Gadderen

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 12 december 2008

Ik zoek 'De Moespot', de laatste die verschenen is. Ik vind het fijn dat mijn lidmaatschap van de 'Dialektkringe Salland en Oost-Veluwe' met zich brengt dat ik vier keer per jaar dit blad ontvang. Van A-Z lees ik het, omdat de dingen die erin staan bijna alle lezenswaard zijn. Ik zoek blijkbaar weer met mijn neus. "Waar is mijn Moespot?" roep ik tegen mijn vrouw. "in de lectuurbak, dat weet je best!" roept ze terug. Lectuurbak; het is een oude mangelbak met weinig diepte. Hij staat onder de tafel. Als ik hem er onderuit trek, glijdt de helft van de kranten en tijdschriften eraf. "Wat een alle-gaer-tjen", mopper ik. Ik betrap me erop dat ik weer dialect spreek, alle-gaer-tjen in plaats van alle-gaar-tje. Ik rommel wat in de bak, maar ik vind 'De Moespot' niet. Dan keer ik de hele bak om. "ik zal noe is proberen mien Moespot deruut te 'gaeren'". En ik begin in de lectuur te graaien. Ik vind wel een vlugschriftje met gezegden erop. Waar dat nu weer vandaan komt? Ik blijk het zelf geprint te hebben. "Hij werd tot zijn vaderen ver-gader-d", lees ik mijn vrouw voor, die net de kamer in komt. "Wat betekent dat nu weer?" zegt mijn vrouw, naar de troep op de grond wijzend. Ik doe of ik haar niet begrijp. "Hij werd tot zijn vaderen ver-gaar-d. Hij ging in de ver-gaar-bak, als ik zo oneerbiedig zijn mag, waar zijn vaderen of vaeren hem al waren voorgegaan". antwoord ik. "Houd op met die onzin", zegt zij, "en ruim die troep meteen weer op". "Aai poet it oal toe-gedder-", zeg ik op z'n Engels, "ik pak het allemaal bij elkaar", in het Nederlands herhalend. En ik voeg de daad bij het woord. Dan ga ik naar boven. Op mijn werkkamer zal ik wel verder zoeken.

Ik zoek 'De Moespot' op de plank waar mijn ver-gaar-clip aan hangt. Dat zijn krantenknipsels, briefkaarten, brieven, dialectlessen, noem maar op, die er in volgorde van binnenkomst aan bevestigd zijn. Het is zo'n ding dat je ook gemakkelijk mee naar een ver-gader-ing nemen kunt. Nou ja, ver-gaar-en en ver-gader-en zijn tenslotte in betekenis heel erg aan elkaar verwant. In beiden zit de 'verzameling'. Ik vind aan de clip een leuke brief van Dick, waarin hij mij bedankt voor de uitleg "oaver brie - brieuwen - brouwen" naar aanleiding van 'balkenbrie'. Dat is al lang geleden. Toen ik dat schreef, was het haast nog winter. Ik hang de ver-gaar-clip weer op.

Ik zet eerst de radio maar eens aan. Radio Oost. Ik val midden in de uitzending met Dika en Peter. "Ik hebbe 't hele boeltjen bie mekäre e-gädder-d en toe' bu'k noa hoes egoan", hoor ik Dika zeggen. "E-gädder-d". Het wordt bijna op zijn Engels uitgesproken. En ik heb het in deze vorm nog nooit gehoord. 'De Moespot', daar denk ik niet meer aan. Die heb ik niet meer nodig voor het woord uit het Nedersaksisch dat ik bespreken wil. En in gedachten zie ik mezelf weer appels gadder-en bij die boer, in de oorlog. Ik vind het zo leuk dat ik dat op z'n Sallands voor me zie, dat 'appels gären' en 'eerpels gären' en dat ik dat in het Twents denken kan: 'gadderen'. En dat terwijl de Engels vliegtuigen, en de Amerikaanse en Canadese natuurlijk, 'toe-gedder' over ons vlogen. Het nu horen van 'gadder-en', 'gädderen', 'gedder-en', geeft het 'verzamelen' van voedsel in de Tweede Wereldoorlog een nieuwe diepte. Ik kan dat enkel aanduiden door het woord samen of met elkaar of 'alte-gader', 'alle-gaar'.

Peter en Dika hoor ik niet eens meer. Ik zit vol van 'gadderen'. Nooit zal ik weten hoe dat woord over de Germaanse streken gezworven heeft, geleden heeft bij zijn vervorming. Maar het leeft nog. Dika en andere Twenten dragen het mee en naar ik hoop straks mijn lezers ook.