Fochelen

> Categorie: Columns Deventer Dagblad Gepubliceerd: vrijdag 12 december 2008

Er is weer wat afgeknutseld en afgeprutst aan de surprises voor sinterklaas en kerst. Maar dat heeft in talloze gezinnen en bij de voorbereiding en bij de vieringen heel wat sfeer en gezelligheid opgeleverd. En dan de gesprekken, als kinderen hun verlanglijstje mogen indienen: "Pa, deze fiets wil ik!" "Komt in orde", zegt Pa. "En ik wil een ding dat lich' gef", zegt de tweede zoon, die al wat dialect op straat opgepikt heeft, maar niet weet, dat zo'n ding een zaklantaarn heet. "Wördt veur ezörgd", is het antwoord. Vader maakt bij het maken van zijn surprises gebruik van die kleine taalkundige aanwijzingen. "Ik zal welis effen wat in mekäre fochelen; 't hof neet zoo mooi te wèèn, as 't möör een verrassend effect hef". Met die gedachte doet vader zichzelf tekort. Hij is namelijk een 'boavenste-beste föggeläd (föchelerd)' of knutselaar, die in zich heeft, wat het begrip fochelen inhoudt: fokken, foksen, scheppen uit niets tot iets, waarbij de gebreken bedrieglijk verborgen blijven. Hij heeft voor een kennis eens een kamer behangen met oude kranten, die kennis was journalist, en toen hij daarmee klaar was, zei hij: "Ja jong', ik heb het der allemoale möör een beetjen op-efocheld, want manges wis' ik oke nee' hoe-o'k dermee an mosse!" Waarop die journalist zei: "Op-efocheld? 't Is schitterend! Wee noe op mien werkkamer kump, zal verrast wèèn deur zukke originele motieven! Iej bint een echte föggeläd!" Vader gloeide van trots. Hij zei maar niet, dat hij hier en daar gebreken weggefocheld had met grijze muurverf en toiletpapier. Vroeger bij het kuizentikken zat hij ook altijd al zo te fochelen, door kleine balletjes rivierklei te laten drogen en die daarna met plakkaatverf echt te doen lijken.

"Deze fiets wil ik!" Pa pakt een schaar, knipt de 'baaik' uit de reclamefolder. Dan plakt hij die op grijs karton. Een oud fotolijstje neemt hij van het rommelschap. Even de lipjes aan de achterkant verticaal zetten, plaatje achter het glas, lipjes terug en klaar. Even een kort gedichtje: 'Deze fiets kostte niets. Fijn, dat je zo bescheiden wou zijn!' Zo, nu even 'een ding dat lich' gef'. UIt de papierbak zoekt Pa een leeg w.c.-rolletje. Hij zoekt in de rommella een dikke stomp vetkaars. Die past precies in de rol. De pit steekt er aan de ene kant een eindje uit. Met papier en lijm maakt Pa er een 'nieuwe' kaars van. Eigenlijk is het hem te slordig. "Mmm, dat he'k möör zoo wat in mekäre efokst", zegt hij bedenkelijk. Nou, vooruit maar, het is niet anders.

Nu is het na de feestdagen. Vader zit in zijn luie stoel na te genieten. Moest je die kindergezichten zien. Eerst met die fiets. De jongen schaterde van het lachen: "Ja, ik had hem zelf aangewezen; die wil ik hebben!" En de ander ... Hij barstte in tranen uit: "Voele rotzak, ik meend'n gin keerse!" Maar de eerste kreeg ook een echte fiets. Toen hij hem uitpakte, zei hij grijnzend: "Ik had je er in de schuur allang mee zien fochelen, Pa". En de tweede kreeg de onderwaterzaklantaarn met duikbril, snorkel, zwemvliezen. En hij zei door zijn tranen: "En toch is dee keerse best mooi. Ik bewäre dee; ik zette hem op mien nachtplanke noast mien bedde, dan wil ik hem of en too anstèken. As e te kört wördt, doo ik der een niejen in. Pa geniet na, want hij zal voorlopig zulke gezellige en intieme dagen niet meer hebben, nou ja, de jaarwisseling dan. Maar dan valt er niet veel te fochelen. Fochelen met vuurwerk leidt enkel tot ongevallen, vaak zeer ernstige. Hij zou daarvoor eigenlijk een slogan moeten bedenken. Vader peinst een hele tijd. Dan schrijft hij: 'Gefochel met vuurwerk, levensgevaarlijk'. Dan staat hij op en hij gaat er een beeld achter zetten. Hij kan uit vele voorstellingen van vernielde lichaamsdelen kiezen. Fochelen ... .