Ginene

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 12 december 2008

Op die middelbare school was toentertijd een leraar Nederlandse taal- en letterkunde, die in Oost-Nederland geboren en getogen was. Op zijn eigen taalgebruik was weinig aan te merken. Maar men kon duidelijk horen dat hij uit Salland kwam; bovendien behield zijn Nederlands dialectische eigenaardigheden. Het woordje 'men' zou hij bijvoorbeeld nooit gebruiken. Hij zei "een mens" of "je" of "we" of welk ander woord maar als onbepaald voornaamwoord gebruikt kon worden. "Een mens moest beter weten", "Je moet zulke dingen nalaten", "We kunnen de B.V. Nederland wel opheffen". Ook de woorden 'iemand' en 'niemand' gebruikte hij nooit. Helaas kon deze goede man geen orde houden. Hij had dat zelf heel goed door. Maar het waarom kende hij niet. Als hij zich erg opwond over het kinderachtige gedrag van zijn leerlingen, werden de dialectische invloeden steeds erger. "Ik zal jullie nog meer in de gaten moeten houden!" schreeuwde hij eens. Zijn leerlingen barstten in lachen uit en een jongen riep: "In de gaten is geen Nederlands, leraar Nederlands!" Dat was de druppel die de emmer deed overlopen. De leraar zeeg op een stoel en zweeg. Het werd doodstil in de klas. Toen stond een meisje op. "Dat is gemeen", zei zij. "Een stoot onder de gordel. Bovendien zijn je gaten jouw ogen. Wie iemand in de gaten houdt, houdt hem in het oog, let op hem. Jij hebt dus ongelijk!". "Dat is geeneens niet waar!" wilde de jongen terug bluffen, maar de klas barstte in lachen uit. "Dus is het wel waar", zei er een. "Geeneens niet is niet eens niet, is dus wel".

Toen stond de leraar op. "Dat is niet helemaal juist, in veel talen is de dubbele ontkenning als ontkenning heel normaal". En hij begon te vertellen over de dubbele ontkenning in het Plat. Hij begon met de kindertaal, waarin 'nooit geen' als dubbele ontkenning voorkomt. "In het Nedersaksisch is 'nooit gin' of 'nooit gien' heel gewoon. Bijvoorbeeld: "Ik hebbe nooit gin meujlijkheed'n met mien leerling'n ehad". Of "Dat is ageeneet wöör". En dan kom ik op dat woord 'ageen' of 'egeen'. Weten jullie dat dit een heel oud Saksisch woord is? In het Middelnederlands luidt het 'negeen, engeen, egeen'. Negeen komt van 'nigen', uitspreken als 'nich ee(r)n'. Die ontkenning 'nich' hebben we nog in ons Twents. Geen heeft het gedaan betekent 'niet een' heeft het gedaan. In het Nederlands kennen we 'geeneen'. Dat woord is waarschijnlijk afkomstig uit het Oudsaksisch. 'Nig een' werd 'egeen' werd 'geen'. Omdat 'een' niet meer herkend werd, werd dat aan 'gin, gien, geen' toegevoegd en zo ontstond een dubbele 'een' ofwel een tautologie, verborgen nu natuurlijk, 'geeneen, gienene, ginene'. En zo zit dat".

De klas had aan zijn lippen gehangen, merkte de leraar. En dus ging hij door: "Noe nog een stuksken onvervalst dialect. Der was der is ene, dee geelsneet (geheel niet) wis' dat hee vertaald Plat proatten. Hee had der nooit gin gedachten bie ehad, dat de kinder van noe stapelvormen as kind-er-en, twee keer meervoud ageeneet kenden. Hee was der zieneigen neet van bewust dat Nederlands neet enkel van Platt verschèèlt as deur de klinkers. Hee was leraar; hee had de wind der neet onder. Hee wist neet dat zien leerlingen hem bespotten um zien taalgebruuk. Toen kwam dee beruchte druppel in dee emmer dee al vol pesteriejen zat. En toen had dee leraar het in de gaten. Hee deurzag zien eigen miskleunen. Hee was altied met taal bezig ewest; hee most met jongeluu an de gank". Hij zweeg even. Het was muisstil. "Der zal der gineen weez'n die deze bekentenis niet begrijpt", zei hij toen.

De meisjes en jongens klapten hun handen kapot. Tussen die leraar en zijn kinderen kon het niet meer stuk, want de belangstelling van mens tot mens was er! Niemand viel meer uit de boot. Ginene!