van een anders taalgebruik. "Wat praat jij raar!" zal niemand van mij horen. Er zijn talrijke oorzaken waardoor klinkers, accenten, woordorde en noem maar op, kortom de 'talen' van ieder individu beïnvloed worden. En dat is gloepens interessant. En dat ik me daarmee bezig mag houden, vind ik gloepens mooi.