Glijer

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 12 december 2008

"De ieken draagt van 't joor een boel vruchten", zegt de man voor de radio. Ik versta Drents, en dit is Drents. Hé, hij herhaalt ieken een paar keer. Daar ik net een paar stukjes gelezen heb over 'gleier' of 'glijer' of 'gliejer', valt me de uitspraak van Harm Dijkstra bijzonder op. Eiken spel ik met ei. Aan de dialectische uitspraak 'ieken' van Harm zou ik als eenvoudige rechtlijnige Nedersaks moeten afleiden, dat 'eiken' gespeld moet worden als 'ijken'. Als ik met de spelling van het Nederlands met ei en ij zo te werk zou gaan, zou ik lelijk op de koffie komen; mijn spelling zou als onvoldoende gewaardeerd worden. Niet dat zoiets erg is, spelling is geen taal, het is maar een hulpmiddel om spreektaal om te zetten in tekens, waarmee spreektaal enigszins zichtbaar gemaakt worden kan. Ik vind het dan ook heel erg dat taalonderwijs in de basisschool nog steeds voornamelijk spellingonderwijs inhoudt. In Drentse, Sallandse, Achterhoekse dialecten meent men een prachtige regel te hebben gevonden voor de spelling met ei of ij in het Nederlands: Wie twijfelt wat de spelling ei of ij betreft, spreekt het betrokken woord in het dialect uit. Verandert de klank ei in ie, dan wordt het woord in het Nederlands gespeld met ij. Voorbeelden: Dat lijkt nergens op - liekt, lik. Ik grijp hem in de kraag - griepe. De zon schijnt -schient. Die regel is op zich niet zo gek, maar _ er zijn geen regels zonder uitzonderingen. Er is nog een regel die een dialectspreker in dit verband kan toepassen: Werkwoorden in het Nederlands met de klank ei die sterk zijn, worden gespeld met ij: schrijven (schrieven) - schreef - (g)eschreven; kijken (kieken) - keek - (g)ekeken; wrijven (wrieven) - wreef - (g)ewreven. Men mag het echter niet omdraaien: Werkwoorden gespeld met ij zijn niet altijd sterk: wijden - wijdde - gewijd. En dit geeft dan meteen weer een uitzondering, want in het dialect kennen we naast wijwater nauwelijks 'wiewater'.

Dan is er nog een derde regel: Vreemde woorden, Latijnse bijvoorbeeld, gespeld met een i krijgen bij vernederlandsing in de spelling ij. Een duidelijk voorbeeld is pilaar, dat pijler geworden is.

Pijler is net als glijer weer een uitzondering bij de uitspraak in het dialect. Pieler en gliejer kent men niet. Dat leidt in dialectwoordenboeken tot vreemde spellingen. Velen denken namelijk dat regels voor honderd procent toepasbaar zijn: Van glijer wordt op die wijze redenerend gleier gemaakt. Waarom? Het is in strijd met de Nederlandse spellingregels. Met de Duitse regels hebben wij niets te maken. In Van Dale vinden we dan ook 'glijer - (gew.) step, autoped'. Als schrijvers hebben we 'afgesproken' dat wij voor onze lezers zo dicht mogelijk bij het Nederlandse woordbeeld willen blijven. Natuurlijk, ik kan voor pijler ook het dialectische 'pielder' gebruiken, maar voor glijer niet 'glierder', want dat woord bestaat niet.

Glijer. Ik heb er nooit een gehad, zelfs geen houten met ijzeren bandjes. Maar een 'ijsjen' kon ik krijgen. Nee, zeg in mijn dialect geen 'iesjen', zeg dan liever 'iesken'. In dat geval is het geen leenwoord meer uit het Nederlands, zoals pijler en glijer.

Een glijer heb ik nooit gehad, zijn opvolger de autoped of step evenmin. Glijers heb ik wel gemaakt, uitglijers dan! Maar zo ken ik er meer. Daar hoeft men zich niet voor te schamen. Wie met zijn glijer de wat ongebaande wegen kiest, kan dat overkomen. Meestal komen we weer op het goede spoor, of we worden er opgezet. Even een duwtje en _ daar glijeren we weer heen. Het maakt niet uit of we een Nederduitse gleier of een Nedersaksische glijer hebben, als we maar gedegen het spoor houden, ieder zijn eigen spoor, maar wel evenwijdig. Ik zal trachten op mijn eigen taalgebied te blijven met mijn Nederlandse glijer met die mooie gewestelijke naam 'glijer' of 'gleier'.